| |
 |
Gijsbert III, 1230-1241
Heer van Bronckhorst en Rekem
|
 |
Een afwijkend wapen
Gijsbert
III van Bronckhorst komt in 1230 voor het eerst in de bronnen voor, zijn
vader Willem
I voor het laatst in 1226. Ergens in de vier tussenliggende jaren
zal Gijsbert III het bewind over de heerlijkheid Bronckhorst van zijn
vader hebben overgenomen. In 1230 wordt Gijsbert III tevens heer van Rekem genoemd.
Gijsbert III is de eerste heer van Bronckhorst van wie een wapenschild
bekend is. Hij voert een dubbelgekanteelde
dwarsbalk. Dit wapen wijkt dus af van het latere wapen met de bekende
zilveren leeuw op een rood veld. Helaas zijn de kleuren van Gijsbert
III's wapen niet overgeleverd. De hier getoonde kleuren zijn dus fictief.
Enkele wapenfeiten
Op 11 juni 1231 schenkt graaf Otto
II van Gelre stadsrechten aan Harderwijk, waarbij Gijsbert III
als getuige aanwezig is. In hetzelfde jaar getuigt hij voor de Utrechtse
bisschop wanneer deze het klooster Betlehem in haar rechten bevestigt.
Gijsbert III huwt Cunigonda van Oldenburg.
Zij is een dochter van graaf Maurits
I van Oldenburg en Salome
van Wickrath. Zij krijgen twee zonen, die zoals gebruikelijk in de
familie der Bronckhorsten Willem
(II) en Gijsbert worden genoemd.
Willem II is voorbestemd om zijn
vader op te volgen, terwijl Gijsbert als geestelijke carrière maakt.
Hij begint als proost in Emmerik en vervolgens wordt hij aartsdiaken in
Utrecht. Gijsbert weet op te klimmen
tot aartsbisschop van Bremen. Het Oldenburgse netwerk van
zijn moeder zal deze toppositie mede mogelijk hebben gemaakt.
Het aartsbisschoppelijke ambt bekleedt hij van 1273 tot zijn dood in
1306.
In 1232 komen Gijsbert III en zijn vrouw handelend voor in een oorkonde
waarin zij tot overeenstemming komen met het kapittel van Zutphen over
de novale tienden die in de Bronkhorster waard zijn ontstaan. Blijkbaar
is daar onenigheid over ontstaan. In 1232 is Gijsbert III wederom
aanwezig wanneer er stadsrechten aan Arnhem te vergeven zijn.
In 1235 treedt Gijsbert III weer samen met zijn vrouw Cunigonda handelend
in een oorkonde op, wanneer zij samen de tienden van Grusink, Lensink en
Ubekink in de parochie Vorden ruilen tegen Venewik in
de parochie Steenderen. In 1237 is Gijsbert III voor de derde en laatste
keer aanwezig bij de schenking van stadsrechten, nu aan Doesburg. Op 27
februari 1241 overlijdt Gijsbert III. In dat jaar volgt zijn zoon Willem
II hem op.
|
|