Huis Keppel, anno 2000.

Heren van Keppel

Anno 1180

Wapen van Keppel.

Al vroeg bekend

Kasteel Keppel, anno 2000.Het geslacht Keppel is een oude, wijdvertakte familie met vele bezittingen. Het behoort tot de vrije adel en bezit naast allodiale goederen ook goederen die het rechtstreeks van de Duitse keizer in leen heeft ontvangen. Verder wordt het door de graven van Gelre met goederen beleend.
De genealogie van de familie is lastig te ontwarren doordat er ook een wijdvertakt Munsters ministeriaal geslacht Van Keppel van de Nijenborch bestaat, dat ook goederen bezit in De Graafschap.
De eerste heer van Keppel wordt genoemd in een gedicht over de Grimbergse oorlog, die omstreeks 1140 wordt gevoerd. De vrome, sterke en fiere heer Kepple uit Gelderlant strijdt aan de zijde van de Brabantse ridder Aernout van Grimbergen tegen de nieuw benoemde hertog van Lotharingen.

Wolter I van Keppel, 1180-1207

Wolter (Wolterus) I wordt beschouwd als de stamvader van het geslacht Keppel. Hij wordt al in 1180 genoemd als hij samen met graaf Hendrik van Gelre en andere edelen grond schenkt aan het te stichten klooster Betlehem bij Doetinchem. Wolter I wordt in 1182 genoemd als de eigenaar van het goed Verwolde bij Lochem. In 1200 schenkt hij nogmaals goederen aan het pas gestichte klooster Betlehem. In 1203 treedt hij op als borg voor de graaf van Gelre, als deze in handen van de hertog van Brabant is gevallen. Hetzelfde gebeurt nogmaals in 1207.

Theodericus I van Keppel, 1207-1227

Theodericus (Derck of Dirk) I treedt in de voetsporen van zijn vader als hij na 1207 goederen aan het klooster Betlehem schenkt. In 1227 overlijdt Theodericus I in de slag aan de Ane of aan de gevolgen hiervan.

Kasteel Keppel, anno 1730 (Cornelis Pronk).

Wolter II van Keppel, 1227-126?

Wolter II wordt genoemd in 1253 als hij als getuige optreedt voor Otto II. Verder is er niets over hem bekend.

Theodericus II van Keppel, 126?-1300

Theodericus II is de eerste heer van Keppel die in het huisarchief van Keppel voorkomt. Hij draagt het vrije goed Keppel op aan de graaf van Kleef, alhoewel zijn relatie met Reinald I van Gelre niet slecht is, want hij treedt meermalen als borg op.
Theodericus II is getrouwd met Beatrijs van Meurs. Het gravengeslacht Meurs is niet onbekend in De Graafschap. De heren van Keppel bezitten goederen die grenzen aan die van Meurs, zodat dit huwelijk ook politiek ingegeven zal zijn. Het feit dat de heren van Keppel een grafelijke dochter kunnen trouwen duidt erop dat ook zij van hoge adellijke afkomst zijn. Theodericus en Beatrix krijgen in ieder geval twee zonen, die zij (verrassenderwijs) Wolter (III) en Derck noemen.
In 1288 vecht Theodericus II aan Gelderse zijde mee in de slag bij Woeringen. Een held is hij echter niet, want als een van de eersten slaat hij op de vlucht.
In 1290 staat hij borg voor graaf Reinald I van Gelre als deze zijn graafschap moet verpanden. In 1300 treedt hij op als borg voor de graaf van Kleef.

Wolter III van Keppel, 1300-1330

Kasteel Keppel, anno 2000.Wolter III is getrouwd met Jutta van der Sluse. Zij krijgen geen zonen, maar vruchtbaar is het huwelijk wel. Zij worden gezegend met maar liefst acht dochters, waarvan de oudste Beatrijs wordt gedoopt.
In 1312 raakt Wolter betrokken in een gewapend conflict met Otto van Bylant en Borre van Doornik, waarin hij wordt bijgestaan door graaf Reinald I van Gelre. Wolter III lijkt aanvankelijk op goede voet te staan met Reinald I. Hij valt Reinald I af als diens zoon Reinald II zich tegen zijn vader gaat verzetten.
In 1313 treedt Wolter III als getuige op. In 1316 wordt hij als raadsvriend genoemd en in 1318 wordt hij leenman van Gelre in Overrijn. Na opnieuw een getuigenis in 1324 wordt hij in dat jaar samen met zijn broer Derck als raadslid genoemd. Wolter III staat ook op goede voet met de Utrechtse bisschop, want hij wordt in 1327 als schout van Salland belast met het bestuur van een gedeelte van het Oversticht.
De goede relatie met Utrecht is in 1330 voorbij, want Wolter III verklaart samen met andere Sallandse edelen de oorlog aan de bisschop. Als Wolter III in datzelfde jaar komt te overlijden sterft het geslacht Keppel met hem. Zijn erfdochter Beatrijs trouwt in 1330 net voor het overlijden van haar vader met Roderic I van Voorst, zodat de heerlijkheid in het geslacht Voorst terecht komt. Deze heren gaan zich voortaan Van Voorst en Keppel noemen.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende I des Sonnedages op sunte Agnes dach, dat was op ten een ende twintigsten dach der maent van Januarii.

Creative Commons LicenseAlfred Stern, 2001
met een bijdrage van Arno Maan

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 21 januari 2001. Laatste wijziging: 29 september 2001.