Lubbert van Swane, 1272 De eerste heer van Swanenburg is een zekere Lubbert van Swane. Hij wordt
in 1272 genoemd als eigenaar van het goed Brummeling bij Werth. Dit goed
heeft hij in erfpacht gekregen van het Sticht Xanthen.
Willem I van Swanenburg, 1318-1364 De mogelijke opvolger van Lubbert stamt
uit een ander geslacht. In 1280 trouwt Christina
van Ulft met Evert III
van Heekeren. Uit dit huwelijk komen twee zonen voort: Evert
(IV) en Willem (I). Van Willem I is in tegenstelling tot Lubbert
met zekerheid bekend dat hij heer van Swanenburg is. Evert I van Swanenburg, 1364-1381De volgende edelman die ook qua naam in verband met het kasteel wordt
gebracht is Evert I van de Swanenborch. Hij is vernoemd naar zijn grootvader
en erft de Swanenburg van zijn vader. Evert II van Swanenburg, 1381-1405 Evert II trouwt met Liesbeth, wiens dochter zij
is is onbekend. Evert II's enige wapenfeit is een belening in 1405 van
het goed tho Heze aan Jutte
van Helbergen. Hierbij treedt zijn oom Wolter
als getuige op. Willem II van Swanenburg, 1405-1411Hoeveel Willems?Willem II van Swanenburg is heel oud geworden, want hij moet, met enige
marge, geboren zijn tussen 1330 en 1370. Dit gezien het feit dat zijn
overgrootvader in 1280 is getrouwd. Zijn grootvader zal dan tussen 1280
en 1290 zijn geboren en zijn vader tussen 1300 en 1330. Daar Willem II
tot 1440 in oorkonden wordt genoemd is hij tussen 70 en 110 jaar geworden.
Waarbij als inderdaad sprake is van een persoon zijn werkelijke leeftijd
natuurlijk dichter bij de 70 dan bij de 110 zal hebben gelegen. Een andere
mogelijkheid is dat er nog een Willem III na Willem II optreedt. SchuldenOp 9 juli 1386 bevestigd bisschop Hendrik van Munster de belening van de molen in Bocholt, waarna Willem II op 21 september zijn in 1381 gekregen molen in Bocholt aan Bitter van Raesfeld. Op 10 november wordt de verkoop bevestigd. De reden van deze verkoop is onbekend. Mogelijk heeft het geslacht Ulft-Swanenburg analoog aan het hoofdtak om dezelfde redenen schulden gemaakt in de strijd tussen de Heekerens tegen de Bronckhorsten. Blijkbaar levert deze verkoop niet genoeg op, want in 1387 gaat Willem II een schikking aan met zijn oom Reynolt I van Aeswijn, waarbij het bos Boschhusen aan hem afstaat. In 1411 is de schuldenlast zo hoog geworden dat Willem II de Swanenburg aan Reynolt I van Aeswijn verkoopt. Deels in bezit geblevenDe eigendom van de Swanenburg blijkt in de vijftiende eeuw een ingewikkelde zaak te zijn geworden. Hendrik III van Wisch en Johan van Hönnepel van der Empel staan beiden voor 2000 oude schilden (een oude munteenheid) borg voor Willem II. Willem II blijkt in 1440 niet de gehele Swanenburg te hebben verkocht, want in dat jaar wordt zijn dochter Sophia met het in bezit gehouden deel van het goed beleend. In 1458 komt het niet-verkochte deel in bezit van haar zoon Herman van Velen. Daarnaast neemt Otto van der Leek, heer van Hedel, de Swanenburg in pandschap van Frederik II van Ulft, een achterachterneef van Willem II. Blijkbaar heeft de oudste tak van het huis Ulft ook nog rechten op de Swanenburg. Hetgeen bij een allodiaal goed vaker voor komt, maar bij een leen vreemd is. In 1439 verpandt Willem II samen met zijn dochter Cunegonde een stuk land bij Anholt. Reynolt I van Aeswijn, 1411-14?? Reynolt II van Aeswijn, 14?-14?? De beide broers Van Aeswijn zijn niet van onbesproken gedrag. Zij behoren
tot de edelen die Arnold van Egmond, hertog
van Gelre, weigert te erkennen. Daarop weigert Reynolt II niet alleen
de benodigde leenhulde aan de hertog, maar onderneemt hij samen met zijn
broer Johan ook nog strooptochten in Gelderse gebieden, die wel hertog
Arnold steunen. Kortom, geen heren die voor een kleintje vervaard zijn.
Zij schrikken er bijvoorbeeld niet voor terug om burgers van Arnhem en
Nijmegen in de Swanenburg op te sluiten. Johan van Aeswijn, 14??-1462Reynolt II overlijdt kinderloos, zodat de Swanenburg geheel aan zijn broer Johan vererft. Johan is getrouwd met Styne van Hessen. Zij krijgen een dochter, Belia geheten. Deze trouwt met Bitter II van Raesfeld. Wanneer Johan in 1462 overlijdt, wordt Bitter van Raesfeld namens zijn vrouw met de Swanenburg beleend. Bitter II van Raesfeld, 1462-1476Na de belening met de Swanenburg in 1462 volgt op 8 februari 1463 een belening met de hof te Heze, het goed Kerven en de Maishoven in Netterden. Bitter II en Belia krijgen twee zonen, die zij Johan (III) en Hendrik (I) noemen. Op 11 november 1476 overlijdt Bitter II en in 1489 zijn vrouw Belia. Johan III van Raesfeld, 1476-1503 Johan III van Raesfeld volgt in 1474 zijn vader op als heer van Swanenburg.
Johan III is getrouwd met Frederike
van Reede tot Satzfeld, een dochter van Godfried
van Reede tot Satzfeld en Judith van
Rutenburg.
Hendrik I van Raesfeld-Swanenburg, 1503-1505 In 1503 wordt Hendrik I van Raesfeld, broer van Johan
III, de volgende heer
van Swanenburg. Hendrik I
is in 1496 getrouwd met Seyna van Dorth, dochter
van Diederik van Dorth en Johanna
van Vianden. Zij krijgen een zoon die Johan
(I) en een dochter die Christina
heet. Christina trouwt met Derk van Keppel.
Johan I van Raesfeld-Swanenburg, 1505-1544 Wanneer Johan I van Raesfeld-Swanenburg zijn vader opvolgt,
is hij nog onmondig. Hij krijgt het leen "wesende
synes ooms Johans recht vervallen, so hy eenig gehad heeft".
Blijkbaar steekt het de hertog nog steeds.
|
|||||||||