| |
 |
Heren van Ruurlo
Anno 1326
|
 |
Steven I van Roderlo, 1326-1330
De eerste "Van Ruurlo" die in de bronnen met de achternaam Ruurlo voorkomt
is Becelinus de Ritherlo, die omstreeks
1130 in diverse (vervalste) oorkondes genoemd wordt.
De eerste die in verband met kasteel
Ruurlo wordt genoemd is Steven I van Roderlo. Hij heeft in 1326 de
"hoff te Roderlo ende alle sin guet, dat hi daer
heft" in leen van Reinald I.
Over Steven I's familie is weinig bekend. Mogelijk heeft hij een zoon
die ook Steven (II) heet.
Vermoedelijk
is Steven I niemand minder dan Steven
I van Wisch (†1329). Ruurlo is dan mogelijk de huwelijksgift die zijn
echtgenote Jutte heeft meegekregen.
Jutta is een dochter van Hendrik
III van Borculo, zodat in deze aanname Ruurlo
een afsplitsing is van de heerlijkheid Borculo.
Een aantrekkelijke hypothese, die vooralsnog alleen steunt op een overeenkomst
in namen en jaartallen.
Onmogelijk is de gestelde aanname niet. Van Steven
I van Wisch is bekend dat hij een gelijknamige zoon heeft. Deze volgt
hem dan in Ruurlo in 1329 op.
Steven II van Roderlo, 1329-1337
Als een van de jongste zonen van Steven I
en Jutte zal Steven II van Roderlo
rond 1290 of nog later zijn geboren. Hij zal zijn vader niet lang overleven,
want hij is waarschijnlijk voor 1337 overleden.
Mogelijk is deze Steven II de eerste heer van Ruurlo en ontloopt hij geschreven
bronnen door zijn korte optreden in de historie. In deze hypothese
krijgt hij zijn moeders huwelijksgift mee als erfdeel. Na de vroegtijdige
dood van Steven II is zijn vermoedelijke zoon Steven
(III) mogelijk nog minderjarig en treedt Steven II's broer of zwager
Lambert op als voogd.
Lambert van Roderlo, 1337-1355
Lambert komt in de bronnen niet voor als heer van Ruurlo, maar in 1355
transporteert zijn dochter Jutte (mogelijk
vernoemd naar Jutte van Borculo), samen met haar man Ingram
van Holthuisen, het huis te Ruurlo aan Steven
III. Een verklaring kan zijn dat Lambert in of voor 1355 is overleden,
zodat Steven III nu zijn rechten opeist. Later zal blijken dat de Ruurlose
rechten over meerdere families zijn verspreid.

Steven III van Ruurlo, 1355-1402
Vanaf 1355 is Steven III heer van Ruurlo. Hij is misschien een zoon van Steven
II, maar andere relaties zijn ook mogelijk. Steven III heeft mogelijk een zoon die Hendrik
heet, maar zeker is dit allerminst. Meer voor de hand ligt dat de familie
Van Ruurlo met Steven III is uitgestorven.
Opvallend is dat na Steven III's dood Ruurlo
alsnog (of opnieuw) in de familie Holthuisen komt, want in 1402 wordt
Roelof van Holthuisen, een zoon van Ingram
en Jutte met Ruurlo beleend. Mogelijk is Hendrik
aan deze familie verwant en draagt hij via hen rechten op Ruurlo.
Roelof van Holthuisen, 1402-1404
Roelof van Holthuisen wordt in 1402 met het huis beleend en is de opvolger
van Steven III van Roderlo. Roelof is
voor 1383 getrouwd met Bertha, dochter van
Hendrik van Ampsen en Ermgard
van Dorth. In 1375 komt hij voor bij de Zutphense Landvredebrief.
Roelof is niet voor lang heer van Ruurlo, want hij overlijdt mogelijk
al voor 1405 zonder nageslacht achter te laten. Na hem worden zijn nicht
Elsabé en Hendrik
van Roderlo met Ruurlo beleend.
Bertha van Ampsen hertrouwt voor 1412 met
Jacob I van Heekeren. Zij krijgt het vruchtgebruik
van Ruurlo. De weduwe en haar nieuwe echtgenote blijven vervolgens in
Huis Ruurlo wonen, want in 1417 stuurt de stad Zutphen een bode naar Jacob
I in Ruurlo.
Hendrik van Roderlo, 1404-1420
Hendrik van Roderlo is moeilijk te plaatsen. In de literatuur wordt
hij soms gezien als een zoon van Steven III,
maar in dat geval is het vreemd dat hij zijn vader niet onmiddellijk opvolgt
als heer van Ruurlo. Zijn afkomst is mysterieus. Mogelijk is hij ergens
te plaatsen in de familie Heekeren tot Wissink en komen zijn rechten op
Ruurlo voort uit deze familie.
Een jaar na de belening van Hendrik wordt ook Elsabé
van Holthuisen met Ruurlo beleend. Elsabé (Elisabeth) is een dochter
van Craft van Holthuisen, een broer van
Roelof. Elsabé is de eerste keer getrouwd
met Evert van den Holte en de tweede keer met
Wolter van Herner. Uit het tweede huwelijk
stamt een dochter die Mechteld heet. Mechteld
trouwt evenals haar moeder ook twee keer. Eerst met Jan
van Merwyck en vervolgens met Jan Baldersch.
Brant van Roderlo, 1420-142?
Brant (Berend) van Roderlo is een zoon van Hendrik.
Hij volgt zijn vader in 1420 op als (gedeeltelijk) heer van Ruurlo. Van
Brant zijn geen kinderen bekend. Hoogstwaarschijnlijk verkoopt hij na
1424 zijn rechten aan Jacob I van Heekeren.
Jacob I van Heeckeren, 1420-1440
 Over
de afkomst van Jacob I van Heeckeren bestaan veel vermoedens, maar weinig
zekerheden. In ieder geval wordt hij erkend als de stamvader van de nog
bestaande familie. Hij trouwt de eerste keer met Bertha
van Ampsen (†1428) en een tweede keer met Elisabeth
van Keppel genaamd Oolde. Uit dit tweede huwelijk stamt zijn zoon
Evert (I).
Jacob I is in 1418 aanwezig bij het verbond tussen de Gelderse ridderschap
en de steden, evenals bij de vernieuwing hiervan in 1434.
Op 14 mei 1420 koopt Jacob I van Heekeren gedeeltelijke rechten op Ruurlo
van Johan van Heekeren tot Wissink
en zijn zoon Hendrik. Hoe deze laatste
aan deze rechten komt in onduidelijk. Hij noemt zich "oldeste manbuert
en recht erfghename" van zijn neef Roelof
van Holthuisen.
In 1424 vernieuwen Brant, Jacob I en Mechteld
van Herner hun leeneed. Aanleiding is mogelijk het overlijden van
Elsabé van Holthuisen. Dit is de laatste
keer dat verschillende families bij het vernieuwen van een leeneed voor
Ruurlo zijn betrokken. Vanaf 1424 wordt alleen de familie Van Heekeren
in verband met Ruurlo genoemd. Hoogst waarschijnlijk heeft Jacob I van
Heekeren alle rechthebbenden uitgekocht. Mechteld
van Herner heeft in ieder geval in 1425 afstand van haar recht op
Ruurlo ten faveure van Jacob I. Jacob I is voor 1440 overleden, want in
dat jaar wordt zijn zoon Evert I met Ruurlo
beleend.
Evert I van Heekeren, 1440-150?
 In
1440 volgt Evert I zijn vader op. Hij is dan nog minderjarig, want zijn
oom Evert van Heekeren genaamd Oolde
legt de eed voor hem af. Evert I trouwt op 3 augustus 1458 met Eylarda
van Metelen, vrouwe van Nettelhorst, bij wie hij twee zonen verwekt:
Jacob (II) en Evert.
Evert I is naast heer van Ruurlo door Gijsbert
V van Bronckhorst aangesteld als drost en richter van Borculo. In
1492 wordt hij vrijgesteld van een borg ten behoeve van Jacob
van Hackfort.
In 1465, 1473 en 1484 vernieuwt Evert I zijn leeneed voor Ruurlo. Evert
I is een aanhanger van hertog Adolf van Gelre,
maar ziet zich in 1481 genoodzaakt Maximiliaan
I als opperheer te erkennen. Bij een notaris laat hij samen met andere
Adolf gezinde edelen vastleggen zijn hij zijn eed van trouw voor Maximiliaan
I onder dwang heeft afgelegd. Het is niet verwonderlijk dat hij in 1499
tot de eersten behoort die Karel van Gelre als
hertog erkennen.
Evert I overlijdt tussen 1505 en 1509. Zijn zoon Jacob
II volgt hem op.
Jacob II van Heekeren, 150?-1509
Jacob II volgt zijn vader tussen 1505 en 1509 op als heer van Ruurlo
en Nettelhorst. Al is het goed mogelijk dat Jacob II nog voor zijn vader
overlijdt. Zijn vader heeft een zeer respectabele leeftijd bereikt, zodat
voor Jacob II hoe dan ook weinig tijd als heer van Ruurlo kan doorbrengen.
Er is geen tijd om Jacob II met Ruurlo
en Nettelhorst te belenen, want hij overlijdt al in 1509.
Jacob II trouwt op 22 maart 1507 met Aleid van Keppel.
Het paar krijgt een zoon, die zij Evert (II)
noemen.
Evert II van Heekeren, 1509-1562
 Evert
II wordt in 1509 als zuigeling beleend met Ruurlo
en Nettelhorst. Hierbij treedt zijn oom Dirk van
Keppel als hulder op. In 1532 legt Evert II zelf de eed af.
Evert II trouwt voor 1534 met Agnes
(†1566), dochter van Berend van
Hackfort en Margaretha van
Egmond. Zij krijgen dertien kinderen, waarvan Margaretha,
Mechteld, Jacob
(III), Evert (III), Catharina
en Joost bij naam bekend zijn. Oude genealogieën
wijzen het paar vierentwintig kinderen toe en Evert II vijfentwintig bastaarden!
Met deze nieuwe generatie worden de Middeleeuwen verlaten, zodat hun nazaten
buiten de tijdspanne van deze site vallen.
Evert II weet zich bijzonder goed aan het strijdgewoel om hem heen te
onttrekken. Hij bekommert zich blijkbaar meer om het verwekken van nageslacht.
Ook al is hij de schoonzoon van de bekende legeraanvoerder Berend
van Hackfort, Evert II komt nauwelijks in de bronnen voor. In 1538
behoort Evert II wel tot de bezegelaars van het erfverdrag van Gelre.
In 1544 zweert Evert II zijn nieuwe leenheer Karel
V trouw en in 1556 nogmaals ten overstaande van Philips
II.
In 1558/9 doen Evert II en Agnes
afstand van hun recht op de Schuilenburg
ten faveure van Philips II. Vlak voor zijn dood wordt Evert II door Philips
II aangesteld als opvolger van als stadhouder en richter van de lenen
van Gelre en Zutphen.
In 1552 regelt Evert II bij testament dat na zijn dood zijn oudste zoon
Ruurlo zal krijgen en zijn jongste
Nettelhorst. Nog voor zijn dood draagt hij op 18 maart 1557 huis Nettelhorst
over aan zijn jongste zoon, Evert III. De oudste zoon, Jacob
III, krijgt Ruurlo pas na zijn dood in 1562. Tot
1978 zal de familie Van Heekeren huis Ruurlo in hun bezit houden.
|
|