Kasteel Lathum

Huis Lathum, anno 2000.

Anno 1355

Wapen van de heren van Baer (en Lathum).

Kasteel aan de IJssel

Langs de IJssel, aan de weg van Doesburg naar Westervoort, ligt op een kleine verhoging het huis Lathum. Het is niet te bezichtigen, maar vanaf de weg is het goed te zien. Van groot strategisch belang is het kasteel niet geweest. Het nabijgelegen kasteel Baer, van de gelijknamige bannerheren, is aanzienlijk sterker geweest. Lathum is waarschijnlijk een afsplitsing van dit goed.

Huis Lathum, anno 2000.

Eerste gegevens

De heren van Lathum zullen bij hun opkomst aan het begin van de dertiende eeuw waarschijnlijk de beschikking hebben gehad over een woontoren; de verhoging waarop het tegenwoordige huis ligt duidt daarop.
De eerste concrete gegevens stammen uit 1355. In 1355 is er sprake van een huis, als Frederik V van Baer Ψ in de partijstrijd tussen de Bronckhorsten en de Heekerens het huis van zijn oom Hendrik van Baer, heer van Lathum Ψ platbrandt. Helaas zijn er geen afbeeldingen van het kasteel overgeleverd. Als de heren van Lathum uitsterven, vererft Lathum in 1462 aan de familie Dobbelsteyn.

Lathum, inclusief dorp, in de 18de eeuw.

Na de Middeleeuwen

Kelders van huis Lathum.Na het overlijden van Maarten van Rossem, die het kasteel van Franisca Mohr heeft gekocht, gaat het door verkoop van geslacht naar geslacht. De eigenaren zijn achtereenvolgens de familie Isendoorn (a Blois) (1555), Stepraedt (1628), Ulft (1690), Westerholt van Hackfort (1691), Staten van Gelderland (1735), Ten Brink (1813 op een veiling), Zadelhoff (1825), Van Eck (1842) en uiteindelijk koopt barones Sophia Wilhelmina van Heekeren in 1915 het huis om het bij haar nabijgelegen landgoed Bingerden te voegen.

Enkele beschrijvingen

In 1693 draagt Hendrik Willem van Westerholt het huis en de heerlijkheid op aan de Staten van Gelre: 'het huys te Laetum, liggende in sijn grachten, voorplaetsen, haven, bongaerden, wallen en twee campen landts, liggende aen de gracht.' Opvallend in deze beschrijving is nog altijd het verdedigende en zelfvoorziendende karakter van het huis.
In 1735 moet de bezoeker eerst een poort door, waarboven zich een fraaie kamer bevindt, voordat het huis betreden kan worden. Het huis bestaat uit een zaal (30 bij 24 voet), een klein kamertje en twee keukens. Onder het huis bevindt zich een kelder met in een hoek een gat waarin mensen gevangen kunnen worden gezet. In 1787 wordt de genoemde poort afgebroken en het huis verbouwd.
In 1741 is er sprake van: 'het huis te Lathem is een oud en sterk vierkant gebouw, met eene voorpoort, staande op eenen heuvel, die grootendeels uit puinhoopen bestaat; de graft om het huis is zeer vervuild en begroeid.'
Zoals zo veel kastelen in de Achterhoek is ook Lathum in vervallen toestand geraakt. Het huis wordt weinig bewoond hetgeen het (dure) onderhoud niet ten goede zal zijn gekomen. In de achttiende eeuw is het kasteel mogelijk al vervallen. Aan de fundamenten is goed te zien dat het kasteel vroeger groter is geweest.

Lathum, anno 1742 (tekening van J. de Beijer).

Een boerderij

In de negentiende en twintigste eeuw doet het huis dienst als boerderij. In 1905 worden de fundamenten van een poort gevonden en een deel van de grachten. In 1912 zijn aan de binnenkant nog resten te zien van een achthoekige toren die van kelder tot zolder reikt.
Het bouwwerk stamt nog uit de vijftiende eeuw en bestaat uit een hoog en een laag gedeelte. In 1916 maakt architect W. te Riele een ambitieus plan om een middeleeuws kasteel van de restanten te maken. Iets te ambitieus, want slechts twee Gelderse gevels en een traptoren worden van dit plan gerealiseerd.

Lathum voor 1905 op een prentbriefkaart.

Huidige staat

lathum2In april 1945 wordt het hoge deel van het huis samen met de traptoren door de Duitse bezetter opgeblazen. Het lage deel wordt gespaard; de ruïne van het hoge deel wordt afgebroken.
Het kasteel ligt tegenwoordig door een drukke weg gescheiden van het gelijknamige dorp. Nu is er een L-vormig grondplan overgebleven. De massieve Gelderse gevel maakt nog altijd een weerbare indruk, doordat er op de begane grond geen ramen in voorkomen en op de eerste verdieping slechts kleine ramen zijn aangebracht.

Literatuur

  1. Wapenboek der Ridders van de Duitse Orde, mr. W.J. baron D'Ablaing van Giessenburg,
    C. van Doorn en zoon, 's-Gravenhage, 1871.
  2. Wapenboek van den Nederlandschen Adel, J.B. Rietstap,
    J.B. Wolters, Groningen, 1887.
  3. De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen Adel, J.B. Rietstap,
    J.B. Wolters, Groningen, 1890.
  4. Geldersche Kasteelen, historie-oudheidkunde-genealogie, H.M. Werner,
    S. Gouda Quint, Arnhem, 1906.
  5. Ministerialiteit en ridderschap in Gelre en Zutphen, Jonkvrouwe Dr. J.M. van Winter,
    S. Gouda Quint - D. Brouwer en zoon, Arnhem, 1962.
  6. Bijdrage tot een genealogie van het geslacht Van Rheden/Van Baer en het geslacht van Lathum tot circa 1400, Drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije,
    In: Herziene uitgave van het artikel in Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel LXIV, 1971.
  7. Geschiedenis Baer en Lathum, Drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije,
    In: Bijdragen en Mededelingen Vereniging Gelre, deel LXV, 1972.
  8. Bahr en Lathum, A.G. van Dalen,
    De Liemers No. 36,
    Uitgeverij "Liemers Lantaern", Zevenaar, 1975.
  9. Gemeentewapens, Jaarboek Achterhoek en Liemers, diverse auteurs,
    De Walburg Pers, Zutphen, 1982.
  10. Heraldiek, bronnen, symbolen en betekenis, Ottfried Neubecker e.a.,
    Atrium, Alphen aan de Rijn, 1988.
  11. Familiewapens, oorsprong en betekenis, Roelof Vennik,
    Wilkerdon, Rotterdam, 1988.
  12. De Stoute Bisschop (Brabantse geslacht van Baar), G.A.C.H.M. van Baar,
    CIP-gegevens Koninklijke Bibliotheek 's-Gravenhage, ISBN 90-9005509-6.
  13. Het Hof van Gelre, Cultuur ten tijde van de hertogen uit het Gulikse en Egmondse huis (1371-1473), Gerard Nijsten,
    Kok Agora, Kampen, 1993.
  14. Drostambt en schoutambt - De Gelderse ambstorganisatie in het kwartier van Zutphen (ca. 1200-1543), Jan Kuys,
    Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1994.
  15. Wapens van de Nederlanden, Hubert de Vries,
    Uitgeverij Jan Mets, Amsterdam, 1995.
  16. De Heraut Gelre, het middeleeuwse herautwezen en de Gelderse adel in de Codex Gelre, Marinus Flokstra en Ralf G. Jahn,
    In: Gelre - Geldern - Gelderland, Geschiedenis en cultuur van het hertogdom Gelre, deel 1,
    Verlag des Historischen Vereins für Geldern und Umgegend, Geldern, 2001.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM des Donredages op sunte Wenceslaus dach.