| |
 |
Willem II, 1241-1290
Heer van Bronckhorst en Rekem
|
 |
Een raadselachtig wapen
 Willem
II, de eerstgeboren zoon van Gijsbert
III, wordt tussen 1237 en 1241 heer van Bronkchorst en Rekem. Hij
voert een ander wapen dan zijn vader; een leeuw met daarover een barensteel.
Dit is een verkorte smalle dwarsbalk met drie of meer hangers in de
bovenhelft van het schild over andere attributen heen geplaatst. Het
staat symbool voor een jongere lijn uit de familie. Het
is vooralsnog een raadsel waarom Willem II dit wapen voert. Zijn vader
zegelde immers met een dubbel gekanteelde dwarsbalk. Mogelijk valt hij
terug op een ouder wapen van de familie, of neemt hij, analoog
aan de familie Wisch, het wapen van zijn vrouw
aan. In ieder geval is hij de eerste heer van Bronckhorst waarvan bekend
is dat hij een leeuw voert.
Willem II is een bekend gezicht aan het Gelderse hof.
Hij getuigt vele malen voor de Gelderse hertog bij allerlei gelegenheden. Ook
treedt hij als scheidsrechter op bij een van de vele geschillen tussen
Gelre en Kleef.
In 1274 treedt hij zelf handelend op wanneer hij met de kosteres van
Elten een horige man ruilt voor een horige vrouw. Een van de belangrijkste
getuigenissen van Willem II is zijn medeborgstelling, als een van de
negentien edelen, bij het huwelijk van Reinald
IV met Margaretha van Vlaanderen.
Legeraanvoerder van stand
 Willem
II trouwt voor 1264 met Ermgard van Randerode.
Zij is een dochter van Lodewijk van randerode en Jutta. Willem II en
Ermgard krijgen zes kinderen: Cunigonda, Gijsbert
(IV), Lodewijk, Jan (Johan),
Heilwig en Floris.
De kinderen komen goed terecht. Cunigonda trouwt met graaf Otto
II van Dalen.
Lodewijk gaat zijn oom Gijsbert na
en wordt geestelijke in Bremen. Hij wordt domproost en domkanunnik in
Hamburg en proost van St. Ansgar in Bremen. Hij overlijdt op 3 april
1329.
Jan wordt ook geestelijke en wordt genoemd als proost van Elst
en Oudmunster (Utrecht). In 1322-1323, en mogelijk ook in 1341, is hij
electbisschop van Utrecht, maar hij weet het niet tot bisschop te brengen.
Jan sterft op 26 juni 1346. Jans wapen bestaat naast de klimmende leeuw
uit het geschakeerde kwartier van Randerode.
Heilwig trouwt met graaf Hendrik van Holstein en zij krijgen vijf kinderen.
Floris, tenslotte, wordt ook geestelijke. Hij wordt genoemd als domproost
in Hadeln, domker in Bremen en, net als Lodewijk,
proost van St. Ansgar in Bremen. In 1307 wordt hij verkozen als elect-aartsbisschop
van Bremen en is voorbestemd om zijn oom Gijsbert in
die functie op te volgen. Zo ver komt het niet, voordat zijn kandidatuur
door de paus bevestigd kan worden overlijdt Lodewijk al.
In 1284 treedt Willem II samen met zijn zoon Gijsbert IV op in een oorkonde
van de graaf van Oldenburg.
Dat
de Bronckhorster familie in hoog aanzien staat blijkt uit het feit dat
Willem II in 1261 en 1264 'vir nobilis' wordt
genoemd. Opvallend is dat hij in de jaren daarna uitsluitend 'dominus'
wordt genoemd. Tijdens de slag
bij Woeringen is Willem II legeraanvoerder van Reinald
I van Gelre.
Willem II overleeft die verloren slag, maar wordt wel gevangen genomen.
Kort daarna heeft hij zich waarschijnlijk vrijgekocht, want in want op
11 december 1288 treedt hij als getuige op in een document waarin Reinald
I erkent dat de graaf van Vlaanderen in zijn nam optreedt.
In 1290
komt Willem II voor de laatste keer voor wanneer hij getuigt voor Godfried
van Borculo, proost
van Zutphen. Na zijn dood volgt zijn zoon Gijsbert
IV hem op als heer van Bronckhorst.
|
|