| |
Opkomst van Hamaland
Chamavenland
Voordat
er sprake is van een graafschap Gelre of zelfs heren van Zutphen bestaat
er in de Karolingische tijd een
groot uitgestrekt graafschap in Oost-Nederland; Hamaland.
Het gebied is vernoemd naar de Germaanse volksstam Hamaven, maar omdat
de Romeinen de "H" aan het begin van een woord niet uit kunnen
spreken wordt het volk door hen opgetekend als "Chamaven".
De Chamaven bevolken de eerste vier eeuwen van onze jaartelling in betrekkelijke
rust het gebied ten westen van de IJsselvallei tot en met het westelijke
deel van het huidige Munsterland. In de vijfde eeuw worden zij langzamerhand
vanuit het zuiden teruggedrongen door de Franken. Na de vijfde eeuw gaat
het Munsterland verloren aan de oprukkende Saksen. Daarna wordt het gebied
door de Franken en Saksen betwist tot Karel I 'de Grote' in 763 de Saksen verslaat.
Hamaland wordt opgenomen in het grote Karolingische rijk en zoals gebruikelijk
wordt het te besturen gebied een graafschap. Dit graafschap wordt vernoemd
naar de oorspronkelijke bewoners: Hamaland. Het gebied wordt bestuurd
door het machtige Saksische geslacht der Brunharingen,
waarvan enkelen zowel als graaf als als hertog optreden.
Erfgenamen van Zwentibold
De macht van de Brunharingen is voornamelijk
gestoeld op de eigen goederen
in de Liemers en koningsgoed in leen langs de IJssel. De bezittingen in
Deventer en Zutphen zijn oorspronkelijk koningsgoed, afkomstig uit de
erfenis van Zwentibold,
de laatste koning van Lotharingen.
Door Zwentibolds huwelijk met Oda
van Saksen is deze erfenis bij haar terecht gekomen. Na de moord op
haar man is Oda hertrouwd met Gerhard
(I) van Gulikgouw. Gerberga, een van hun dochters, trouwt met Meginhard
IV van Hamaland, zodat de graven van Hamaland via dit huwelijk meedelen
in Zwentibolds erfenis langs de IJssel.
Erfgenamen van Ringelheim
Daarnaast zijn er bezittingen langs de kust. Dit deel van de Hamalandse
bezittingen stamt uit het koninklijke leen van Godfried 'de Deen'. Godfried is getrouwd met een Gisela,
dochter van Lothar
(II), koning van Lotharingen.
Na de succesvolle aanslag op
Godfried krijgt Eberhard (I) van Hamaland
een deel van Godfrieds koninklijke lenen, die vervolgens in leenbezit
van de Brunharingen blijven.
Het recht op deze goederen wordt versterkt door Eberhard (II)'s huwelijk
met Amalrada, kleindochter
van Godfried 'de Deen'. Amalrada is namelijk een van de vele
dochters uit het huwelijk van Reginhild
met Diederik van Ringelheim.
Zo delen de Brunharingen mee in deze karolingische
erfenis.
De grootgouw Hamaland
De
allodia van de Brunharingen zullen
voornamelijk in Hamaland hebben gelegen.
Hamaland strekt zich uit van de linkeroever van de IJssel (oostelijk van
Leuvenheim tot Empe), Deventer, Zevenaar naar het zuiden tot Elten en
de omgeving van Emmerik. Noordwaarts rechts van de Rijn en de IJssel tot
Olst en westelijk via Weggestapelen (bij Bathmen) naar Westerflier (bij
Diepenheim). Ook in andere gouwen, bijvoorbeeld in de Betuwe
en Naardinkland, bezitten de Brunharingen goederen.
De grootgouw Hamaland bestaat uit de pagi (nederzettingsgebieden)
Leomeriche (Liemers), Swifterbant
(aan weerszijden van de IJsselmonding in het Almere) en Hisloa
(IJsselgouw) en de gouwen Salland en Drenthe.
Mogelijk behoort een deel van het westelijk Munsterland ook tot dit gebied.
Tot hoe ver de grens oostelijk reikt is niet precies duidelijk. Echter
uit het verdrag van
Meersen blijkt dat Hamaland in 870 grenst aan Teisterbant, Betuwe
en Hattuarië. Over de Veluwe schijnt niet veel
twijfel te bestaan, deze hoort bij Hamaland, of echter Flethite
vanaf het begin ook tot Hamaland behoort is onduidelijk.
Alle genoemde gouwen vormen vanaf het begin waarschijnlijk geen aparte
grafelijke jurisdicties. Mogelijk worden zij later afgesplitst van een
groter geheel.
Mogelijk vormen op de bijgaande kaart Hamaland (rood) en Salland (blauw)
in het begin samen de pagus Isloa, omdat zowel de
streek rond Wichmond als later Salland Isloa worden genoemd.
Het bestuurscentrum van Hamaland ligt in het centraal gelegen Deventer.
Hier is de koninklijke munt gevestigd en de graven van Hamaland zullen
hier het koninklijke muntrecht uitbaten.
Verdediging van Hamaland
Ringburgen
als die op de Heimenberg bij Rhenen, de Hunnenschans
bij het Uddelermeer, Zutphen, de Duno
bij Doorwerth en de bekendste, Opladen
(tegenwoordig Montferland bij Zeddam) zijn de militaire steunpunten van
het Hamaland.
Zij worden opgericht als verdediging tegen de invallen van de Noormannen.
In tijden van nood kan de plaatselijke bevolking de burg betrekken en
daar bescherming krijgen, totdat de aanval voorbij is.
Graven van stand
Het graafschap wordt vanaf de tijd van Karel I 'de Grote' tot Hendrik
II vrijwel continue door dezelfde familie bestuurd. Een periode van
ruim 200 jaar!
Enkele bekende graven zijn Eberhard (I) 'Saxo'
en Wichman (IV). Aan de continuiteit komt
een eind wanneer de oudste zoon van Adela,
dochter van Wichman (IV) wordt vermoord
en er geen opvolgers meer zijn. De opstand van Adela en Balderik
tegen het rijksgezag geven
Hendrik II een goede reden het machtscomplex volledig af te breken
en de rijkskerk van Utrecht te versterken. Daarbij kan kerk noch keizer
voorbij aan de rechtmatige erfgenamen.
|
|