Drossaard, maarschalk, kamerling en schenkerHet bestuur van Gelre - deel 3Ambten aan het hof
Van drossaard tot drost en hofmeesterEen goed voorbeeld van een veranderende taak is het ambt van de drossaard. Oorspronkelijk zorgt hij voor de tafel van de heer. Deze taak ontwikkelt zich in twee richtingen. Aan de ene kant krijgt de drost steeds meer taken buiten het hof en wordt hij een bestuursambtenaar in een afgebakend ambtsgebied, bijvoorbeeld in het oorspronkelijke gebied van de graaf. Zo bekeken is hij de voorloper van de ambtman. Aan de andere kant ontwikkelt de taak van de drossaard zich tot die van hofmeester (magister curiae). Van kamerling tot rentmeester De kamerling beheert de inkomsten en uitgaven van de hofhouding. Het
beheer van het inkomen wordt al spoedig overgenomen door een hierin gespecialiseerde
ambtenaar: de rentmeester. Hierdoor is
de taak van de kamerling inhoudsloos geworden en uitsluitend ceremonieel. De schenker De maarschalk De maarschalk zorgt voor de paarden van zijn heer. Er bestaat veel verwarring
over zijn naam. Men komt hem ook tegen als "huismaarschalk", "hofmaarschalk"
en "erfmaarschalk". De eerste twee zijn waarschijnlijk synoniemen en geven
aan dat deze figuur daadwerkelijk aan het hof aanwezig is. Ontstaan van erfelijke ambtenDe benaming erfmaarschalk duidt op erfelijkheid van het ambt. Dit hangt samen met de bevordering van graaf Reinald II tot hertog. Volgens de Zwabenspiegel mag een landsheer alleen hofambten instellen als hij rijksvorst is. De Gelderse graven hebben zich niet gestoord aan dit keizerlijke voorschrift, overigens net als andere Nederrijnse heren. De verheffing van Reinald II tot hertog legitimeert de instelling van deze vier functies. Als uitdrukking van zijn verheffing mag Reinald II tevens vier erfelijke hofambten instellen. Vandaar dat er een erfelijke maarschalk bestaat. Verdubbeling van ambtenDe introductie van vier erfelijke ambten leidt in Gelre tot een verdubbeling van het aantal ambten, want de reeds (illegaal) ingestelde ambten blijven gewoon bestaan. Misschien dat het schenkerambt (dat niets voorstelt) als enige in enkelvoud blijft bestaan. In de verheffingsoorkonde uit 1339 benoemt de Duitse keizer Jacob van Mirlair tot erfdrost, Evert IV van Ulft tot erfmaarschalk, Willem van Broekhuizen tot erfkamerling en Dirk van Lienden tot erfschenker. Vererving en verkoop van de ambten Door vererving en verkoop komen deze ambten later in andere families
terecht. De familie Van Broekhuizen komt in 1390 in bezit van het erfdrostambt
(erfhofmeesterambt) en houdt deze functie binnen de familie tot het eind
van de vijftiende eeuw.
Geen bedreigingDe families die de ambten bekleden behoren tot de aanzienlijke geslachten binnen Gelre, maar zij behoren niet tot de hoogste adel. De bannerheren treden niet op op in een erfambt. De families die het ambt wel dragen, zijn enerzijds voornaam genoeg om de hofhouding glans te geven, maar anderzijds niet gevaarlijk voor de hertog. Zij worden geen bedreiging door hun verhoogde aanzien. Weinig Graafschappers De niet-erfelijke hofambten blijven zoals gezegd naast de erfelijke
bestaan. De continuïteit van deze ambten binnen de diverse families is
niet zo groot als bij de erfelijke variant. Blijkbaar hebben de hertogen
er behoefte aan hun eigen vertrouwelingen te benoemen. Tal van edelen
treden op als kamerling, of beter, kamerheer van de hertog(in). De wisseling
van functionarissen is het sterkst bij de huismaarschalk en de hofmeester.
De meesten van hen komen uit het Overkwartier, hetgeen niet zo verwonderlijk
is, want de hertogen van Gelre komen zelf uit die streek. Ze zullen hun
"landgenoten" wel het meest vertrouwen. ToerbeurtenGeregeld verblijven er twee hofmeesters en maarschalken aan het hof. Waarschijnlijk is er, net als aan het Bourgondische hof, sprake van toerbeurten, waarbij belangrijke functionarissen elkaar halfjaarlijks aan het hof afwisselen. Van twee gevallen is bekend dat zij het erfelijke ambt ook bemachtigen; het betreft Willem van Broekhuizen, die in 1390 het hofmeesterambt koopt en maarschalk Johan van Boedberg die rond 1432 het erfmaarschalkambt verwerft.
|
||||||