Willem I van Bronckhorst (1196-1226)

Kasteel Bronckhorst, anno 1743.

Heer van Bronckhorst en Rekem,
graaf van Salland

Wapen van de heren van Bronkhorst.

Een generatie zoek?

Noot 1In de literatuur wordt vermeld dat Gijsbert I Ψ waarschijnlijk twee zonen heeft: Gijsbert (II) Ψ en Willem (I) Ψ. Wanneer graaf Otto I van Gelre Ψ in 1191 stadsrechten aan Zutphen schenkt, getuigen Gijsbert II samen met een van naam onbekende broer. Of die onbekende broer dezelfde is als Willem I zal wel voor altijd duister blijven.

Willem I's (mogelijke) broer Gijsbert II overlijdt al spoedig na die eerste getuigenis in 1191 en in ieder geval voor 1196. Onbekend is of Gijsbert II zich heer van Bronckhorst en/of Rekem noemt en of Willem I hem dan als zodanig opvolgt.

Gezien de tijdspanne waarin Willem I voorkomt (1190-1226), worden er veel jaren door twee generaties overbrugt. Zijn vader wordt al in 1140 genoemd en Willem I overlijdt maar liefst 86 jaar later. Het is goed mogelijk dat er een generatie zoek is. Een andere mogelijkheid voor het inpassen van een extra generatie is dat de eerste generaties misschien te vinden zijn onder een andere familienaam. De Bronckhorster familie komt nu als hoog adellijke familie uit de lucht vallen en spelen van meet af aan een belangrijke rol in de middeleeuwse maatschappij, maar hun herkomst is onbekend.
Willem I treedt bijvoorbeeld op als graaf van Salland, weliswaar in leen van Gelre, maar toch zegt dit iets over Willem I's hoge status. Het vermoeden rijst dat er een band bestaat met de graven van Goor, waarvan de eerst bekende heer ook Willem (1094-1108) Ψ heet. Saillant detail is dat de zonen van Hugo van Goor Ψ, graaf van Twente en voogd van Utrecht (1118-1145), zijn zonen Willem (II) Ψ en Giselbert (I) Ψ noemt. Willem komt dan voor de tweede keer in die familie voor, maar Giselbert voor de eerste keer. Mogelijk biedt deze aanwijzing een aanknopingspunt voor diepgaander onderzoek.

Actief voor Gelre

Noot 2Willem I komt in de bronnen uitsluitend voor als getuige voor de graaf van Gelre. Naast voornoemde aanwezigheid bij de schemnking van stadsrechten aan Zutphen komt Willem I in 1200 zonder broer voor. In dat jaar bevestigt bisschop Dirk II van Utrecht het klooster Betlehem in zijn bezittingen. In hetzelfde jaar is Willem I aanwezig bij de tekening van de vrede tussen Gelre en Brabante en in 1203 komt hij nogmaals voor.
In 1207 ondertekent Willem I mede een schenking van graaf Gerhard V van Gelre voor het zieleheil van diens vader. In 1212 is hij bij de beslechting van een geschil aanwezig en 14 jaar later bij een ander geschil.

Heer van Rekem?

Kasteel Bronckhorst, anno 1731.Noot 3Willem I huwt Geertruid Ψ, een dochter van Gerhard II van Lohn Ψ. Zij is weduwe van een heer van Ahaus. Het paar krijgt vier kinderen: Gijsbert (III) Ψ, Hendrik, en Helena. Hendrik is in 1235 opgetekend als kanunnik in Zutphen. Willem wordt ook geestelijke en treedt op als proost van Oldenzaal. Over het leven van Willem I's dochter Helena is niets opgetekend. Gijsbert III komt in de bronnen voor als heer van Rekem, zodat het in de lijn der verwachting ligt dat Willem I ook heer van Rekem zal zijn geweest, ook al wordt hij niet als 'heer' in de bronnen vermelt.
Na 26 januari 1226 wordt niets meer van Willem I vernomen, zodat hij vermoedelijk in of kort na dit jaar zal zijn overleden. Gijsbert III volgt hem op.

Literatuur

  1. OGZ, nr. 376 en 395.
    OBO II, nr.65, 130.
    J. de Groot, Nieuwe gezichtspunten aangaande den oorsprong van het geslacht de Vos van Steenwijk, In: De Nederlandsche Leeuw, jaargang LV, nr. 11, 1937, kolom 388-389.
    A.J. Maris, Van voogdij tot maarschalkambt, Boekhandel H. de Vroede, Utrecht, 1954, p24, 26, 39.
    A.P. van Schilfgaarde, De heren en graven van Bronkhorst, In: De Nederlandsche Leeuw, Jg. LXXIV, nr. 3, 1957, kolom 67.
    D. Schwennicke, Europäische Stammtafeln Neue Folge, Band XVIII, Vittorio Klostermann, Frankfurt, 1998, tafel 41.
    K. van Vliet, In kringen van kanunniken, Walburg Pers, Zutphen, 2002, p383.
    H. Vermeulen, Het geslacht Van Bronckhorst en de boedelscheiding van 26 oktober 1328, In: De Nederlandsche Leeuw, Jg. CXXIII, nr. 3-4, 2006, kolom 99.
  2. OGZ, nr. 376, 395, 401, 421, 431 en 486.
  3. OGZ, nr. 486.
    A.P. van Schilfgaarde, 1957, kolom 67.
    D. Schwennicke, 1998, tafel 41.
    H. Vermeulen, 2006, kolom 99-100.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende VI des Sonnedages voor Apostel Tomas dach, dat was op ten tweeden dach der maent van Julii.