Evert V, 1370-1410De GeckenordeNa de vroege dood van Frederik I van Ulft
in 1361 duurt het enkele jaren voordat zijn zoon Evert V in de bronnen
voorkomt. Mogelijk treedt zijn verwant Sweder
I van Schuilenburg op als voogd. In 1370 komt Evert V voor het eerst
voor wanneer hij de Stakenborg, een oud Ulfts
goed, ruilt voor "Jurden Momme sine hofstede mit
sinen thobehoir".
Onverschrokken ten strijdeTijdens de twist in de jaren 1371/72 tussen de twee genoemde kampen hoort Evert V als Heekerense nazaat tot het kamp van hertog Reinald III. Evert V laat zich in de burgeroorlog niet onbetuigd en trekt ten strijde. Samen met zijn neven Diederik van Deurvorst en Simon I van Schuilenburg en zijn verwant Geryt van der Wilten plunderen zij de Veluwe, veroveren kasteel Grunsvoort en trekken op naar het belangrijke tolhuis van Gelre bij Lobith. Na deze schermutselingen zijn Evert V en Diederik betrokken bij de belegering van de Cannenburg (Vaassen), waaraan Wolter van Voorst, Simon I van Schuilenburg en Geryt van der Wilten ook deelnemen. Aan de strijd komt een einde wanneer in 1375 de landvrede wordt getekend. Evert V is als erfmaarschalk van Gelre mede-ondertekenaar van dit stuk. Bankroet De landvrede van 1375 houdt niet lang stand, de strijd
barst opnieuw los tussen de erfgenamen
van Gelre. Strooptochten In 1386 trouwt Evert V met Catharina van
Honnepel-Empel. Zij krijgen meerdere kinderen: Frederik
(II), Rutger, Aleid,
Ida en Agnes. Agnes trouwt
voor 1411 met Reynolt I van
Aeswijn. en Aleid met Derk van Keppel.
Frederik II, 1410-145?Een erfenis van schuldenRond 1410 heeft Frederik II zijn vader Evert V opgevolgd. Frederik II erft voornamelijk schulden van zijn vader en tracht zijn problemen op dezelfde manier op te lossen. Zo gijzelt hij Evert van Meverden (een bloedverwant) voor losgeld en wordt er terugbetaling van Frederik II geëist van de erfenis van Heynken van der Horst (120 gulden), die hij blijkbaar onrechtmatig heeft verkregen. Vervolgens leent hij 2000 goudgulden bij Reinoud van Coeverden, waarmee Frederik II zich waarschijnlijk vrijkoopt van Kleef. Ulft is dan dertig jaar een Kleefs leen geweest. Frederik II moet echter wel Ulft (voor 1500) en de hof te Wieken (voor 500) in onderpand aan Reinoud geven. Ulft verkoopt en Bergh koopt Wanneer de Swanenburg wordt
verkocht betaalt Frederik II een deel van de koopsom, maar moet hiervoor
wel het kasteel in onderpand geven aan Frederik
III van den Bergh. Kortom, de financiële situatie is in de loop der
jaren niet beter geworden en de heren van Bergh krijgen langzaam maar
zeker de goederen van de heren van Ulft in bezit. Wie betaalt bepaalt Frederik II moet per akte vastleggen dat hij niets tegen Bergh zal ondernemen,
voordat hij zijn totale schuld afbetaald heeft. De totale schuld bestaat
minimaal uit de som die hij van Evert van Meverden
heeft geroofd, de som die zijn vader Evert V van de heer Van Den Bergh
heeft gekregen om zich van Kleef vrij te kopen en de onrechtmatig verkregen
erfenis van Heynken van der Horst. Bovendien
mag Frederik II geen nieuwe schulden maken zonder toestemming van het
huis Bergh. Frederik II vraagt om arbitrage of deze clausule toegestaan
is, hetgeen Bergh toestaat. De arbitragecommissie bestaat uit Reinoud
van Rees, Henrick van Aerde en Lonys
van Beynhem (Bergh) tegenover Johan van
Cortenhorn, Johan en Willem
Rode van Heekeren (Ulft). De uitspraak is waarschijnlijk in het nadeel
van Frederik II uitgevallen, want bij verpanding van de visrechten tussen
De Wilt en Swanenburg
in 1415 vraagt hij toestemming aan Bergh.
Ulft raakt het stamslot kwijt De al knellende banden met Bergh worden nog strakker aangehaald, wanneer
Frederik II in 1423/5 beticht wordt van ondersteuning van de rooftochten
door de broers Johan en Reynolt
II van Aeswyn. Willem van den Bergh, bijgenaamd
"de Rijke" straft Frederik II voor zijn medeplichtigheid. Roven en lenen In 1433 blijkt Frederik II rechten op de markttol met gericht en heerlijkheid
van de St. Vitusmarkt in Elten te bezitten. Hertog Arnold
van Gelre verpandt namelijk op 1 november zijn deel aan heer Willem
van den Bergh, behoudens de rechten die Frederik II er nog heeft.
Ook de markttol levert niet genoeg middelen op om de schulden af te betalen,
zodat Frederik II opnieuw op rooftocht gaat. De veldtocht leidt naar de
Veluwe, vervolgens naar Zutphen, waar vee van de weides wordt geroofd
en bezittingen van Wolter Tengnagel worden
leeggeroofd en verbrand. Over en uit NasleepHet geslacht Ulft kan de nederlaag van de Heekerens tegen de Bronckhorsten niet overkomen. Hun financiële reserves zijn niet toereikend om het huis weer glans te geven. Zelfs na het verlies van het stamslot moet de familie goederen blijven verkopen. Evert VII , zoon van Evert VI, verkoopt bijvoorbeeld in 1498 de helft van het goed Ther Hegge (Hagen?) in het kerspel Doetinchem aan Jacob IV van Hackfort, die de andere helft reeds bezit.
|
|||||||||