Brunhari van IJsselgouw (7xx-794)

Graaf van IJsselgouw

In het voetspoor van Karel 'de Grote'

Noot 1In het voetspoor van Karel I 'de Grote' Ψ is in de loop van de achtste eeuw een (mogelijk inheems) gravengeslacht in Oost-Nederland te vinden. De oudst opgespoorde vertegenwoordiger van deze familie is een zekere Brunhari Ψ; naar hem heet het geslacht in oudere literatuur 'Brunharingen'.Tegenwoordig wordt het geslacht de 'Meginhardi' genoemd.

Hier zijn twee redenen voor. De eerste is dat de mannelijke stam na Meginhard I Ψ vermoedelijk onderbroken wordt en een tweede reden is dat 'Meginhard' de meest voorkomende naam in deze familie is.
Brunhari komt één keer in de bronnen voor. In oktober 794 schenkt zijn zoon Wrachari Ψ goed aan Liudger. Uit het feit dat zijn zoon zelfstandig over goederen kan beschikken valt af te leiden dat Brunhari is overleden of als lokale potentaat door Karel I aan de kant is geschoven. Karel I maakt in veroverde gebieden vaak gebruik van lokale adel om deze gebieden namens hem te besturen. Het kan zijn dat Brunhari niet ‘meewerkt’ aan Karel I’s plannen en dat zijn mogelijk minder weerspannige zoon wel de voordelen inziet. In de schenking van zijn zoon wordt Brunhari in ieder geval geen graaf genoemd.

Vermeende Elzasser connectie

Noot 2Riedel, met navolging op diverse websites, heeft in 1985 Brunhari als een zoon van Luitfried Ψ, hertog van Elzas, voorgesteld en zo aan de familie der Etichonen gekoppeld. 'Brunhari' is in die optiek gelijk te stellen aan 'Ruthard' en 'Wrachari' aan 'Everhard'.
Uit het verbroederingsboek van Reichenau blijkt dat geen enkele variatie op 'Brun' in de buurt komt van 'Rut'. Alleen variaties waarin de 'B' een 'P' wordt en 'un' een 'o' komen voor.
Ook de gelijkstelling van 'Ever' aan 'Wrac' gaat niet op. Op 'Eber' wordt gevarieerd met een 'p' of 'u' voor de 'b', of een 'H' voor de eerste 'E' en een ander klinker voor de tweede 'e', bijvoorbeeld 'Ebur'. Verder verschuift de 'r' een enkele keer, dus bijvoorbeeld 'Ebre'. Combinaties met een 'W' komen niet voor. Voor 'Werkhari' (met ‘r’-verschuiving) wordt alleen 'UUerc here' als alternatief genoemd. Een gelijkstelling van 'Everhard = Harihard = Wrachhard' is dus niet mogelijk. Een gelijkstelling tussen ‘hari’ en ‘hard’ ligt eveneens niet voor de hand.
Hieruit mag blijken dat een hertogelijke Elzasser connectie niet aan de orde is.

Literatuur

  1. OGZ, nr. 15.
    R. Fruin, Het Graafschap Hamaland en de Brunharingen, De Nederlandsche Leeuw, Jg. XLVIII, nr. 6, kolom 163, 166-167 , juni 1930.
    R. Wenskus, Sächsischer Stammesadel und fränkischer Reichsadel, Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen, 1976, p204.
    J.M. van Winter, Het (palts)graafschap Zutphen en het Hamalandse gravenhuis, In: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel XCII, Walburg Druk BV, Zutphen, 2001, p59.
  2. Libr. mem. N.S. Reichenau, dMGH, p64, 71, 169.
    W. Schlaug, Die altsächsischen Personennamen vor dem Jahre 1000, Lunder Germanistische Forschungen, Vol. 34, Håkan Ohlssons Boktryckeri, Kopenhagen, 1962, p65, 99, 105.
    M. Riedel, St. Irmgardis, Herrscherin und Heilige vom Niederrhein, Limburg an der Lahn, Wesel-Diersfordt, 1985.
    K.H. Schreiber, Mittelalterliche Genealogie im Deutschen Reich bis zum Ende der Staufer (Mitt-Gen), Etichonen.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende I op Tweeden Pinksterendach.