Heren van Baer (huis Egmond; 1456-1562)

Kasteel Baer, anno 1404.

Anno 1456

Wapen van de graven van Egmond.

Willem van Egmond Ψ, heer van Baer, 1456-1483

Na de dood van Walraven van Baer vererft Baer aan Walburga van Meurs Ψ. Dit nichtje van Walraven is op 22 januari 1437 getrouwd met Willem van Egmond Ψ, de broer van de hertog van Gelre, Arnold van Egmond Ψ. Zo komt de bannerij met kasteel Baer in huis Egmond terecht.


Toevalligerwijs brengt Willem van Egmond (geboren 1412) zijn jeugd door aan het hof van hertog Reinald IV van Gulik en Gelre Ψ, zodat hij geen onbekende is in De Graafschap. Het is in die tijd gewoonte om jonge knapen aan een bevriend hof op te voeden. Gemeend wordt dat het hun zelfstandigheid bevordert, een equivalent van het tegenwoordige 'op kamers' gaan wonen.
In 1430 gaat Willem de aanstaande bruid,  Katharina van Kleef Ψ, voor zijn broer, hertog Arnold van Gelre, in Lobith ophalen. Een eervolle taak voor een 22-jarige. In 1437 gebeurt het omgekeerde als hertog Arnold in Venlo de bruid van Willem ophaalt.
Valkerij Schaap, valkenier (foto: Peter Wouters). Als hun vader Jan II van Egmond Ψ overlijdt, doet Willem afstand van 31 boeken die deze bezit ten faveure van zijn broer hertog Arnold van Gelre. Een uniek kijkje in het boekenbezit van lokale heren. Zo zitten er religieuze en juridische boeken tussen, maar ook typische 'ridder'-boeken over het africhten van valken en sperwers en over het mennen van paarden. Willem behoudt het boek met de titel 'Dat boeck de proprietatibus rerum', een natuurwetenschappelijke encyclopedie.
Rond 1468 komt Willem op voor de rechten van zijn broer hertog Arnold als deze door zijn zoon Adolf van Egmond Ψ gevangen wordt gehouden. Deze Gelderse perikelen vinden hun dieptepunt in de slag bij Straelen in 1468.
Willem wordt in 1471 (nogmaals?) door zijn broer hertog Arnold bevestigd in alle rechten betreffende de heerlijkheid Baer als vrij goed. Bij deze bevestiging blijken Ellecom en Ochten ook tot de bezittingen te behoren. In 1473 wordt hij stadhouder in dienst van hertog Karel van Gelre Ψ. Op 17 januari 1483 komt Willem te overlijden en hij wordt Grave begraven. Hij wordt opgevolfd door Jan III.

Jan III Ψ, graaf van Egmond, heer van Baer, 1483-1516

Jan III wordt geboren op 3 april 1438 op kasteel Hattem. Hij zal de bijnaam 'Manke Jan' verwerven ter onderscheid van alle andere Jannen uit het huis Egmond. In 1484 trouwt hij met gravin Magdalena van Werdenberg Ψ.
Jan III van Egmond steunt keizer Maximiliaan I van Habsburg bij zijn aanspraken op Gelre. In 1477 wordt hij diens kamerheer. Als blijk van waardering wordt hij in 1486 tot eerste graaf van Egmond verheven. Om een bijdrage aan de strijd te leveren onderneemt Jan III vanuit zijn kasteel Baer aan de IJssel rooftochten naar Arnhem en Doesburg. Hertog Karel van Gelre (eveneens uit het geslacht Egmond!) besluit om samen met de bannerheer van Bronckhorst en de steden Doesburg en Zutphen kasteel Baer aan te vallen. Jan III zoekt en vindt nog enkele bondgenoten in Otto van Buren , de heer van IJsselstein. Dat mag echter niet baten, op Hemelvaartsdag 1495 moet hij zich overgeven. Het kasteel wordt volledig met de grond gelijk gemaakt en nadien niet meer herbouwd. Het gelijknamige stamslot van de heren van Baer is nu samen met hen verdwenen.

Impressie van Baer in 1404.

Einde aan de overerving

Uiteindelijk zal de bannerij vererven aan Lamoraal van Egmond Ψ, de vierde graaf van Egmond. Deze verkoopt in 1562 de bannerheerlijkheid met het verwoeste kasteel aan Diederick van Bronckhorst-Batenburg , heer van Anholt.
Hiermee komt aan de eeuwenlange overerving een einde. Uiteindelijk komt de heerlijkheid door koop en verkoop in handen van de Staten van Gelderland. Graaf Lamoraal van Egmond speelt overigens nog een belangrijke rol in de politiek van de Nederlandse edelen onder leiding van prins Willem van Oranje tegen koning Philips II van Spanje. Als gevolg hiervan wordt hij op 5 juni 1568 samen met de graaf van Hoorne , op last van Alva, te Brussel onthoofd.

Literatuur

  1. Wapenboek der Ridders van de Duitse Orde, mr. W.J. baron D'Ablaing van Giessenburg,
    C. van Doorn en zoon, 's-Gravenhage, 1871.
  2. Wapenboek van den Nederlandschen Adel, J.B. Rietstap,
    J.B. Wolters, Groningen, 1887.
  3. De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen Adel, J.B. Rietstap,
    J.B. Wolters, Groningen, 1890.
  4. Geldersche Kasteelen, historie-oudheidkunde-genealogie, H.M. Werner,
    S. Gouda Quint, Arnhem, 1906.
  5. Ministerialiteit en ridderschap in Gelre en Zutphen, Jonkvrouwe Dr. J.M. van Winter,
    S. Gouda Quint - D. Brouwer en zoon, Arnhem, 1962.
  6. Bijdrage tot een genealogie van het geslacht Van Rheden/Van Baer en het geslacht van Lathum tot circa 1400, Drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije,
    In: Herziene uitgave van het artikel in Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel LXIV, 1971.
  7. Geschiedenis Baer en Lathum, Drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije,
    In: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel LXV, 1972.
  8. Bahr en Lathum, A.G. van Dalen,
    De Liemers No. 36,
    Uitgeverij "Liemers Lantaern", Zevenaar, 1975.
  9. Gemeentewapens, Jaarboek Achterhoek en Liemers, diverse auteurs,
    De Walburg Pers, Zutphen, 1982.
  10. Heraldiek, bronnen, symbolen en betekenis, Ottfried Neubecker e.a.,
    Atrium, Alphen aan de Rijn, 1988.
  11. Familiewapens, oorsprong en betekenis, Roelof Vennik,
    Wilkerdon, Rotterdam, 1988.
  12. De Stoute Bisschop (Brabantse geslacht van Baar), G.A.C.H.M. van Baar,
    CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek 's-Gravenhage, ISBN 90-9005509-6.
  13. Het Hof van Gelre, Cultuur ten tijde van de hertogen uit het Gulikse en Egmondse huis (1371-1473), Gerard Nijsten,
    Kok Agora, Kampen, 1993.
  14. Drostambt en schoutambt - De Gelderse ambstorganisatie in het kwartier van Zutphen (ca. 1200-1543), Jan Kuys,
    Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1994.
  15. Wapens van de Nederlanden, Hubert de Vries,
    Uitgeverij Jan Mets, Amsterdam, 1995.
  16. De Heraut Gelre, het middeleeuwse herautwezen en de Gelderse adel in de Codex Gelre, Marinus Flokstra en Ralf G. Jahn,
    In: Gelre - Geldern - Gelderland, Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre, deel 1,
    Verlag des Historischen Vereins für Geldern und Umgegend, Geldern, 2001.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM op Heilige Lodewijks dach, dat was op ten vijf ende twintigsten dach der maent van Augustii.