| |
 |
Heren van Verwolde
Anno 1182
|
 |
Heraldiek
 Het
wapen van de heren van Verwolde wordt als volgt beschreven: "In sabel
3 koeken van goud, staande 2 en 1." De koeken zijn eeuwen later opgenomen
in het wapen van de gemeente Laren en toen deze opging in de gemeente
Lochem in het wapen van Lochem.
Het wapen heeft een nauwe relatie met de schelpen van Keppel,
hetgeen zoals hieronder zal blijken geen toeval is. Baron
Schimmelpenninck van de Oije vermoedt dat het wapen van Verwolde
in onduidelijke vorm is overgeleverd en dat de koeken eigenlijk schelpen
moeten zijn.
Derck III
van Keppel van Verwolde, 1346-1356
De heren van Keppel zijn van oudsher eigenaren
van Verwolde. Deze familie is zeer wijd vertakt en zeer beperkt in de
naamgeving van de kinderen (Derck, Hendrik of Wolter), zodat verschillende
interpretaties mogelijk zijn. Hier volgt een mogelijke interpretatie,
waarin ongetwijfeld verbeteringen mogelijk
zijn.
De oudste
gegevens stammen uit 1182 wanneer Wolter
I van Keppel in verband met Verwolde
wordt genoemd. De eerste met name genoemde heer van Verwolde is
Derck III die zich in 1346 leenheer mag noemen van een goed Varenwolde.
Derck
III is een zoon van Derck II
van Keppel.
In 1324 is hij als 'knape' getuige bij de bevestiging van de Zutphense
stadsrechten door graaf Reinald
I. Daarna
komt hij waarschijnlijk in 1326 voor als Diedrick, wanneer hij als
hulder het goed Deedingsweerde ontvangt
ten behoeve van zijn broer Henric van Keppel van
Westerholt.
Waarschijnlijk laat Derck III het kasteel
Verwolde bouwen,
omdat het Keppelse stamslot na
de dood van zijn broer Wolter
III in 1330 aan de familie
Van Voorst vererfd. Verwolde wordt het
nieuwe stamslot van de Keppelse familie en Derck III de stamvader van
de tak Keppel van Verwolde. In
de
strijd tussen de Heekerens
en de Bronckhorsten behoort Derck III tot de partij van de Heekeren
en een versterkt huis kan in die tijd geen kwaad.
In 1331 komt Derck III als Gelders getuige wederom voor als knaap,
wanneer Hubert Schenk van Kuilenburg zijn
huis opdraagt aan de graaf van Gelre en in hetzelfde jaar getuigt hij
bij het huwelijk van Reinald
II en Eleonora.
Derck
III is volgens overlevering met Aleyd
van Aeswyn.
Zij krijgen een zoon die zij Derck (IV) noemen.
In 1345 wordt Derck III genoemd als richter van de Veluwe en treedt hij
op als raadslid van Eleonora.
In 1356 wordt opnieuw een Derck van Keppel in verband met Verwolde genoemd,
waarvan onduidelijk is of hij te vereenzelvigen is met Derck III of zijn
zoon Derck (IV). Op deze site nemen we
aan dat hij Derck III's zoon is.
Derck IV van
Keppel van Verwolde, 1356-1375
 In
1356 wordt de opvolger van Derck
III, Derck
IV, door Sweder I van Voorst
en Keppel
beleend met Verwolde. Opvallend is dat Derck IV daarbij ridder wordt
genoemd, een titel die zijn vader nooit gedragen heeft.
Derck IV van Keppel van Verwolde trouwt twee keer. De eerste echtgenote is niet
met zekerheid bekend, maar dit kan een De Rode van
Heekeren zijn. Zijn tweede vrouw is Jacoba
van Hackfort. Mogelijk is zij een dochter van Jacob
I van der Welle en Catharina
van Bronckhorst, omdat pas in die generatie een aparte generatie Van Hackfort
valt te vinden. Derck IV krijgt vier zonen en een dochter: Derck
(I), Reinold, Wolter, Hendrik en Arnolda maar
uit welk huwelijk de kinderen spruiten is niet overgeleverd. Van Arnolda is bekend
dat zij trouwt met Hendrik
van Dorth.
In 1358 treedt Derck IV op als raadslid voor zowel hertog
Reinald III als Eduard.
In 1359 is hij getuige bij het Gelders-Kleefse verbond en in 1360 treedt
hij op als leenrechter. Wanneer het stof van de machtswisseling
aan het Gelderse hof is neergedaald ziet Derck IV samen met zijn
zoon Derck V af van zijn vordering op
hertog Eduard. In 1368 is hij
getuige bij het vaststellen van de huwelijkse voorwaarden tussen Eduard
en Catharina
van Beieren.
In 1375 getuigen de vier broers bij de Zutphense landvrede en is hun
vader blijkbaar overleden. Niet Derck V, de oudste zoon, maar Wolter
volgt zijn vader
in Verwolde op. Derck I sticht
een nieuwe zijtak van de complexe Keppelse stamboom en noemt naar zijn
nieuwe goed Van Keppel Van Woolbeek.
Wolter I van
Keppel van Verwolde, 1375-1400
Wolter I komt bijzonder weinig in de bronnen voor. Niettemin is bekend
dat hij is getrouwd met Gostouwe (Gustave),
erfgename van Herman
van Wesenberg.
Zij krijgen een zoon, die zij naar grootvader Derck
(V) noemen.
In 1400 wordt Gostouwe
beleend met Wesenberg. Haar zoon Derck V treedt daarbij op als hulder,
omdat Gostouwe als vrouw geen rechtshandeling kan plegen. Daar Wolter
I niet als hulder optreedt valt te vermoeden dat hij al overleden is.
Derck V
van Keppel van Verwolde, 1400-1444
Derck V volgt in 1400 zijn vader in Verwolde op. Hij wordt na
de dood van zijn moeder in 1410 ook beleend met Wesenberg.
Derck V's vrouw is onbekend gebleven, maar zijn vijf kinderen niet: Wolter
(II), Hendrik, Herman,
Derck en Gostouwe.
Hendrik (†1476) is domheer in Munster en maakt naam als geleerde
met onder andere een geschrift over de Duitse grammatica. Gostouwe trouwt
met Jacob III van Hackfort.
Over de dagelijkse bezigheden van Herman is vooralsnog niets bekend. Hij
is twee maal getrouwd, achtereenvolgens met Gostouwe,
een vrouw van onbekende herkomst, en met Lutgard
van Ittersum. Over
Derck is (nog) niets bekend. Gostouwe,
Derck V's dochter, trouwt met Jacob
III van Hackfort.
Op 14 mei 1418 behoort Derck V tot de ondertekenaars van het verbond tussen
de ridderschap en de steden. In 1436 is het verbond aan aan bevestiging
toe en is Derck V wederom van de partij. Na deze ondertekening is geen
activiteit van Derck V bekend. In 1444 wordt zijn zoon Wolter
II met Wesenberg
beleend, zodat aangenomen mag worden dat Derck V kort daarvoor is overleden.
Wolter II volgt hem ook in Verwolde op.
Wolter II van Keppel van Verwolde,
1444-1495
Wolter II trouwt twee maal. Net als zijn broer Herman trouwt
hij met een Ittersumse dochter; Wichmoet.
Wanneer zij overlijdt hertrouwd hij Willemina
de Rode van Heekeren. Wolter II en Wichmoet krijgen vier kinderen:
Derck (VI), Wolter, Rudolf en Nese.
Laatstgenoemde trouwt met Frederik van Senden.
In 1436 treedt hij samen met zijn twee broers
op als getuige. In 1459 is hij betrokken bij het magescheid bij de erven
van Claes
ter Cluesen.
Blijkbaar zijn er wat spanningen bij de erven ontstaan, want in 1460
moet Wolter als een van de 'geschietsluede'
uitspraak bij de door Johan ter Cluesen gepleegde
doodslag van
Johan Boevink. In 1462 en 1469 komt Wolter
II voor als getuige voor hertog Adolf
van Gelre.
In 1472 wordt Wolter als aanhanger van hertog Adolf van Gelre uitgesloten
van verzoening met de nieuwe hertog Karel van Gelre en
Bourgondië. In 1480 is Wolter II present bij de ondertekening van
het verdrag tussen koning Lodewijk van Frankrijk, Gelre en Munster om elkaar
te ondersteunen in de strijd tegen Oostenrijk en Kleef. De laatste activiteit
van Wolter II stamt uit 1490 wanneer de ridderschap van Gelre elkaar beloofd
bij te staan wanneer zij schade ondervinden van het conflict tussen Johan
II van Wisch en de bisschop van Utrecht.
Wolter II overlijdt in of kort voor 1495, want dan wordt zijn zoon DerckVI met
Wesenberg beleend.
Derck VI van
Keppel van Verwolde, 1488-1531
Merkwaardigerwijs is Derck VI al voor het overlijden van zijn vader
Wolter II met Verwolde beleend
en pas na diens dood met Wesenberg. In 1488 mag hij zich al heer van
Verwolde noemen.
Derck VI treedt maar liefst driemaal
in het huwelijk. In 1478 met Cunegonda
van Heekeren, genaamd Rechteren, in 1510 met Johanna
van Keppel van de Woolbeek en tenslotte met Agnes
ter Bruggen. De eerste echtgenote, Cunegonda, is een dochter
van Otto van Heekeren genaamd
Rechteren en Stefania
van Ruttenberg,
Johanna is een
dochter van Herman van Keppel van
de Woolbeek en Aleid de Rode van
Heekeren en Agnes, tenslotte, is een een dochter van Hendrik
ter Bruggen.
Uit het eerste huwelijk stamt een zoon, Frederik.
Uit het tweede huwelijk drie zonen: Joachim, Johan en Derck,
die later de bijnaam 'Duvel Derck' krijgt en een dochter Cunera.
Uit het derde huwelijk zijn geen kinderen bekend.
In 1505 verovert hertog Karel van Gelre naast de steden Groenlo en Lochem
ook de kastelen Bronckhorst
en Keppel. Daar Verwolde nog altijd
een leengoed is van Keppel en Derck VI de zijde van de hertog heeft
verlaten, heeft de hertog kasteel
Verwolde
"mit sijner gerechticheit mijtten sweerde genomen
in'd ingekregen". De hertog stelt vervolgens ritmeester Dirk
Vaight aan met enkele manschappen en laat het beschadigde kasteel herstellen.
Hierbij worden de verdedigingswerken niet vergeten. Hertog Karel vindt
het kasteel van grote waarde als grensvesting met het Oversticht.
Dit
mag echter niet baten. De vijanden van de hertog is dit bolwerk een doorn
in het oog. Op 19 april 1510 wordt opnieuw voor de poorten van Verwolde
gestreden. Het zeer weerbare kasteel wordt door bisschop Frederik
van Baden uit Deventer samen met Floris van
Egmond en Jacob van Batenburg uit Anholt
met 1600 paarden, 3000 voetknechten en 500-600 wagens belegerd. Rondom
het kasteel liggen "drie grote en diepe grachten
ende drie wallen, alle met hagedoren bepoot, die seer hooge ende dikke
waren". De belegeraars slagen er desalniettemin in om kasteel
Verwolde bij de derde aanval stormenderhand te nemen, waarop zij het
tot op de grond toe afbreken. De bisschop geeft de opdracht de wallen
af te graven en met het zand de grachten te dempen, zodat kasteel Verwolde
niet meer als weerbare vesting zou kunnen dienen. Van deze roerige tijd
zijn nog twee kogels bewaard gebleven, die in de bibliotheek van huis Verwolde worden bewaard.
In 1513 wordt Derck VI door hertog Karel
in genade aangenomen. Hij krijgt zijn oude rechten terug en vrij snel
daarna laat hij zijn kasteel herbouwen.
Derck VI overlijdt in 1531. Verwolde gaat nar zijn oudste zoon Frederik,
terwijl Joachim de Woolbeek krijgt
en 'Duvel' Derck het in 1508 aangekochte (Nieuw)
Oolde.
Frederik van
Keppel van Verwolde, 1531-1546
Frederik is de zoon van Derck VI
en de laatste mannelijke erfgenaam van het geslacht Van Keppel van
Verwolde. Uit zijn in 1523 gesloten huwelijk met Catharina
Grubben
komt alleen een dochter voort, Cunegonde. Bij
haar huwelijk met Alart van Haeften komt
het inmiddels tot heerlijkheid uitgegroeide goed in het geslacht Van
Haeften. Na de Middeleeuwen
blijft het kasteel bestaan, maar wordt het talloze malen verbouwd tot
een buitenhuis.
|
|