Ansfrieds en Irmfrieds

De herkomst van Balderik

Huis Verdun van moeders kant

Noot 1Over de herkomst van Balderik, de echtgenoot van Adela van Hamaland, wordt al heel lang gespeculeerd. Helemaal in den blinde hoeft niet gezocht te worden, er zijn enkele aanknopingspunten. Bijzonder intrigerend in Balderiks afkomst is de opmerking van de kroniekschrijver Alpert dat Balderik "quamvis loco nobilitatus, genere tamen ...", oftewel niet van gelijke afkomst als zijn echtgenote Adela zou zijn, maar de opmerking is incompleet. Vaak wordt uit deze passage de conclusie getrokken dat Balderik een bastaardzoon is.
Er zijn enkele concretere aanknopingspunten. Zo heet zijn moeder Gerberga en is zijn oom Godfried prefect van Utrecht. Balderiks moeder is dus een zus van Godfried 'de Prefect'.
De vader van Balderik is minder gemakkelijk te vinden. Balderik is een vreemde naam binnen de familie Verdun, dus zal deze hem van vaders zijde zijn meegegeven. De naam bestaat uit een samenvoeging van 'Bald' en 'ric' met een tussen-e. Een associatie met een 'Ric'-familie ligt voor de hand. De naam komt weinig voor in het Nederrijnse gebied, slechts twee families hebben Balderiks binnen de gelederen: de Ansfrieds en de Irmfrieds.

De Ansfrieds

Over de Ansfrieds is vrijwel niets met zekerheid bekend, al is het een zeldzame naam. De eerste vermelde Ansfried (I) is graaf in de Betuwe en tevens paltsgraaf onder Lothar II. Ansfried (I) is in 866 actief in Gendt (bij Nijmegen), in Hettergouw en Darnau (Lommegouw).
De opvolger van Ansfried (I) is Ricfried, waardoor een vader-zoon relatie vermoed kan worden, maar voor hetzelfde geld is hij een aangetrouwde verwant. Ricfrieds familie is iets beter bekend. Hij is getrouwd met Hereswint en zij krijgen de zonen Irmfried (I) (overleden in 945), Nevelung (graaf in de Betuwe), Rudolf en Balderik (bisschop van Utrecht). Ansfried (II) is waarschijnlijk geen zoon van hem, omdat hij dan ook in het grafschrift van Ricfried vermeld had moeten zijn.
Door het huwelijk van Nevelung met een dochter van Reginar II van Henegouw, raakt de familie in moeilijkheden. De familie wordt betrokken in de Lotharingse opstand van 939, die Nevelung waarschijnlijk de kop kost, omdat hij in 943 niet meer voorkomt.

Meer Ansfrieds

De grote moeilijkheid met de genealogie van beide families is het verband tussen de verschillende takken. Ansfried (II) is moelijk te plaatsen. Ansfried (II), die volgens de kronieken graaf in vijftien graafschappen schijnt te zijn, is in ieder geval een oom van Ansfried (III). Hoe Ansfried (II) de vijftien graafschappen verwerft is vooralsnog onbekend. Ansfried (II) wordt in 969 genoemd als graaf van Toxandrië
In de literatuur bestaat verwarring of Ansfried (II) of (III) de eer heeft om in 961 zwaarddrager van Otto I te zijn en bij diens kroning tot keizer is hij diens persoonlijke lijfwacht. Vrijwel zeker is dat dit de jongere Ansfried (III) betreft. Na een carrière als graaf wordt Ansfried (III) in 995 bisschop van Utrecht. In 1010 zal Ansfried (III) overlijden.

De Irmfrieds

Dan is er nog een familie die veel 'frieden' voortbrengt; de Irmfrieds. Zo is er een Irmfried (II) die in 976 sneuvelt bij de inval van hertog Karel in Lotharingen. Ter onderscheidt krijgt Irmfried (II) op deze site de bijnaam 'de Opstandige'. In 959 leidt een graaf Immo de opstand in Lotharingen, waarvan gemeld wordt dat hij verwant is aan bisschop Balderik (I). Op deze site wordt aangenomen dat deze Immo dezelfde is als Irmfried (II). Irmfried (II) wordt mogelijk in 939 graaf in de zogenaamde Luikgouw (ook wel Luihgouw, gelegen ten oosten van de Maas en ten zuiden van Maastricht), als opvolger van hertog Giselbert. Irmfried (II) moet dat ambt na de opstand in 959 opgeven. In 966 heeft hij zich met de keizer verzoend, wanneer hij goederen in de Luikgouw, Muhlgouw en Auelgouw voor een goed in de Haspengouw, maar het grafelijke ambt in de Luikgouw krijgt hij niet terug.

Balderikken

Irmfried (III) komt in 983 als "Immone" in de Indiculus Loricatorum voor. De passage luidt: "Leodicensis episcopus LX mittat cum Hermanno aut Immone". Dit komt neer op het feit dat de bisschop van Luik 60 ridders met Otto II mee op veldtocht naar Rome stuurt onder de leiding van Herman of Immo.
Er komen in de familie ook twee Balderiks voor, die beide bisschop van Luik worden. Balderik (I) wordt bisschop in 955 en overlijdt in 959 en Balderik (II) wordt bisschop in 1008 en overlijdt in 1018.
De naam Irmfried komt later in het gravenhuis Looz voor, zodat de familie niet uitsterft, zoals vaak wordt gedacht. Al deze gegevens leiden vooralsnog niet tot een werkbare stamboom. Of beide families verwant zijn blijft ook onduidelijk, maar op grond van de naamovereenkomsten kan het niet uitgesloten worden. Duidelijk is wel dat de Irmfrieds, gezien hun leidinggevende posities bij de veldtochten, belangrijke vertegenwoordigers van de Lotharingse adel zijn.
De op het internet veel voorkomende Immo van Vliermal is waarschijnlijk identiek met een van de hierboven beschreven Irmfrieden.
Het moge duidelijk zijn dat het laatste woord over deze stambomen nog niet geschreven is, als dit al ooit zal gebeuren.

De vader van Balderik

De vader van Balderik is dus niet met zekerheid te achterhalen. 'Onze' Balderik krijgt voorlopig een plek in de familie der Irmfrieds. De jaren van vermelding doet vermoeden dat hij een vertegenwoordiger is van de generatie na Irmfried (II). In weerwil van Alperts opmerking stamt Balderik in ieder geval van een rijksaristocratische familie van hoog aanzien af.
De opmerking van Alpert kan inderdaad betekenen dat Balderik een bastaard is, maar kan ook een andere grond hebben. Een aspect van een positionering van Balderik in deze familie der Irmfrieds is dat deze familie in de rijksachting is gedaald, vanwege de deelname aan de opstand in Neder-Lotharingen. Dit zou ook een goede verklaring voor Alperts opmerking kunnen zijn. Ook is er in eerste instantie oppositie tegen een huwelijk van Balderik en Adela, mogelijk zijn er kanonische bezwaren. Mogelijk ontspruit Balderik zelf uit een kanonisch bezwaard huwelijk.
Tenslotte kan er nog een andere reden zijn. Misschien is Balderik oorspronkelijk een kerkelijke carrière toebedacht. Tenslotte zijn al zijn naamgenoten bisschop geworden, een in Utrecht en twee in Luik.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende III des Sonnedages op Kruisverheffings dach, dat was op ten vierten ende tienden dach der maent van Septembris.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 2003-2005

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 14 september 2003. Laatste wijziging: 28 mei 2007.