Hendrik V van Borculo (1311-1350)

Kasteel Borculo, anno 1726.

Heer van Borculo

Wapen van de heren van Borculo.

Voogdijbestuur

Noot 1Hendrik V Ψ is de oudste zoon van Hendrik IV Ψ en Jutta van Wisch Ψ en is voorbestemd om in de voetsporen van zijn voorvaderen te treden. Hij is volgens De Groot na 1283 geboren, omdat in dat jaar zijn zuster Lisa (Elisabeth Ψ) 'domicella' wordt genoemd. Hij verstaat onder domicella in dit geval blijkbaar 'gebiedster' en niet 'edelvrij persoon'. Het is echter mogelijk om Hendrik V's geboortedatum nog iets preciezer vast te stellen.


Engelbert Eschikinc belooft in 1310 de schepenen van Groenlo de door hem gebouwde molen twee jaar in bedrijf te houden, tenzij jonker Hendrik anders beschikt. Tot de ondertekenaars behoren Godfried Ψ en Ludolf van Borculo Ψ. Ludolf is een naam die vanuit de Groningse achtergond via de Coeverden familie is doorgegeven. De Groot neemt aan dat die jonker Hendrik V is en Godfried als diens voogd ziet. Godfried en Ludolf zijn in dat geval ooms van Hendrik V.
In ieder geval is Hendrik V vanaf 1311 eigen baas. Hij komt in dat jaar voor als 'dominus' (heer) van Borculo, wanneer hij de ministeriale vrouw Aleydis voor vijf Brabantse marken vrijlaat. Uit deze jaartallen valt af te leiden dat Hendrik V in of rond 1295 is geboren. Bij die handeling is zijn echtgenote Beatrix Ψ getuige. Haar afkomst is onbekend.

Vaart der volkeren

Noot 2Hendrik V bemoeit zich in tegenstelling tot zijn vader meer met de wereld om zich heen. Hij is in 1315 getuige bij de beslechting van een geschil tussen Reinold II van Coeverden Ψ en de abdij in Assen. Hendrik V's oom Godfried treedt hierbij als scheidsrechter op. Kennelijk acht men het leerzaam voor de nog jonge Hendrik V om hierbij aanwezig te zijn.
In 1318 treden Hendrik V en Godfried als getuigen op bij een geschil tussen Hendrik van Vreden en diens tante Hadwig, wanneer zij een meningsverschil hebben over de erfenis van Hendriks vader Gerlacus van Vreden in het kerspel Bathmen. Hieruit blijkt dat Hendrik V een publieke functie bekleedt als schepen van Deventer. In hetzelfde jaar staat Hendrik V borg voor Steven III van Wisch Ψ en diens zoon Hendrik I Ψ, wanneer deze leengoed ruilen met de bisschop van Utrecht.
Hendrik V is ook meer betrokken bij Gelderse staatszaken dan zijn vader. Hij blijkt in 1324 tot de raad van graaf Reinald II van Gelre Ψ te behoren, wanneer Zutphen in haar rechten wordt bevestigd. In 1329 is Hendrik V opnieuw in Zutphen te vinden. Hij is dan zelf een van de scheidsrechters die een conflict tussen graaf Reinald II en de schepenen moeten beslechten. Het conflict behelst de schepenverkiezing en het rechtsgebied van de schepenen, in het bijzonder de rechtspraak over vreemdelingen en het grafelijke gevolg. Blijkbaar vindt Reinald II dat de Zutphense schepenen zich teveel rechten toe-eigenen. Mogelijk beslissen de scheidsrechters dat Reinald II de rechten beter moet vastleggen, want in 1330 legt Reinald II nieuwe bepalingen vast.
Hendrik V getuigt ook bij zaken die de grafelijke familie aangaan. Zo is hij in 1331 aanwezig wanneer Reinald II's echtgenote Eleonora Ψ het vruchtgebruik van o.a. de Veluwe krijgt toegewezen. In 1333 is hij aanwezig bij het vaststellen van de huwelijkse voorwaarden tussen Gerard I van Berg Ψ en Margaretha van Gelre Ψ en in 1337 is hij getuige bij de wilsbeschikking van Reinald II. Uit dit alles moge blijken dat Hendrik V in de Gelderse vaart der volkeren is opgenomen.

Strijd om Diepenheim

Huis Diepenheim, anno 2005.Noot 3Hendrik V heeft niet alleen oog voor zaken van Gelders belang. Privé verzeild hij in een weinig profijtelijke strijd met de bisschop van Utrecht en diens borgmannen te Diepenheim. De oorzaak van deze oorlog is niet overgeleverd. Mogelijk vindt Hendrik V dat de bisschop te veel in zijn rechten in Diepenheim treedt. Het is bekend dat de Borculose heren nauw betrokken zijn bij de Diepenheimse zaken.
Op 31 oktober 1332 doet graaf Reinald II van Gelre uitspraak in het uit de hand gelopen geschil, ten nadele van Hendrik V. Uit de uitspraak valt op te maken waaraan Hendrik V zich heeft beschuldigd. Alle gevangen moeten worden uitgewisseld en Hendrik V moet Diederic Sobben en Evert de Rode van Heekeren tachtig mark betalen, die hij hen al heel lang schuldig is. Alle leenmannen moeten in het bezit van hun leen hersteld worden en alle schade ontstaan door roof en brandstichting moet vergoed worden. Hendrik V krijgt dus alle blaam. Over de eis tot schadevergoeding waarop Hendrik V recht meent te hebben doet graaf Reinald II geen uitspraak. De graaf wenst voor 22 februari bewijsstukken te zien. Hoe deze zaak afloopt is ongewis, maar op 14 december blijkt dat de bisschop toestemming van de paus krijgt om belasting onder zijn geestelijken te heffen 'om de rust en de veiligheid in het Sticht te waarborgen'.

Regionale activiteiten

Noot 4Op 6 september 1333 gunt Hendrik V zijn naamgenoot Hendrik Zore de erfpacht van een stuk weidegrond in het kerspel Groenlo. Hierbij stelt hij als voorwaarde dat er geen eiken omgehakt mogen worden. Blijkbaar is de hedendaagse spanning tussen natuurbeheer en effectieve exploitatie van landbouwgrond al eeuwenoud. Al zal Hendrik V mogelijk andere overwegingen dan natuurschoon alleen voor ogen hebben.
In 1337 verzoeken Hendrik V en zijn vrouw Beatrix hun gift aan de nieuwe kapel van Borculo te bevestigen, waarbij zij het 'jus patronatus' voor zichzelf behouden. Hendrik V's broer Johan (of Jan Ψ) is hierbij getuige. De bewoners van Borculo hoeven dus niet meer naar Geesteren naar de kerk, zoals zij van oudsher altijd gedaan hebben. In 1338 hangt Hendrik V zijn zegel aan een oorkonde waarin zijn neef Herman (II) van Ahaus Ψ afstand doet van de voogdij van Monekinchof bij Oldenzaal. Hoe zijn relatie met de heer van Ahaus loopt is vooralsnog ongewis, maar mogelijk speelt Herman (I)'s vrouw Agnes van Steinfurt Ψ hier een rol in.
Ook blijft Hendrik V betrokken bij Drentse familiezaken in Coeverden, bijvoorbeeld in 1341 wanneer Reinold III van Coeverden Ψ goederen met de abdij in Assen ruilt.
De kapel van Borculo wordt in 1342 begiftigd door Hendrik Sure (Zore?) en Herman van Bilrebeek (Billerbeck), waarbij Hendrik V getuigt. In 1344 wordt Hendrik V voor het laatst genoemd.

Opvolgingsperikelen

Noot 5Ergens tussen 1347 en 1350 komt Hendrik V te overlijden. Van Hendrik V en Beatrix is uit de bronnen geen nageslacht bekend. De heerlijkheid Borculo komt in handen van Reinold III van Coeverden, die zich dan tot 1358 'here van Covorde unde van Borchlo' noemt. Tussen 28 oktober 1358 en 1 mei 1359 doet Reinold III afstand van de heerlijkheid, maar het is niet precies bekend ten behoeve van wie.
Het meest voor de hand ligt dat Reinold III Henrica van Borculo genaamd Dodinkweerd Ψ, daarmee van dienst is. De precieze relatie tussen Henrica en Reinold III is onbekend. Van Veen beschouwt haar als een dochter van Reinold III, waarbij Borculo als huwelijksgift dient. De Groot beschouwt op zijn beurt Henrica als een onbekende dochter van Hendrik V, waarbij Reinold III dan de rol van voogd vervult. Op deze website wordt vooralsnog De Groot gevolgd.
Hof te Borculo, anno 2005.Er is (uiteraard) nog een scenario mogelijk, want in dit verband is het opvallend dat Hendrik V's broer Johan in 1331 zijn geestelijke leven verruilt voor een wereldlijke. Stel dat de twintigjarige kinderloosheid van Hendrik V en Beatrix aan deze beslissing ten grondslag ligt. Is Johan de redder van de dynastie geworden? De Groot meldt dat Johan nog even het bewind over de heerlijkheid voert, al voert hij hier geen bron voor aan en is ook niet bekend wanneer dat dan is. Johan heeft wel nageslacht gekregen; een zoon die Gerhard Ψ heet en net als zijn vader geestelijke is geworden. Het is mogelijk dat Johan ook een dochter heeft verwekt. Voor de eerstgeborene zou de naam 'Henrica' dan een logische keuze zijn, maar andere alternatieven zijn mogelijk, want de Borculose zijtakken zijn tot op heden niet helder in beeld gebracht.

Borculo vererft aan Bronckhorst

Noot 6Henrica van Borculo trouwt in 1360 met Gijsbert Ψ, zoon van Gijsbert V van Bronckhorst Ψ en Catharina van Leefdael Ψ. Tussen 1364 en 1379 wordt Gijsbert door de bisschop van Utrecht met Borculo beleend. Ook dit paar krijgt geen kinderen, zodat, na de dood van Henrica, in 1397 de heerlijkheid Borculo vererft aan haar (achter)neef Godert (Gadert) van Borculo Ψ, ook genaamd Dodinkweerd. Godert is een kleinzoon van Godfried van Borculo. Deze zijtak van de Borculose familie genaamd Dodinkweerd is een apart hoofdstuk waard. Het is onbekend of deze zijtak connecties heeft met het goed Dedingsweerde bij Lochem.
Niet alle rechten van Hendrik V zijn op Godert vererft, want de heer van Wisch bezit de helft van Borculo. Het is onduidelijk of Wisch al voor de dood van Henrica deze helft heeft verkregen. Er zijn twee mogelijkheden. In de eerste mogelijkheid is de helft via het huwelijk van Jutta van Borculo Ψ met Steven III van Wisch meegekomen. In de tweede mogelijkheid is na de dood van Henrica, via de huwelijken van Henrica's nichten Elisabeth Ψ en Catharina van Bronckhorst Ψ met Hendrik II van Wisch Ψ, deze helft vererft.
Godert staat in ieder geval nog in 1397 zijn helft van Borculo met al zijn toebehoren af aan Gijsbert van Bronckhorst. Gijsbert laat de heerschap Borculo na zijn dood in 1402 na aan zijn neef Frederik I van Bronckhorst Ψ. Na diens dood in 1405 komt de heerlijkheid Borculo in bezit van Gijsbert VI van Bronckhorst Ψ en zal het goed tot de Bronckhorster bezittingen blijven behoren.

Literatuur

  1. WUB VIII, nr. 446, 553 en 683.
    J. de Groot, Het geslacht Borculo, In: De Nederlandsche Leeuw, jaargang LIII, nr. 11 en 12, 1935, kolom 326 en 330.
    J.S. van Veen, Bijdragen tot de geschiedenis van Borculo, In: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel XXV, S. Gouda Quint, Arnhem, 1918, p5.
    D. Schwennicke, Europäische Stammtafeln Neue Folge, Band VIII, J.A. Stargardt, Frankfurt, 1980, tafel 79.
  2. OBO III, nr.687 en 690.
    GDW I, nr. 198, 228, 232, 236, 252, 268 en 301.
    dOBGD, ass011.
  3. OBO IV, nr. 1008 en 1009.
  4. OBO V, nr. 1140.
    GDW I, nr. 281, 325.
    dOBGD , ass021 en ass021b.
    B. te Vaarwerk, Kwamen de heren van Borculo uit Eibergen?, In: Kleine Reeks, nr. 3, Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo, Kousman B.V., Borculo, 1995, p32.
  5. J.S. van Veen, 1918, p5-7.
    J. de Groot, 1935, kolom 326, 371.
    D. Schwennicke, 1980, tafel 79.
  6. H. Harkema, De betekkingen van het bisdom Munster tot de Nederlanden, inzonderheid tot Gelderland, tot aan de vrede van Munster, In: Bijdragen en Mededeelingen Vereniging Gelre, deel VII, P. Gouda Quint, Arnhem, 1904, p59-60.
    J.S. van Veen, 1918, p7-8.
    J. de Groot, 1935, kolom 371.
    J. de Groot, Het geslacht Borculo, In: De Nederlandsche Leeuw, jaargang LIV, nr. 4, 1936, kolom 122.
    A.P. van Schilfgaarde, De heren en graven van Bronckhorst, In: De Nederlandsche Leeuw, jaargang LXXIV, nr. 3, 1957, kolom 71-72.
    D. Schwennicke, 1980, tafel 79.
    J. Harenberg, Verdwenen kastelen: het hof te Borculo, In: Den Schaorpaol, jaargang 13, nr. 4, 1992, p13.
    B. te Vaarwerk, 1995, p36-37.
    B. te Vaarwerk, Het kasteel Borculo in het midden van de 16e eeuw, In: Borklose Maote, Jg. 1, nr. 1, 1996, p27.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende V des Vrydages op sunte Johannes van Kenty dach, twee dagen ten voren den eersten Kerstdach.