Gijsbert III van Bronckhorst (1230-1241)

Kasteel Bronckhorst, anno 1743.

Heer van Bronckhorst en Rekem

Wapen van Bronkhorst.

Een afwijkend wapen

Wapen van Gijsbert III van Bronckhorst (kleuren fictief). Noot 1Gijsbert III van Bronckhorst Ψ komt in 1230 voor het eerst in de bronnen voor, zijn vader Willem I Ψ voor het laatst in 1226. Ergens in de vier tussenliggende jaren zal Gijsbert III het bewind over de heerlijkheid Bronckhorst van zijn vader hebben overgenomen. In 1230 wordt Gijsbert III tevens heer van Rekem genoemd.


Gijsbert III is de eerste heer van Bronckhorst van wie een wapenschild bekend is. Hij voert een dubbelgekanteelde dwarsbalk. Dit wapen wijkt dus af van het latere wapen met de bekende zilveren leeuw op een rood veld. Helaas zijn de kleuren van Gijsbert III's wapen niet overgeleverd. De hier getoonde kleuren zijn afgeleid van de geldende heraldische regels dat de kleurstelling binnen een familie niet varieert.

Enkele wapenfeiten

Noot 2Op 11 juni 1231 schenkt graaf Otto II van Gelre Ψ stadsrechten aan Harderwijk, waarbij Gijsbert III als getuige aanwezig is. In hetzelfde jaar getuigt hij voor de Utrechtse bisschop wanneer deze het klooster Betlehem in haar rechten bevestigt.
Gijsbert III huwt Cunigonda van Oldenburg Ψ. Zij is een dochter van graaf Maurits I van Oldenburg Ψ en Salome van Are Ψ. Zij krijgen twee zonen, die zoals gebruikelijk in de familie der Bronckhorsten Willem (II) Ψ en Gijsbert Ψ worden genoemd.
Willem II is voorbestemd om zijn vader op te volgen, terwijl Gijsbert als geestelijke carrière maakt. Hij begint als proost in Emmerik en vervolgens wordt hij aartsdiaken in Utrecht. Gijsbert weet op te klimmen tot aartsbisschop van Bremen. Het Oldenburgse netwerk van zijn moeder zal deze toppositie mede mogelijk hebben gemaakt. Het aartsbisschoppelijke ambt bekleedt hij van 1273 tot zijn dood in 1306.
In 1232 komen Gijsbert III en zijn vrouw handelend voor in een oorkonde waarin zij tot overeenstemming komen met het kapittel van Zutphen over de novale tienden die in de Bronkhorster waard zijn ontstaan. Blijkbaar is daar onenigheid over ontstaan. In 1232 is Gijsbert III wederom aanwezig wanneer er stadsrechten aan Arnhem te vergeven zijn.
In 1235 treedt Gijsbert III weer samen met zijn vrouw Cunigonda handelend in een oorkonde op, wanneer zij samen de tienden van Grusink, Lensink en Ubekink in de parochie Vorden ruilen tegen Venewik in de parochie Steenderen. In 1237 is Gijsbert III voor de derde en laatste keer aanwezig bij de schenking van stadsrechten, nu aan Doesburg. Op 27 februari 1241 overlijdt Gijsbert III. In dat jaar volgt zijn zoon Willem II hem op.

Literatuur

  1. A.P. van Schilfgaarde, De heren en graven van Bronkhorst, In: De Nederlandsche Leeuw, Jg. LXXIV, nr. 3, 1957, kolom 67-68.
    E.J. van Ebbenhorst Tengbergen, Bronkhorst - Korte historie van stad en heerlijkheid, De Walburg Pers, Zutphen, 1981, p17.
    D. Schwennicke, Europäische Stammtafeln Neue Folge, Band XVIII, Vittorio Klostermann, Frankfurt, 1998, tafel 41.
    H. Vermeulen, Het geslacht Van Bronckhorst en de boedelscheiding van 26 oktober 1328, In: De Nederlandsche Leeuw, Jg. CXXIII, nr. 3-4, 2006, kolom 100.
  2. OGZ, nr.546, 547, 556, 564, 584 en 598.
    A.P. van Schilfgaarde, 1957, kolom 68.
    E. Harenberg, Twee dertiende-eeuwse beoorkondigingen opnieuw bekeken, In: Bijdragen en Mededelingen, deel LXXVIII, Vereniging Gelre, 1987, p32, 33.
    D. Schwennicke, 1998, tafel 41.
    H. Vermeulen, 2006, kolom 100-102.
    K.H. Schreiber, Mittelalterliche Genealogie im Deutschen Reich bis zum Ende der Staufer, Oldenburg, Moritz I.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MCM ende XCIX een dach nae Heilige Martinus dat was op ten viertienden dach der maent van Aprili.