| |
Otto I de Grote, 1182-1207
Graaf van Gelre en graaf van Zutphen
Plotselinge opvolger
Door
de plotselinge dood van zijn broer Gerhard III
moet Otto I (geboren rond 1150) zijn functie als proost van Xanten neerleggen.
Hij dient de graafschap te gaan leiden. Zijn vader Hendrik
de Oudere zal tegen de 70 jaar zijn geweest en is te oud om de graafschap
te leiden. In het eerste jaar van Otto I's regering komt zijn vader te
overlijden.
Otto I trouwt omstreeks 1185 met Richardis
van Scheyern-Wittelsbach (overleden in 1231), dochter van hertog Otto
I van Beieren (1117-1183) en Agnes van Looz
(1150-1191). Zij zal op 21 september 1231 overlijden als abdis van de
Munsterkerk.
Vele kinderen
Otto I en Richardis krijgen vier zonen; Hendrik
(jong overleden in 1198), Gerhard IV,
Otto (1194/5-1215), proost te Xanten en Lodewijk
of Ludwig (overleden in 1217), domproost te Utrecht, en vier dochters:
Adelheid, Margareta, Irmgard
en Mechteld.
Adelheid wordt in 1198 uitgehuwelijkt aan graaf Willem
van Friesland.
Margareta huwt graaf Lothar II van Are en
Hochstaden en zij zal na 1264 overlijden.
Irmgard trouwt voor 1210 met graaf Adolf I van Altena
en Van Der Mark. Zij is de moeder van bisschop Gerard
van Munster (1261-1272). Irmgard zal na 1230 komen te overlijden.
Mechteld trouwt voor 1221 met Hendrik II van
Nassau de Rijke (1190-1247) en zal na 1230 overlijden. Uit deze tak
van Gelre zal het Nederlandse koningshuis voortkomen. Zij is de moeder
van bisschop Jan I van Utrecht (1267-1288).
Net als zijn vader staat Otto I, de eerste graaf van die naam in het Gelderse
geslacht, er bij de Duitse keizer
goed op. Dit blijkt als hij om de Veluwe moet twisten met de bisschop
van Utrecht.
Heraldiek
Er
is een zegel uit 1190 overgebleven waarop Otto I een schild met drie vijfbladige
bloemen voert. Dit wapen is afgeleid van het wapen van Boulogne, waarover
zijn oudere broer Gerhard III door zijn huwelijk
met Ida van Boulogne het militaire
bewind voert. Het wapen van Otto I is een variatie op dit thema. Het wapen
heeft zeker de kleuren goud en rood. Deze kleuren komen nu nog voor op
het grafmonument van graaf Gerhard IV in Roermond.
De bollen zijn vervangen door rozen (als tenminste rozen bedoeld zijn).
Rozen komen veelvuldig voor in het Neder-Lotharingse gebied van het aartsbisdom
van Keulen. Later worden de rozen mispels of Gelderse rozen genoemd en
krijgen ze de kleuren geel en blauw. Geel en blauw zullen later de huiskleuren
van Gelre worden, maar soms wordt dan nog rood met geel gevoerd.
De reden om de bloemen geen rozen meer te noemen is niet overgeleverd.
De verschuiving van de betekenis van de roos als symbool voor de maagd
Maria in de richting van de aardse liefde zal daar waarschijnlijk debet
aan zijn. Hierdoor komt de verhevenheid van het wapen natuurlijk in het
gedrang.
Veluwse twisten
In
1187 rooft bisschop Boudewijn II
van Utrecht met zijn broers graaf Floris III van
Holland (1157-1190) en Dirk III van Kleef
(1173-1202) opnieuw op de Veluwe en hij brengt de buit naar Deventer.
Al in de Middeleeuwen herhaalt
de geschiedenis zich blijkbaar. Graaf Floris III valt vanuit het westen
de Veluwe binnen, terwijl Dirk III het Gelderse gebied vanuit het oosten
intrekt. Opnieuw is het gezag over de Veluwe de inzet. Het ziet er beroerd
uit voor Gelre.
Graaf Otto I vraagt zijn machtige vrienden de aartsbisschop van Keulen
Philips van Heinsberg, de hertog van Lotharingen
en hertog Godfried III van Brabant om
hem te helpen de bisschop van Utrecht het moeilijk te maken. De goede
relaties met Keulen van zijn
vader blijken nu van doorslaggevende betekenis. Er wordt een groot leger
op de been gebracht. Deze legermacht is vele malen groter dan die van
Otto I's tegenstanders. Overeenkomstig de beproefde
tactiek van zijn broer Gerhard III valt Otto I Deventer aan. Zutphen
zal waarschijnlijk opnieuw als uitvalsbasis hebben gediend. Uiteindelijk
blijft de strijd onbeslist. De reislustige keizer
verblijft in deze tijd van strijd toevalligerwijs in de Rijnstreek en
hij komt tussenbeide. Hij kent de Veluwe voorlopig aan Otto I toe, totdat
op de eerstkomende Rijksdag in Mainz een definitieve uitspraak wordt gedaan.
In 1188 wordt deze voorlopige beslissing door de keizer bekrachtigd.
Op kruistocht met Friedrich I Barbarossa
Dat Otto I bij de keizer in een goed blaadje staat, blijkt ook uit het
feit dat hij meegaat op diens kruistocht.
e wederzijdse strooptochten op de Veluwe worden opgeschort. Over de daden
van de Geldersen en Otto I tijdens de kruistocht is weinig bekend. Samen
met de graaf van Holland en de koningin van Frankrijk en de koningin van
Engeland reist hij over zee naar het Heilige Land. De keizer is met zijn
leger echter nog niet aangekomen als Otto I zich met zijn manschappen
bij de koning van Jerusalem aansluit, die op dat moment de havenstad Acre
belegert.
Als
enige uit de lage landen komt Otto I van de kruistocht in 1190 terug.
Hij overleeft de zeereis, de oorlog, het klimaat en de ziektes.
In 1190 schenkt Otto I stadsrechten aan de omwonenden van zijn grafelijk
hof te Zutphen. Over een periode van vijf jaar schenkt hij Zutphen echter
wel steeds meer privileges. De burgers van deze stad zijn nu vrije onderdanen
met een eigen bestuur, eigen rechtspraak en meer persoonlijke vrijheid.
Een groot goed in die tijd. Hiermee hoopt Otto I waarschijnlijk Zutphen
in een bevoorrechtte positie ten opzichte van Deventer te brengen. Het
schenken van deze privileges kan men niet los zien van het komende gesteggel
met Utrecht over de Veluwe. De stad zal flink bijgedragen hebben aan Otto
I's militaire bewegingen en zal hiervoor iets terug willen hebben.
Bekoelende banden met het aartsbisdom Keulen
Net als zijn vader, Hendrik I,
onderhoudt Otto I ook goede banden met het aartsbisdom Keulen. De betrekkingen
vinden hun hoogtepunt tussen 1180 en 1189, wanneer Otto I diverse malen
als getuige optreedt in oorkonden van aartsbisschop Philips
van Heinsberg (1163-1191). Deze goede banden vinden hun oorsprong
in de familieband die Otto I met de aartsbisschop heeft. Deze is namelijk
een kleinzoon van Gozewijn
I van Valkenburg.
Na de dood van aartsbisschop Philips bekoelt de relatie met Keulen. Otto
I kan zich niet zo goed vinden in de benoeming van Adolf
van Altena (1193-1216). Hij blijft echter wel tot de trouwe vazallen
van Keulen behoren. Het aartsbisdom Keulen wordt in deze tijd meer en
meer bij de keizertwisten
betrokken. In 1205 wordt Adolf van Altena door de paus afgezet ten faveure
van de Welfse zaak aanhangende Bruno IV van Sayn
(1205-1208), die snel wordt opgevolgd door Dietrich
I van Heimbach (1208-1212). Adolf van Altena heeft zijn bisschopsmijter
echter nog niet neergelegd en blijft hij zijn ambt uitoefenen. Na de moord
op Philip von Swaben houdt
Adolf zich politiek op de achtergrond. Kortom, de zaken liggen gecompliceerd.
Tijdens de Welfse overheersing van het aartsbisdom Keulen is de relatie
van de Staufische zaak aanhangende graaf Otto I met het bisdom danig bekoeld.
Nieuw handgemeen over de Veluwe
In
1195 trekt bisschop Boudewijn II
van Utrecht ten strijde tegen opstandelingen in het graafschap Drenthe.
Otto I trekt met hem op, want tenslotte is de bisschop zijn belangrijkste
leenheer. En Otto I is daarom verplicht zijn heer in tijden van oorlog
bij te staan. Dat de heren niet op goede voet met elkaar staan, blijkt
als Otto I probeert te bemiddelen tussen de opstandige heer van Coevorden
en de prefect van Groningen enerzijds en de bisschop anderzijds. Hiertoe
roept Otto I de hulp in van de aartsbisschop van Keulen en Mainz (1160-1165
en 1183-1200), Konrad van Wittelsbach
(familie van zijn vrouw), en Adolf van Altena.
Bisschop Boudewijn II ziet de steun voor zijn inval aan de horizon verdwijnen.
Hij trekt zich terug, woest op Otto I die zijn aftocht geënsceneerd heeft.
Na een adempauze om zijn troepen opnieuw uit te rusten valt hij wederom
de Veluwe binnen. Zijn leger stroopt het land af en verwoest vele landerijen.
De opstandelingen in Drenthe zijn Otto I's hulp nog niet vergeten en schieten
onmiddellijk te hulp. Zij belegeren Deventer elf dagen. Dan wordt voorlopig
de vrede getekend door bemiddeling van hertog Godfried
III van Brabant. Het conflict is daarmee nog niet ten einde, want
de bisschop wendt zich tot de keizer
om hulp tegen die plichtsverzuimende graaf van Gelre. De keizer besluit
de Veluwe toe te kennen aan het sticht Utrecht en de hertog van Brabant
krijgt het van Utrecht als erfelijk leen. Bij het sluiten van dit verdrag
schittert Otto I door afwezigheid. Bovendien wordt er een college van
rechters aangesteld die in toekomstige conflicten over de Veluwe mogen
beslissen. De keizer zal het gezeur over de Veluwe wel helemaal zat zijn
geweest. De problemen lijken voorbij als bisschop Boudewijn II in 1196
overlijdt.
Een nieuwe bisschop van Utrecht
Bij de verkiezing van een nieuwe bisschop blijkt hoe groot de invloed
van de graven op het Sticht is geworden. Otto I probeert na al deze toestanden
uiteraard zijn eigen kandidaat, Arnold
van Isenburg, op de bisschopszetel te krijgen. Holland heeft echter
ook een eigen kandidaat met domproost Dirk, een broer van graaf Dirk
VII van Holland (1190-1203) en de overleden bisschop Boudewijn II.
Otto I heeft de steun van de aartsbisschop van Keulen, Adolf
van Altena, en de paus. Graaf Dirk VII van Holland krijgt steun van
de keizer. Er ontstaat
een impasse waarin Dirk wordt erkend als electbisschop in het Nedersticht
en Arnold in het Oversticht. Hiervan maakt Otto I handig gebruik om zijn
neef Engelbert van Berg, op dat moment amper
twaalf jaar, door Arnold tot proost van Deventer
te laten benoemen en aartsbisschop Adolf van Altena bevestigt deze actie.
Engelbert van Berg is omstreeks 1185/86 geboren uit een huwelijk tussen
graaf Engelbert van Berg en Margaretha.
Door toedoen van de graven van Gelre weet hij enkele belangrijke kerkposities
te verkrijgen. Veel vriendjespolitiek om ze in moelijke tijden aan een
wederdienst te herinneren. Beide partijen sturen hun kandidaat naar de
paus in Rome om hem bevestigd te krijgen. Het ongeluk wil dat beide kandidaten
onderweg sterven. Dat maakt de weg vrij voor het kapittel
om de eigen onafhankelijke man Dirc II van der Are
(1198-1212) op de bisschopszetel te zetten.
Deze
Dirc II is een voortvarende man. Hij poogt de financiën van het Sticht
te ordenen, de Veluwe op te eisen, Groningen en Friesland te onderwerpen
en Holland en Gelre hun plaats te wijzen. Met zijn escapades in Friesland
stuit de nieuwe bisschop op graaf Willem van Friesland, de broer van graaf
Dirk VII van Holland en schoonzoon van Otto I. Daar Dirk VII van Holland
kinderloos is, heeft zijn broer Willem de kans om graaf van Holland te
worden en door het uithuwelijken van zijn dochter hoopt Otto I invloed
te verwerven in Holland. Deze toekomstmuziek verbindt het lot van Gelre
en Holland en voor het eerst in de geschiedenis trekken beide graven tegen
Utrecht op. Internationaal komt de oorlog echter slecht uit.
Betrokken bij de keizertwisten
Hertog
Hendrik I van Brabant (1183/90-1235) weet in
1201 een vrede tussen de partijen te bewerkstelligen. In dit verdrag
van Maastricht verkrijgt Otto I definitief de Veluwe, maar wel als
Brabants leen. Otto I mag echter geen munten meer slaan met het stempel
van Deventer of Utrecht. Bovendien weet de hertog van Brabant te bewerkstelligen
dat Otto I het Welfse kamp steunt in de keizertwisten. De graaf van Gelre
staat bekend als een trouwe aanhanger van het Staufische kamp en hij zal
niet zomaar zijn trouw hebben opgezegd. Niettemin maakt Otto I nu deel
uit van de Welfse coalitie, samen met de aartsbisschop
van Keulen, de bisschop van Utrecht en de hertog van Brabant.
Keizer Heinrich VI is
in 1190 overleden en zijn minderjarige zoon Frederick
II wordt in zijn troonsopvolging dwars gezeten door opstandige Welfen.
De coalitie gaat nu eensgezind Otto
IV steunen in zijn troonsbestijging, al geeft de graaf van Gelre de
voorkeur aan de Staufische kleinzoon van Friedrich I Barbarossa. Maar,
ja, politiek is geven en nemen en graaf Otto I is opportunistisch ingesteld.
Door het verdrag van Maastricht moet de bisschop nu over de Zuiderzee
naar zijn oostelijke en noordelijke bezittingen en een dergelijke reis
is geen pretje. Hierdoor is de vrede van korte duur.
Opnieuw in oorlog
In 1202 valt bisschop Dirc II Holland binnen, omdat graaf Dirk VII van
Holland zijn leenplichten niet is nagekomen. Dirk VII brengt de bisschop
al gauw in het nauw. De bewoners van Deventer zien dan hun kans schoon
om het bestuur van de stad aan Otto I aan te bieden. Hetgeen deze natuurlijk
niet weigert! De bisschop van Utrecht is des duivels om deze actie. Gelre
en Holland hebben ongewild hun krachten verenigd. De graaf van Holland
belegert de stad Utrecht en Otto I heeft Deventer en een groot deel van
Oversticht (nu Overijssel). De grote drie van Noord-Nederland zijn nu
in oorlog.
De bisschop vraagt en krijgt steun van zijn bondgenoot, hertog Hendrik
I van Brabant. Met verse Brabantse troepen rukt hij de Veluwe binnen en
verwoest hij alle landerijen. Vervolgens slaat hij de opstand in Deventer
neer. Daarna trekt hij op naar Zutphen, waar Otto I zich heeft verschanst.
De bisschop weet de stad na een korte schermutseling in te nemen. Otto
I wordt daarbij gevangen genomen en aan de hertog van Brabant uitgeleverd.
Deze wil de leenband over de Veluwe verbreken, zodat dit leen terugvalt
aan Brabant. Otto I weet dit voorlopig te voorkomen.
Otto
I's ongewilde bondgenoot graaf Dirk VII van Holland stormt uit ontzetting
onmiddellijk Brabant binnen. Het kasteel te Tiel (toen bij Brabant) en
de stad zelf worden geplunderd. Een week later wordt 's-Hertogenbosch
verrast en neemt Dirk VII twee broers van de hertog van Brabant en een
groot aantal ridders gevangen. Met een grote legermacht trekt de hertog
van Brabant vervolgens naar Heusden op, waar Dirk VII zich schuil houdt.
Na een verwoede veldslag wordt Dirk VII ook gevangen genomen.
Om aan deze chaotische situatie een eind te maken besluit Philip
von Swaben, in samenspraak met de aartsbisschop van Keulen, alle partijen
naar Maastricht te roepen.
Losgeld voor de graaf
In
Maastricht komen in 1203 beide gevangen genomen graven voor hoge losgelden
vrij. Graaf Otto I moet 2500 mark betalen en een nadelige vrede sluiten.
De grens tussen Gelre en Oversticht ligt nu vast langs de Hunnepe of Dortherbeek.
Nu nog steeds de grens! Al is de Dortherbeek tegenwoordig behoorlijk gekanaliseerd,
hetgeen men met de grens achterwege heeft gelaten. Otto I's munten mogen
niet meer op die van Deventer lijken. Bovendien weet hertog Hendrik I
van Brabant te bewerkstelligen dat zijn dochter Margaretha
trouwt met de zoon van Otto, Gerhard IV. Op
deze wijze hoopt hij in Gelre meer invloed te verkrijgen. Dit huwelijk
bindt de graaf van Gelre nog nauwer aan keizer Otto IV, omdat deze ook
met een Brabantse dochter is getrouwd. Hetgeen internationale verwikkelingen
zal geven.
De toegenomen Brabantse invloed op het bisdom Utrecht en de dreiging hiervan
voor Holland en Gelre noopt beide graven ertoe in de toekomst nauwer samen
te gaan werken. Deze samenwerking zal de politiek bepalen in de volgende
eeuw. Otto I heeft hiertoe de aanzet gegeven door zijn dochter Adelheid
uit te huwelijken. In 1207 overlijdt Otto I na
een leven vol strijd, wat Gelre veel heeft gekost. Eerst de dure kruistocht
en vervolgens het losgeld na zijn gevangenname. Maar de stad Zutphen zal
hem zich ondanks dat gunstig herinneren; tenslotte heeft Otto I haar stadsrechten
geschonken. Otto I de Grote wordt opgevolgd door zijn tweede zoon Gerhard
IV, daar de oudste, Hendrik, is overleden.
Otto I wordt begraven in de Sint-Walburgiskerk te Zutphen.
|
|