| |
Het Heilige Roomse Rijk
deel 2: Het Salische huis
Koenraad II, 1024-1039
Koenraad II is van het Salisch-Frankische huis. Hij volgt in 1024 keizer
Hendrik II van het Saksische
Huis op. In 1027 wordt hij tot keizer gekroond. Hij is getrouwd
met Gisela, dochter van Herman
II, hertog van Schwaben. Zij is de weduwe van Herman
I van Werl.
Hendrik III, 1039-1056
Hetgeen niet inhoudt dat we niet doortellen met de namen. Na Koenraad
II komt diens zoon Hendrik III aan de beurt. Deze heeft net als zijn grote
voorganger Otto I nogal wat pausen versleten.
Hendrik III is getrouwd met Gunhild, dochter
van Knut I 'de Grote', die in 1038 overlijdt.
Zij heeft Hendrik III een dochter Beatrix gebaard.
Pas in 1043 hertrouwt Hendrik III met Agnes,
dochter van Willem V, hertog van Aquitanië, en Agnes van Macon, een
vrouw van karolingisch bloed. In de eerste
jaren van dit huwelijk worden er uitsluitend dochters geboren; Adelheid,
Gisela en Mathilde. Pas in
1055 komt de vurig gewenste troonopvolger ter wereld: Hendrik
IV.
Hendrik IV, 1056-1106
Over
het lange bewind van Hendrik IV valt meer te melden dan op- en afgang.
In 1077 is hij betrokken in een conflict met paus Gregorius VII, de
zogenaamde
Investituurstrijd. De paus heeft drie
jaar tevoren het celibaat ingesteld voor priesters en kort daarna de
investituur afgekondigd. Dit houdt in dat wereldlijke autoriteiten (edelen)
geen bisschoppen en abten meer mogen benoemen. Ook al horen deze ambten
bij het bestuur van een leen. Keizer Hendrik IV benoemt desondanks een
bisschop in Milaan. Hij wordt door de paus in de ban gedaan, maar neemt
wraak door een synode bijeen te roepen, waarin de paus wordt afgezet.
Ondertussen besluiten de Duitse vorsten om te zien naar een nieuwe keizer,
mocht Hendrik IV niet snel van zijn excommunicatie ontheven worden. De
keizer maakt heel slim een boetereis naar Canossa, het pauselijke slot.
Hendrik IV moet drie dagen in de januarikou op de binnenplaats wachten,
maar de excommunicatie is ongedaan gemaakt. Met zijn boetedoening kweekt
Hendrik IV veel goodwill. In 1085 is Hendrik IV's wraak zoet als hij
zich alsnog van paus Gregorius ontdoet.
In 1095 roept paus Urbanus II op tot de eerste
kruistocht. Deze gewelddadige uitwisseling der culturen zou grote gevolgen
hebben in Europa.
Hendrik V, 1106-1125
Na de herontdekking van het Romeinse recht wordt dit door keizer Hendrik
V, opvolger van IV, opnieuw ingevoerd. In 1122 wordt de Investituurstrijd
tijdelijk beslecht. In het Concordaat van Worms
doet de keizer afstand van zijn rechten, maar bedingt het recht bisschoppen
en abten na hun benoeming door de paus, maar vóór hun wijding,
met leengoederen te belenen. In Duitsland versterkt dit de macht van de
keizer, maar in Italië hebben de steden er profijt van.
Lothar III de Saks, 1125-1137
Na Hendrik V komt er weer een Lothar. Gezien zijn bijnaam zal deze van
Saksischen huize zijn geweest. Keizer Lothar is druk met de uitbreiding
van het Heilige Roomse Rijk naar het noordoosten. Slavische stammen in
Pommeren worden gekerstend. Zijn opvolging in 1137 is vertroebeld. Pas
een jaar later is er een Koenraad III.
Koenraad III, 1138-1152
Maar deze Koenraad III heerst niet echt over het Imperium Romanum, wel
over het Duitse deel van zijn rijk. In 1146 roept paus Bernardus op tot
een tweede kruistocht. De Franse koning
Lodewijk VII en Koenraad III nemen samen het kruis op en trekken onvervaard
ten strijde. Deze nieuwe kruistocht wordt een grote zeperd.
Frederik I Barbarossa, 1152-1190
Keizer
Frederik I onderneemt enkele veldtochten in Italië om zijn afbrokkelende
macht te bevestigen. Niet iedere campagne is even succesvol. De paus steunt
ondertussen zijn tegenstanders in zijn thuisland, de Welfen. Dit leidt
tot een strijd met zijn Welfische neef Hendrik, de Leeuw van Saksen. Deze
Hendrik krijgt uiteindelijk de banvloek over zich uitgesproken en wordt
verdreven als andere Duitse vorsten zich achter de keizer scharen. Frederik
I beschikt over sterke diplomatieke kwaliteiten, die hem tijdens zijn
regering goed van pas komen.
Frederik I stelt in 1158 bij wet vast dat de goederen der hertogen, graven
en andere hoge ambtenaren overerfbaar zijn op hun nageslacht.
Dit doet hij om zijn Duitse leenmannen nauwer aan zich te binden. Deze
keizerlijke rechten die de ambtenaren al jaren ongestraft uitoefenen,
krijgen daarmee een wettelijke basis. Andere toegekende rechten zijn nu
officieel: het recht om de heerban op te roepen, op het heffen van tol,
op het slaan van munten, op boeten en andere voordelen van het gerecht,
op de aanstelling van rechters, op onbeheerde en verbeurd verklaarde goederen,
op de woeste gronden, op grote stromen, de beken, de wind, de heerbanen,
de veer- en visrechten, de tienden van ontgonnen land, etc, etc.
De derde kruistocht komt onder het bewind
van Frederik I tot stand. Op 66-jarige leeftijd verzamelt Frederik I
een enorm leger. Samen met graaf Robert I van Vlaanderen en graaf Floris
III van Holland voegt Otto I van
Gelre zich
ook bij het leger. Ondanks de enorme krijgsmacht die de keizer heeft
verzameld loopt de kruistocht op niets uit. De keizer verdrinkt in Klein-Azië in
het riviertje de Salef en met hem verdwijnt ook alle moed en geestdrift.
Veel ridders en hun manschappen verlaten het leger. Ook Otto I besluit
terug te gaan. Tot overmaat van ramp breekt onder de overblijvers in
Antiochië
een besmettelijke ziekte uit die de graaf van Holland het leven kost.
De graaf van Vlaanderen overleeft het klimaat niet en overlijdt ook.
Hendrik VI, 1190-1197
Over Hendrik VI, de opvolger van Frederik I "Roodbaard", valt te melden
dat hij trouwt met de Siciliaanse erfgename Constance,
zodat Sicilië aan het rijk wordt toegevoegd. Lang houdt hij het niet
op de keizerlijke troon vol.
Philip von Swaben, 1197-1208
Na de dood van Hendrik VI barst de strijd
om het keizerschap tussen de Welfen en de Hohenstaufers in volle hevigheid
los. Philip von Swaben is de broer van Frederik I en behoort tot het
Staufische kamp. Hij volgt voorlopig Frederik I op. Otto IV is de kandidaat
uit het Welfische kamp en de spanning loopt hoog op. In 1208 is het geen
verrassing dat Philip wordt vermoord. Paus Innocentus III roept in deze
tijd voor de vierde maal op tot kruistocht.
Ditmaal gericht tegen de Moren in Spanje.
Otto IV, 1198-1212
Otto IV is in 1197 door de paus als Rooms-Koning
voor de keizerskroon aangewezen, zodat het Welfse deel van de Duitse keurvorsten
hun zin krijgen. Pas als de concurrent van Otto IV de Staufische Philip
von Swaben in 1208 is vermoord, ligt de weg naar de keizerskroning
door de paus te Rome open. Otto IV verspeelt echter op het laatste moment
alsnog de steun van de paus. Hij geeft namelijk te kennen dat hij geen
pauselijke oppermacht over het keizerrijk zal erkennen. De paus schuift
nu Frederik II, de kleinzoon van keizer Frederik
I Barbarossa, als kandidaat voor de keizerstroon naar voren.
Frederik II, 1212-1250
De
beslissing valt op het slagveld van Bouvines in Frankrijk (1214), tijdens
een van grootste veldslagen tussen de koningen van Engeland en Frankrijk.
Otto IV heeft zich verbonden met Engeland, terwijl Frederik II de Franse
koning steunt. Frankrijk overwint, waarna Frederik II als Rooms-Koning
van Duitsland en keizer wordt ingehuldigd.
De middeleeuwers noemen Frederik II "Stupor Mundi", de verwondering van
de wereld. Als Federico I van Sicilië resideert hij het liefst in Palermo.
Dit eiland heeft hij geërfd van zijn Normandische moeder. Frederik II
staat minder afwijzend tegenover moslims dan andere westerse vorsten,
mogelijk ingegeven door de mengcultuur van Arabische, Normandische, Griekse
en Latijnse elementen die zijn eiland kleurt. Als hij gedwongen wordt
een kruistocht te ondernemen slaagt hij
er in 1229 in om Jeruzalem door onderhandelingen te veroveren.
Aanloop naar het Grote Interregnum
De Investituurstrijd komt nu tot een
hoogtepunt. Pauselijke sleutelsoldaten weten het koninkrijk van Frederik
II in Zuid-Italië te veroveren. Keizerlijke troepen verdrijven hen weer,
maar de ene na de andere paus doet hem in de ban. Dit lijkt eerst geen
effect te hebben. Paus Innocentius IV wordt zelfs door Stupor Mundi naar
Lyon verdreven. Daar doet de paus in 1245 hem opnieuw in de ban. Alle
Duitse vorsten worden van hun eden aan Frederik II ontheven. De keizerlijke
troon wankelt. De tijd van het Grote Interregnum
breekt aan.
|
|