| |
 |
Opkomst van de
heren van Ulft
Anno 1280
|
 |
Vererving en heraldiek
Na Dirk, die als eerste heer van Ulft
voorkomt, wordt het stil rondom goed en heren van Ulft. In 1227 overlijdt een Evert van Ulft in de slag aan de Ane. Hoe deze in de familie past is vooralsnog onbekend. Pas na 150 jaar
wordt Ulft opnieuw in de bronnen genoemd.
Wat
er in de tussentijd met het goed is gebeurd blijft in het ongewisse. Mogelijk
vererft Ulft op dezelfde manier als het iets noordelijker gelegen kasteel
Wisch via het gravenhuis van Sayn en Keulen aan
Blankenberg. Ondersteuning voor deze hypothese geeft de heraldiek.
Het overgeleverde wapen van Ulft is, net als dat van Schuilenburg,
bijna identiek aan het wapen van Wisch (beter:
Barlham) behalve in de gevoerde
kleuren en hoeveelheid stukken. Het wapen van Ulft is azuur met drie zilveren
leeuwen. Het huis Wisch voert twee gaande leeuwen op een veld van keel.
Het is bekend dat jongere takken van een familie soms van kleuren wisselen
en/of stukken verminderen of vermeerderen.
De meeste goederen van het Ulft-Schuilenburgse complex liggen voornamelijk
rond beide kastelen en verder verspreid op Lohns, Berghs en Zutphen-Gelders
gebied.

Evert III van Heekeren, 1280-1318
Aan het einde van de dertiende eeuw verschijnt Christina
als vrouwe van Ulft op het middeleeuwse toneel. Zij trouwt in 1280 met
Evert III van Heekeren. Over haar herkomst valt weinig zinnigs te zeggen,
ook is onbekend of ze familie is van Dirk van
Ulft.
Zij
is onbetwist van voorname afkomst en neemt mogelijk een grote erfenis,
bestaande uit Ulft, Stakenborg, Schuilenburg
en Swanenburg, mee het huwelijk
in. Hoewel Evert III uit de vooraanstaande familie der Heekerens stamt,
is Christina's bruidsschat zo belangrijk dat hun nageslacht zich naar
de diverse kastelen zal gaan noemen. De nazaten, waarvan met enige zekerheid
een stamboom is
op te stellen, nemen wel het wapen van hun vader over.
Evert en Christina krijgen drie kinderen, Evert
(IV), Willem (I) en
Jacob. Willem I is bekend als heer van Swanenburg.
Evert IV, 1318-1348
Heer van Ulft en Schuilenburg
Naast heer van Ulft is Evert IV waarschijnlijk tevens heer
van Schuilenburg. Hij ontvangt in 1326 dit
kasteel in leen van Otto II van Gelre.
Evert IV is de belangrijkste steun van de graaf van Gelre in het grensgebied
aan de Oude IJssel.
In 1318 is Evert IV als "cnape" aanwezig
op een bijeenkomst in Woudrinchem waar het bewind over Gelre centraal
staat. Opvallend is dat Evert IV hier tussen Hendrik
I van Wisch en Frederik II van den Bergh,
vanouds hoger in rang, wordt genoemd.
Evert IV's carrière aan het Gelderse hof neemt een hoge vlucht, waardoor
zijn aanzien is gestegen. In 1327 is hij drost
en schout van Zutphen, in 1339 wordt hij de eerste erfmaarschalk
van Gelre en in 1344 wordt hij genoemd als lid van de landsraad.

Een huwelijk van stand
Mogelijk is Evert IV's huwelijk met Mechteld
van den Bergh de stuwende factor achter dit succes. Zij is een dochter
van Adam II van den Bergh en Heilwig
van Randerode.
Dit huwelijk wordt vaak als beneden haar stand gekwalificeerd, omdat Evert
IV geen 'nobiles' is. De heer Van Den Bergh
zal ongetwijfeld ingestemd hebben met dit huwelijk vanwege de daarmee
toegenomen Berghse invloed in het naburige Gelderse gebied. De ongelijke
status staat het paar in ieder geval niet in de weg om in ieder geval
een zoon Frederik (I) te krijgen. Na het
overlijden van Mechtelds broer Frederik II
in 1331 treedt Evert IV als voogd op van de achtergebleven kinderen. Dit
voogdijschap is de reden om Mechteld een generatie eerder te plaatsen
dan gebruikelijk in de literatuur.
Nog een huwelijk van stand?
Evert IV trouwt na het overlijden van Mechteld voor de tweede keer.
De tweede bruid heet Herburgis. Zij is een dochter van Johan van Gemen-Dorinc en Agnes.
Evert IV en Herburgis krijgen mogelijk zes kinderen. Vrijwel zeker zijn
Johan, Jacob, Wolter
en Hendrik. Traditioneel wordt Dirk
aan Evert IV's eerste huwelijk toegeschreven, maar gezien zijn naam
is het waarschijnlijker dat deze zoon uit het tweede huwelijk is ontsproten.
De namen Dirk en Hendrik komen vaak voor in de familie van Wisch. Waarschijnlijk
moet de geboorte van Evert
van Schuilenburg ook aan dit huwelijk worden toegeschreven.
Evert IV wordt pas op latere leeftijd tot ridder geslagen, want in 1329
wordt hij op ongeveer veertigjarige leeftijd nog steeds "cnaep"
genoemd. Vlak daarna heeft Evert IV de ridderslag ontvangen, want in 1331
wordt hij ridder genoemd.
De Gendringse vicarie
In 1333 sticht Evert IV samen met zijn broers Willem
I van Swanenburg en Jacob een vicarie (fonds)
in de kerk van Gendringen. Dit Ulftse vicarie bestaat uit goederen bij
Oer, Veldhunten en Laekhuysen.
Evert IV's gestegen status is ook af te meten aan de zaken waarmee hij
zich bemoeit. In 1343 wordt hij samen met Jan
van Valkenburg, Gijsbert V van
Bronckhorst en Wolter van Voorst genoemd
om als zaakgelastigde namens de adel over de schulden van hertog Reinald
II te onderhandelen met afgevaardigden van de steden. Tussen 1348
en 1353 overlijdt Evert IV.
Frederik I volgt hem op als heer van Ulft
en Evert (I) als heer
van Schuilenburg.

Frederik I, 1348-1361
Frederik I volgt zijn vader op in of na 1348. In 1353 wordt hij voor
het eerst in de bronnen genoemd, wanneer halfbroer Johan
van Ulft als priester van het Gendringse
vicarie wordt genoemd.
Na het mogelijk kinderloos overlijden van zijn broer Evert
(I) wordt Frederik I waarschijnlijk heer van Schuilenburg. In 1359
wordt Frederik I evenals zijn voorvaderen genoemd als erfmaarschalk
van Gelre. Frederik I trouwt met Mechteld Stecks.
Zij krijgen vier kinderen: Evert
(V), Goossen, Mechteld
en Aleid. Daarna verdwijnt Frederik I snel uit
de geschiedenisboeken, want strijdend in het kamp van de Heekerens sneuvelt
hij in 1361 in de slag
bij Tiel.
Door het vroege overlijden van Frederik I treedt mogelijk Sweder
I van Wisch, een verwant van Herburgis,
op als voogd voor Frederik I's zoon Evert V.
De heren van Ulft zijn binnen enkele
generaties opgeklommen tot belangrijke steun van Gelre, maar de vroege
dood van Frederik I zal het geslacht geen goed doen. Met de slag bij Tiel
is de strijd tussen de Heekerens
en Bronckhorsten beslist, maar behoort de partij der Heekeren waartoe
huis Ulft ook traditioneel behoort tot de verliezers. Een minderjarige
opvolger kan een geslacht in deze woelige tijden slecht gebruiken, dat
kan tot de ondergang van Ulft leiden.
|
|