Vrouwen van de ambtman Herman van Keppel

Vragen en discussies over genealogische en andere familiaire aangelegenheden, die niet de genealogische database van deze website betreffen.
robla
Forumpaltsgraaf
Berichten: 154
Lid geworden op: Do 07 Sep 2006, 14:03

Vrouwen van de ambtman Herman van Keppel

Bericht door robla » Za 02 Mei 2009, 20:24

Heer Herman van Keppel was dus in 1407 getrouwd met Joanna van Hacfort, en in 1416 kocht hij Boxbergen van Sweder Hadeking, zoon van Bernd Hadeking (Havezaten van Salland).

Er bestaan een aantal vermeldingen over het goed Overwech in het kerspel Wesepe, gerecht Colschate, die deze familie Hadeking aangaan.

In 1371 doet Willam Douuelt (Doevelt), meijer te Colmschote, kond, dat Jacob Willamssoen, heer Pelegriems sone, en Lutgard diens vrouw, aan Henric van Durrete den ouden verkocht hebben het erf Overwech bij Wesepe.

Op 2 febr. 1384 verkondigt Peter Dirxszoon, rechter in kspl. Deventer buiten de stad, dat Berent Hadeking en zijn vrouw Penze, en hun kinderen Gerd en Johan, het goed Overwech in het buurtschap Varendeloe, aan Fije Willem Dowueldes vrouw, overgedragen hebben voor een leen van Berend van Voerden; en dat zij voorts aan Fije hebben verkocht 1/3 deel van de voorslag van Hengverdermarke, dat eertijds aan Averwech gekomen is en plagt te behoren aan Willem Heer Pelegrems zone.

(dit stuk bevat ook het zegel van Berent en Penze, maar ik heb die nog niet bekeken).

9 april 1410 Jacob van Hacfort doet kond dat Henric Hadeking voor hem en beleende mannen aan Henric Boelen overgedragen heeft het erve en goed Overwech kspl. Wesepe, en beleent deze daarmee naar Zutphens recht.

31 okt. 1411 Fije Hadekings wed. van Willem Douuels (Douvels) en Meijnolt Hadeking, pastoor te Roderlo, haar zoon, verklaren dat Henric Hadeking, hun zoon en broeder, met hun volkomen toestemming aan Henric Boelen, burger te Deventer, hebben verkocht het erve en goed Overwech.

25 april 1412 Johan in den Have genaamd Pijninghof, rechter te Lochem, verklaart dat Henric Hadeking en Fije Hadeking, diens moeder, aan Henric Boelen in erfkoop hebben verkocht het goed Overwech, zijnde een leen van Jacop van Hacfoerde, met het nieuwgeslagen land in de marke van Hengwerden, dat daartoe behoort.

Rechter Willem Doevelt blijkt dus getrouwd met Fije Hadeking, en mogelijk was hij dat al in 1371, maar er zitten in deze vermeldingen wel een paar vraagtekens: Fije Hadekings kinderen heten Henric en Meynolt Hadeking, terwijl zij getrouwd was met Willem Doevelt, en je zou daar dus de achternamen Douvelt verwachten.

Enkele namen komen in het navolgende leen terug:

Register op de leenaktenboeken van het vorstendom Gelre en graafschap Zutphen - Het kwartier van Zutphen.

Lochem - Dat alinge goet, geheiten Hayekinck

Dat cleyne goet tot Hadinck met allen sijnen tobehoren, gelegen in den kerspel van Lochem, tot eenen dienstmansgoede bij
· Gerrit Hadinck ontfangen, anno 1379.
· Albert Amekinck ontfinck 1/3 van den goede tot Hadekinck in den kerspel van
Lochem tot eenen Zutphenschen rechte, anno 1405.
Dat alinge goet, geheiten Hayekinck, met allen sijnen tobehoren, gelegen in den kerspel van Lochem, ten Zutphenschen leen ontfangen bij
· Willem Pelegrim, anno 1378.
· Lambert van Netelhorst heeft ontvangen dat goet te Hadekingh, gelegen in den kerspel van Lochem, tot eenen dienstmansgoede, anno 1381.
· Hugo van Netelhorst ontfing dat goet tot Hadeking tot Zutphenschen rechte, anno 1403.
· Henrich Hadeking ontfinck dat goet tot Hadekinck, in den kerspel van Lochem, in der buyrschap van Amsem gelegen, als Hugo van Netelhorst dat te halden plag tot Zutphens leensrechten, anno 1410.
· Willem Hadekinck erkent die goeden, geheiten Grote Hadekinck ende Lutke
Hadekinck met al heuren tobehoor, gelegen in den kerspel van Lochem, in der
buyrschap van Ansem, tot Zutphenschen leensrechte, anno 1423. Hermen die Berner, sijner moder broder, is momber gedurende sijne onmundige jaren.
· Idem, anno 1424. Godert die Berner is hulder, sijn aldevader.
· Idem, anno 1428. Herman te Berner hulder.
· Idem tuchtigt heer Meynalt, priester, an 16 malder roggen, 16 molder boeckweyten ende 16 molder haveren 's jaers uut den Groten Hadekinck, in den kerspel van Lochem gelegen; item an de mate, geheiten Bewergertsmate 's jaers 3 voeder hoys ende gewaert te sijn in der marck tot Amsen tot sijnen brande, anno 1440.

En vervolgens:

33. LOCHEM.
Die thiende tot Hadekinck, in den kerspel van Lochem gelegen, met allen sijnen tobehoor tot oenen Zutphenschen leen ontfinck
Willem Pelgrimssoon, burger tot Zutphen, a°. 1402.
Idem tuchtigt sijn wijff 1) an d' alinge thiende tot Hadekinck met allen heuren tobehoren, in den kerspel van Lochem gelegen, a°. 1404.
Idem ontfinck den thiende over die goede tot Hadekinck, gelegen in den kerspel van Lochem, groff ende smal, woe die met sijnen tobehoor gelegen is, tot Zutphenschen rechte, met eenen ponde goets gelts etc., a°. 1424.
Hille, huysfrou Godert Berners, erve hares broders Willems voorn., ontfengt die thienden over grote Hadekinck ende over luttel Hadekinck, groff ende smal, nyet uutgescheyden, gelegen in den kerspel van Lochem, in der buyrschap van Ansem, tot Zutphenschen rechten, a°. 1425.
Eadem tuchtigt haren man Herman te Berner bij transport sijner moder Hille, a°. 1428.
Belo Berner ontfinck die thienden tot Hadekinck, in den kerspel van Lochem gelegen, der uutgegangon was Herman Berner, a°. 1438.
Hierna dit leen ende groot Hadekinck tsamen onder een ontfangen.

1) Geertruyt van der Moilen (akte).

We leren hieruit iets meer over Willem heer Pelgrimszoon, want die blijkt getrouwd geweest met Geertruyt van der Molen, maar mij blijft onduidelijk van wie hij nu een zoon was (heer Pelgrim).

Maar duidelijk is er wel één of andere band tussen Bernd Hadeking en Fije Hadeking.

Wat dit alles echter -wat mij betreft- intrigerend maakt, dat is een enkele vermelding in de Cameraarsboeken van Deventer, waarin Bernd Hadeking genoemd wordt Bernd Hadeking van Hacfort.

Wijst dit op een familieband tussen Hadeking en Hacfort, of was dit alleen maar een lokatie-aanduiding?

Rond 1390 is er een notitie in de Cameraarsrekeningen Deventer:

des jonckeren bode van Borclo to drincghelde die onser stad den vredebreef brachte van dien van Dodingweerden, van Roelve van Hackforde ende Berent Hadeking.

En ook:

bi Henric van Leyden ende Henric Bruens mit enen papen dien her Dyric van Sinderen an onse stad ghesant hadde alse dat hi Berende Hadeking van Hacvoerden voert overvuren soelden bi den hertoghe van Gelren...

Nu was Dirc van Sinderen een verwant van de heren van Hacfort. Zijn vader Willem van Sinderen werd in 1356 oom genoemd door Gerrit , Dirk en Hendrik van Hackfort, gebroeders. Dirc van Sinderen is op een of andere manier betrokken bij de vrede die tot stand kwam tussen Bernd Hadeking en de stad Deventer. Maar daarbij is ook een Roelof van Hackfort betrokken.

Maar helaas is mij de betekenis van het zinnetje: ...alse dat hi Berende Hadeking van Hacvoerden voert overvuren soelden bi den hertoghe van Gelren... niet geheel duidelijk.

Mijn voorzichtige suggesties zijn, dat Bernd Hadeking wellicht getrouwd was met een Hacfort-vrouw. In de beleningen van Overwech, waarmee ik dit stuk begon, wordt immers ook Jacob van Hacfort als leenheer genoemd.

De genoemde Roelf van Hacfort vond ik overigens nog eens in Deventer terug, als Roelof Ketel van Hacfort, die in 1424 nog eens een stuk zegelde met het bekende Hacfort-wapen.

Dat ik hier zo diep op doorga wordt veroorzaakt doordat nog steeds onduidelijk is, van wie Joanna van Hackfort, de 1ste vrouw van heer Herman van Keppel, een dochter was. Op grtond van de voornamen van haar kinderen, Herman, Frederik, Jacoba, Alijt en Gerd van Keppel, kan ik niet een duidelijke Hacfort-vader aanwijzen.

De tweede vrouw van heer Herman van Keppel is dus Gotstouwe Momme van Kell geweest, althans zijn daar de aanwijzingen erg sterk voor. Er bestaan een tweetal stukken uit 1433 en 1439, die het goed Lichtwerdinck bij Aalten betreffen.

Daarin staat in het stuk uit 1439, dat Gijsbrecht van Broeckhuysen en Geert van Kelle verklaren, dat het goed Lichtwerdinck behoorde tot de bruidsschat van hun bloedverwante en zuster, Gotstouwe van Kelle behoorde, weduwe van Henric van Dodingwerde.

In het stuk van een aantal jaren eerder, 1433, staat dat Gerit Momme van Kelle verklaart zich borg gesteld te hebben voor het goed Lichtwerdinck bij Aalten, dat door vrouwe Touwe, weduwe van Heer Herman van Keppel, ridder, verkocht was aan het klooster Nazareth.

Kennelijk heeft Gotstouwe Momme van Kell dit goed meegekregen bij haar 2de huwelijk met heer Herman van Keppel. Dat zij in 1426 al weduwe was van henric van Dodingwerde blijkt uit:

1426, Quittbrief van Gadsstauwe van Kell weduwe van Hendrik van Dodijnwerden voor Jutte haar schoonmoeder. Kennelijk heeft Gadsstauwe een aantal inkomsten uit het Empelse Goed gekregen. Gerrit Mom van Kell haar broer zegelt. In Archief haus Beck, Adelsarchive Muenster.

We mogen dus wel de conclusie trekken, dat ergens tussen 1427 en 1430 Herman van Keppel hertrouwt is met Gotstouwe Momme van Kell.

1426, Quittbrief van Gadsstauwe van Kell weduwe van Hendrik van Dodijnwerden voor Jutte haar schoonmoeder. Kennelijk heeft Gadsstauwe een aantal inkomsten uit het Empelse Goed gekregen. Gerrit Mom van Kell haar broer zegelt. In Archief haus Beck, Adelsarchive Muenster.

In dit stuk wordt ook de schoonmoeder genoemd van Gotstouwe vanwege haar 1ste huwelijk: Jutte

1422 Jutte van Borclo gen van Dodinchwerden, weduwe van Hendrik, Luddeke Drost en zijn vrouw Lysbeth verkopen een horige (Archief Vreden in Adels Archief Munster)

1425, is gec. Lijse van Dodenweerde An XXXII en h. ontf. dat g. ter Empel tot een 5 m leen. (Tynsboek Elten).

172. WINTERSWIJCK.
't Goet te Hueting ende te Heking met sijnen tobehoren, gelegen in den kerspel van Winterswijck, ten Zutphenschen leen heeft ontfangen Gerit Ombescheyden , anno 1378.

Beatrisso van den Haverlant , weduwe Gompertz van den Haverlandt, ontfinck heur leen tot Bredevoort, anno 1402

Lijsbet, Henricks dochter van Dodinckweerde, huysfrou Ludeken Drossaten, ontfinck een borchleen van Bredevoort, so haer dat anbestorven was van haren vader ende moder ende van verhencknis ende gunste des heren, anno 1433 (Leenboek Zutphen)

2. AALTEN.
Dat goet toe Richterdinch, ghelegen in den kirspel van Alten, tot l Daalder of Pond

Jonfer Jutte van Dodingweerden , weduwe van Henrick. Ludeken Droste is hulder, 1429 Juni 21.
Liisbet, vrouw van Ludeken den Drost . Haar man is hulder, 1430 October 5.
Liisbet van Dodincwerde, vrouw van Ludeke Drosten. Haar man is hulder, 1437 Mei 16.
"Dit gebruickt nu Jan Drosten." (leenboek Bergh)

In 1398 bevestigt Hendrick v. Borculo gen. van Dodingwerde met Jutte, zijne
vrouw, en Hendrik zijn zoon bij afwezigheid van zijn andere kinderen, de verkoop door hun oom Goddert gedaan.

We zien hier Jutta al genoemd worden als vrouw van Hendrik van Dodingwerde met hun zoon Hendrik, die dus later met Gotstouwe Momme van Kell trouwde, maar die al in 1426 dood was. In de andere stukken zien we nog Lijsbeth van Dodingwerde genoemd worden, ook een dochter van Jutte, en Liesbeth was gehuwd met Ludeke Drost.

En Hendrik van Dodingwerde, de oude, was vermoedelijk een 'strijdmakker' van Bernd Hadeking:

des jonckeren bode van Borclo to drincghelde die onser stad den vredebreef brachte van dien van Dodingweerden, van Roelve van Hackforde ende Berent Hadeking.

mvg
Ronald Blancke

Plaats reactie

Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast