"Heren van Wisch op Oud-Wisch"

Bijbehorende noten

Verantwoording

Link naar voetnoten en literatuurverwijzingen Om de leesbaarheid op het web te verhogen heb ik er voor gekozen de tekst niet te ontsieren door voetnoten en literatuurverwijzingen. De geraadpleegde bronnen en literatuur zijn op een aparte pagina verzameld.
Langzamerhand zal op deze literatuurpagina een volledig notensysteem worden gerealiseerd. Voor oudere hoofdstukken geldt dat pas bij een revisie noten worden toegevoegd.
Meer over ontstaan, doel en de uitgebreide verantwoording van deze site.

Terug naar hoofdstuk.

  1. J. de Groot, Nog iets over de oudste generaties van het geslacht der Heeren van Wisch, In: De Nederlandsche Leeuw, Jaargang LI, nr.12, 1933, kolom 464.
    J.M. van Winter, Ministerialiteit en ridderschap in Gelre en Zutphen, S. Gouda Quint - D. Brouwer en zoon, Arnhem, 1962, p181, 354-355.
    H.L.J. Kolks en B.J. Dorresteijn, Met het oog op Silvolde, De IJsselstroom, Ulft, 1988, p20.
  2. A.H. Martens van Sevenhoven, Bijdrage tot de geschiedenis van de heeren en de heerlijkheid van Wisch, In: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel XXXIII, S. Gouda Quint, Arnhem, 1930, p80, 82.
    J. de Groot, 1933, kolom 464-466.
    P. Moors, Het oude en het nieuwe huis van Wisch, Contactorgaan ADW, Oudheidkundige Werkgemeenschap A.D.W., april, 1987, p40.
    J. Harenberg, Kastelen in Oost-Gelderland, Walburg Pers, Zutphen, 1993, p44.
  3. WUB III, 574.
    J. de Groot, 1933, kolom 462-464.
    P. Moors, 1987, p40.
  4. J.D. Wagner en W.G. Feith, De Heeren van de heerschap Wisch uit de Edele Heeren van dien naam, In: De Nederlandsche Leeuw, Jaargang XLIV, 1924, kolom 71.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p83.
    J. de Groot, 1933, kolom 460-461.
    J.M. van Winter, 1962, p216, 355.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, Middeleeuwse kastelen van Gelderland, Uitgeverij Elmar B.V., Rijswijk, 1984, p98.
    H.L.J. Kolks en B.J. Dorresteijn, 1988, p20.
    J. Harenberg, 1993, p45.
    B. te Vaarwerk, Kwamen de heren van Borculo uit Eibergen?, In: Kleine Reeks, nr. 3, Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo, Kousman B.V., Borculo, 1995, p37.
  5. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 71.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p83-84, 87.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p98.
    H.L.J. Kolks en B.J. Dorresteijn, 1988, p20.
    J. Harenberg, 1993, p45.
  6. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 72.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p86-87, 89.
    J. de Groot, 1933, kolom 461-463.
    P. Moors, 1987, p43.
    H.L.J. Kolks en B.J. Dorresteijn, 1988, p20-21.
    J. Harenberg, 1993, p45.
    J. Kuys, Drostambt en schoutambt - De Gelderse ambstorganisatie in het kwartier van Zutphen (ca. 1200-1543), Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1994, p121.
  7. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 72.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p84, 92-93.
    J.M. van Winter, 1962, p216, 355.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p98.
    B.D.J., De schijnwerpers op het huis Wisch op de Hoven, Contactorgaan ADW, Oudheidkundige Werkgemeenschap A.D.W., april, 1987, p48.
    H.L.J. Kolks en B.J. Dorresteijn, 1988, p21.
    J. Harenberg, 1993, p47.
    J. Kuys, 1994, p51.
  8. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 73-74.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p92-95.
    J.M. van Winter, 1962, p184, 355.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    P. Moors, 1987, p44.
    B.D.J., 1987, p48.
    J. Harenberg, 1993, p47.
    G. Nijsten, Het Hof van Gelre, Cultuur ten tijde van de hertogen uit het Gulikse en Egmondse huis (1371-1473), Kok Agora, Kampen, 1993, p236, 303 n57.
    J. Kuys, 1994, p107-108, 110, 117, 119, 121-123, 150.
  9. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 74.
    J.M. van Winter, 1962, p190.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    J. Harenberg, 1993, p47.
  10. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 74.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    J. Harenberg, 1993, p47.
  11. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 74.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    B.D.J., 1987, p48.
    J. Harenberg, 1993, p47.
  12. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 74.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    B.D.J., 1987, p48.
    J. Harenberg, 1993, p47.
  13. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 74-75.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    B.D.J., 1987, p48.
    J. Harenberg, 1993, p47.
  14. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 75.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p94-95.
    F.M. Eliëns en J. Harenberg, 1984, p101.
    P. Moors, 1987, p44-45.
    J. Harenberg, 1993, p46.
    J. Kuys, 1994, p56.
  15. J.D. Wagner en W.G. Feith, 1924, kolom 75.
    A.H. Martens van Sevenhoven, 1930, p79.
    J. Harenberg, 1993, p47-48.

Terug naar hoofdstuk.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende III des Sonnedages op Onnozele Kinderen dach.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 2003-2009

Deze tekst is geplaatst op 28 december 2003. Laatste wijziging: 15 februari 2009.