De keurvorsten

Een lappendeken van staatjes

De zeven keurvorsten.Het Duitse rijk groeit in de Middeleeuwen uit tot een lappendeken van staatjes, steden en ministaatjes, waarin de keizer die formeel aan het hoofd van zijn rijk staat het steeds minder voor het zeggen heeft. Vooral in de dertiende eeuw verbrokkelt het gezag van de keizer door de voortdurende strijd met de paus, zijn geldingsdrang in Italië en door strijd tussen de Duitse adel onderling.
Een aantal machtige aartsbisschoppen en hertogen, die formeel gehoorzaamheid aan de keizer zijn verschuldigd, maken misbruik van de zwakke positie van de keizer. Zij zorgen ervoor dat keizerlijke beambten het veld moeten ruimen en dat ze zelf geld kunnen slaan en recht spreken. Een hertog is oorspronkelijk een militaire aanvoerder van de heerban in een gewest van het Frankische rijk. Later in het feodale tijdperk is de hertog een onafhankelijke vorst en is het een hoge adellijke titel.

De keizer en zijn zeven keurvorsten in wapenboek Gelre.

Zeven keurvorsten

Er zijn na verloop van tijd zeven keurvorsten die grote macht bezitten. Zij bepalen samen wie de volgende keizer wordt. Een voorgedragen kandidaat voor de keizerstitel heet dan Rooms-Koning en wordt uiteindelijk door de paus tot keizer gekroond. Het moge duidelijk zijn dat de zeven het niet altijd eens zijn over de kandidaat. Vele politieke spelletjes worden middels stromannen en tegenkandidaten gespeeld. De zeven keurvorsten zijn de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz, en Trier, de koning van Bohemen, de hertog van Saksen, de markgraaf van Brandenburg en de paltsgraaf van de Rijn.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MCM XCVIII des Sonnedages op Allerheiligen.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 1998-2001

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 1 november 1998. Laatste wijziging: 6 augustus 2001.