| |
De rentmeester
Het bestuur van Gelre - deel 4
Ontstaan van de functie
Wanneer Gelre steeds meer
een aaneengesloten land wordt in plaats van een verzameling bezittingen
van de graaf van Gelre krijgt de relatie met de "onderdanen" een steeds
zakelijker en financiëler karakter. De controle op het financiële beheer
is een onderdeel van deze relatie. Het wordt steeds ingewikkelder om de
financiën op orde te houden. Dit proces wordt in "Gelreland" versneld
door de verpanding aan Vlaanderen.
De verpanding brengt een nauwgezette financiële administratie met zich
mee, die aan gespecialiseerde ambtenaren, de rentmeesters, wordt uitbesteed.
Vanaf 1282 komen er in Gelre rentmeesters voor.
De
functie van rentmeester is een logische voortzetting van de hoffunctie
van kamerling. Deze hoffunctionaris
is oorspronkelijk verantwoordelijk voor het beheer van de inkomsten en
de uitgaven van de hofhouding.
De rentmeester komt bij alle grootgrondbezitters voor. De omvangrijke
goederen van het kapittel of de landsheer
dienen nu eenmaal goed te worden beheerd om de continuïteit van het bezit
te waarborgen en eventueel door aankopen uit te breiden.
Bij het kapittel wordt een rentmeester uitgekozen uit de kanunniken.
De uitverkorene mag de functie weigeren, maar moet wel voor een vervanger
zorgen. Meestal wordt het rentmeesterschap bij toerbeurt uitgevoerd. De
uitverkoren kanunnik is rentmeester voor drie jaar.
Voor landsheerlijke dienst wordt de rentmeester gewoonlijk door de landsheer
aangesteld. Meestal heeft deze wereldlijke rentmeester zijn opleiding
op de kapittelschool genoten om de functie
bekwaam te kunnen uitvoeren. De opleiding is meteen een selectiecriterium,
want alleen jongens van edele afkomst kunnen een opleiding volgen.
Taken van de kapittelrentmeester
Bij het kapittel krijgen de kanunniken uitbetaald naar het aantal dagen
die zij aanwezig zijn. Om tot uitbetaling aan de kanunniken over te kunnen
gaan moet de rentmeester van het kapittel nauwkeurig bijhouden wie waarbij
aanwezig is geweest. Hiervoor voert de rentmeester een aanwezigheidsregistratie.
Elke dag wordt bijgeschreven wie waaraan deelneemt. Maandelijks worden
de resultaten van deze registratie met de kanunniken besproken.
Uitbetaling geschiedt iedere week op zondag, nadat op zaterdag de lijst
van deelenemende kanunniken is opgesteld.
De rentmeester is verantwoordelijk voor de jaarlijkse verpachting van
bezittingen en tienden. Hij dient als aanspreekpunt voor de pachters en
moet ervoor zorgen dat deze op tijd betalen. Eens per jaar worden de pachters
en hun vrouwen getrakteerd op een maaltijd, ook verzorgd door de rentmeester.
Eens per jaar dient de rentmeester de jaarrekening in, waarbij hij verantwoording
aflegt over de inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar.
Taken van de landsheerlijke rentmeester
De taak van de landsheerlijke rentmeester bestaat voornamelijk uit het
innen van pachten, tijnsen, tolgelden, belastingen enz. Daarnaast neemt
de rentmeester voor de landsheer bezit van de aan- of opwassen van een
rivier. Hij "bezet" in feite nieuw land. Dat dit niet altijd zonder slag
of stoot gaat bewijst de aanwezigheid van de drost bij dit soort acties.
De overste rentmeester
De
hoogst haalbare functie aan het hof is die van overste rentmeester, of
landrentmeester. Als belangrijkste raadsman
verblijft hij in de onmiddellijke omgeving van de landsheer. Door zijn
financiële bevoegdheden en overzicht is hij in staat grote invloed uit
te oefenen op het landsbestuur en -beheer.
Om deze functie uit te mogen oefenen moet de rentmeester kredietwaardig
zijn, want hij moet geregeld grote sommen geld aan de landsheer voorschieten.
Het is niet ongewoon dat diverse graven en hertogen enorme schulden bij
hun financieel ambtenaar opbouwen. Naast zijn kredietwaardigheid moet
de overste rentmeester ook van edele geboorte zijn om voor de functie
in aanmerking te komen.
Ieder jaar neemt de overste rentmeester samen met de landsheer en enkele
leden van de raadskring de rekeningen
door van de rekenplichtige ambtlieden; tollenaars, rentmeesters, richters,
schouten, drosten, de landdrost en de schout van Zutphen. Soms lopen de
heren achter op het boekjaar en worden de betrokkenen pas maanden, en
soms jaren, later over een boekjaar gehoord. Al deze eindsaldi neemt de
overste rentmeester op in de hertogelijke jaarrekening.
In de vijftiende eeuw gaat de hertog van Gelre er meer en meer toe over
de jaarrekening af te horen zonder tussenkomst van de overste rentmeester.
De overste rentmeester gaat zich dan weer meer met de hofhouding bemoeien.
Zijn functie gaat dus weer lijken op die van de kamerling.
Innen van de pacht
Voor het innen van de pachten is de rentmeester meestal te paard op
reis. Hiervoor ontvangt hij een vergoeding. Bovendien wordt hij vergezeld
van een dienstmeid, die voor hem zorgt.
Soms kunnen of willen de pachters niet betalen; vooral aan het eind van
de vijftiende eeuw zijn er veel misoogsten. Bij wanbetaling heeft de rentmeester
van het kapittel de mogelijkheid om middels een gerechtelijke procedure
betaling af te dwingen. Dit in tegenstelling tot de rentmeester van de
landsheer, die bij het uitoefenen van zijn functie ondersteund wordt door
de aanwezigheid van rechterlijke ambtlieden en zo ter plekke recht kan
afdwingen.
Borg
De functie van rentmeester brengt (financiële) risico's met zich mee.
Daarom moet hij enkele borgen hebben om de functie uit te kunnen oefenen.
De borg staat garant voor eventuele financiële tegenvallers, waarvoor
de rentmeester verantwoordelijk is.
Als de rentmeester onverhoopt met schulden komt te overlijden moeten zijn
erfgenamen de schulden afbetalen. De rentmeester loopt niet alleen risico's.
Hij geniet ook enkele voordelen. Zo mag de rentmeester van het kapittel
het dubbele aantal weken van een gewone kanunnik afwezig zijn; daarnaast
wordt hij voor zijn inspanningen betaald.
De landsheerlijke rentmeester mag een deel van zijn inkomsten ontlenen
aan de gelden die hij int. Daarenboven is zijn sociale status enorm. De
functie van overste rentmeester is vaak de bekroning van een ambtelijke
loopbaan.
|
|