| |
 |
Heren van Baer
Uit het huis Egmond
Anno 1456
|
 |
Willem van Egmond, heer van Baer, 1456-1483
Na de dood van Walraven van Baer
vererft Baer aan Walburga van Meurs. Dit nichtje
van Walraven is op 22 januari 1437 getrouwd met Willem
van Egmond, de broer van de hertog van Gelre, Arnold
van Egmond. Zo komt de bannerij met kasteel
Baer in huis Egmond terecht.
Toevalligerwijs brengt Willem van Egmond (geboren 1412) zijn jeugd door
aan het hof van hertog Reinald IV van Gelre, zodat
hij geen onbekende is in De Graafschap. Het is in die tijd gewoonte om
jonge knapen aan een bevriend hof op te voeden. Gemeend wordt dat het
hun zelfstandigheid bevordert, een equivalent van het tegenwoordige "op
kamers" gaan wonen.
In 1430 gaat Willem de aanstaande bruid, Catharina
van Kleef, voor zijn broer, hertog Arnold van Gelre, in Lobith ophalen.
Een eervolle taak voor een 22-jarige. In 1437 gebeurt het omgekeerde als
hertog Arnold in Venlo de bruid van Willem ophaalt.
Als hun vader Jan II van Egmond overlijdt, doet
Willem afstand van 31 boeken die deze bezit ten faveure van zijn broer
hertog Arnold van Gelre. Een uniek kijkje in het boekenbezit van lokale
heren. Zo zitten er religieuze en juridische boeken tussen, maar ook typische
'ridder'-boeken over het africhten van valken en sperwers en over het
mennen van paarden. Willem behoudt het boek met de titel "Dat boeck de
proprietatibus rerum", een natuurwetenschappelijke encyclopedie.
Rond 1468 komt Willem op voor de rechten van zijn broer hertog Arnold
als deze door zijn zoon Adolf van Egmond gevangen wordt gehouden. Deze
Gelderse perikelen vinden hun dieptepunt in de slag bij Straelen in 1468.
Willem wordt in 1471 (nogmaals?) door zijn broer hertog Arnold bevestigd
in alle rechten betreffende de heerlijkheid Baer als vrij goed. Bij deze
bevestiging blijken Ellecom en Ochten ook tot de bezittingen te behoren.
In 1473 wordt hij stadhouder in dienst van hertog Karel van Gelre. Op
17 januari 1483 komt Willem te overlijden en hij wordt Grave begraven.
Jan III, graaf van Egmond, heer van Baer,
1483-1516
Jan III wordt geboren op 3 april 1438 op kasteel Hattem. Hij zal de
bijnaam Manke Jan verwerven ter onderscheid van alle andere Jannen uit
het huis Egmond. In 1484 trouwt hij met gravin Magdalena
van Werdenberg.
Jan III van Egmond steunt keizer Maximiliaan
I van Habsburg bij zijn aanspraken op Gelre. In 1477 wordt hij diens
kamerheer. Als blijk van waardering wordt hij in 1486 tot eerste graaf
van Egmond verheven. Om een bijdrage aan de strijd te leveren onderneemt
Jan III vanuit zijn kasteel Baer
aan de IJssel rooftochten naar Arnhem en Doesburg. Hertog Karel van Gelre
(eveneens uit het geslacht Egmond!) besluit om samen met de bannerheer
van Bronckhorst en de steden Doesburg en Zutphen kasteel Baer aan te vallen.
Jan III zoekt en vindt nog enkele bondgenoten in Otto
van Buren, de heer van IJsselstein. Dat mag echter niet baten, op
Hemelvaartsdag 1495 moet hij zich overgeven. Het kasteel wordt volledig
met de grond gelijk gemaakt en nadien niet meer herbouwd. Het gelijknamige
stamslot van de heren van Baer is nu samen met
hen verdwenen.

Einde aan de overerving
Uiteindelijk zal de bannerij vererven aan Lamoraal,
de vierde graaf van Egmond. Deze verkoopt in 1562 de bannerheerlijkheid
met het verwoeste kasteel aan Diederick van
Bronkhorst-Batenburg, heer van Anholt.
Hiermee komt aan de eeuwenlange overerving een einde. Uiteindelijk komt
de heerlijkheid door koop en verkoop in handen van de Staten van Gelderland.
Graaf Lamoraal van Egmond speelt overigens nog een belangrijke rol in
de politiek van de Nederlandse edelen onder leiding van prins Willem
van Oranje tegen koning Philips II van Spanje.
Als gevolg hiervan wordt hij op 5 juni 1568 samen met de graaf van
Hoorne, op last van Alva, te Brussel onthoofd.
|
|