Kasteel Dedingsweerde

Anno 1059

De naam verklaard

De naam kan afgeleid zijn van 'deding' (elfde eeuw: diding) of 'daden'. Hetgeen met recht te maken had. Denk aan tegenwoordig bijvoorbeeld kort geding. Er zijn zogenaamde dedingsmannen of geschiedsluiden (bemiddelaars) die recht spreken. Zo zal dedingsweerde 'Hof waar recht gesproken wordt' betekenen.
Het is verwarrend dat de naam in de elfde en twaalfde eeuw veel verandert. Na 1326 wordt het goed mogelijk opgeheven. Vanaf dan wordt het meestal Westerholt genoemd. Nu nog steeds heeft een boerderij in de buurt de naam Westerholt. Op het voormalige kasteelterrein bevindt zich tegenwoordig de boerderij "Hooge Weide".

 

Leenheren van Dedingsweerde

Dedingsweerde bij Lochem is een oud goed. Het wordt al in 1103 genoemd. Er is dan geen sprake van een huis of goed, maar van ene Geraclus die afkomstig is van Dedingswerthe. In 1105 ontvangt Geraclus echter het bezit van een hof met bijbehorende hofhorigen in achterleen van bisschop Burchard van Utrecht, die op dat moment het buurschap Dochteren in bezit heeft. Deze heeft het in leen van de graaf van Zutphen, want in 1059 geeft de graaf een goed te Dochteren aan het bisdom Utrecht. Waarschijnlijk is dit Dedingsweerde. Geraclus wordt in 1118 en 1127 nogmaals genoemd, maar dan heet hij opeens Gerlacus de Ditingwerthe. De positie van deze Gerlacus is niet bekend, maar wel dat hij voornaam genoeg is om een kasteel(tje) te bezitten. In 1134 komt nogmaals een Gerlacus ter sprake, maar dan afkomstig van Dedingwerthe.
In 1190 wordt ene Henricus de Dudenwerde genoemd. Wilhelmus de Dudinckwerth is in 1200 waarschijnlijk de opvolger van Henricus. Hij doet in dat jaar een schenking aan het klooster Betlehem bij Gaanderen. In 1231 is sprake van een Berthiamus de Dudingwerthe die getuigt in Zutphen.

In 1248 doet een van herkomst onbekende Goswin in Zutphen ten overstaan van de rechter van Gelre een gezin, bestaande uit man, vrouw, drie zonen en een dochter met haar man en tien kinderen over aan het klooster Betlehem. Mensenhandel gebeurde meer in de dertiende eeuw. Dit gezin behoorde waarschijnlijk tot de onvrijen of horigen van het goed. Waarom dit gebeurde is niet achterhaald. Waarschijnlijk omdat ze de pacht niet op kunnen brengen.

Oude kaart van Dedingsweerde uit 1743.In het jaar 1326 wordt melding gemaakt van een mark met twee hoven in de buurt van Lochem, de Dedingsweerde en de Varlehorst (Velhorst). Het goed behoort nog steeds aan de graaf van Gelre en Zutphen. Hij heeft echter Derk III van Keppel van Verwolde Ψ ermee beleend ten behoeve van zijn broers zoon Henric Ψ. Deze Henric is de zoon van Hendrik van Keppel van Westerholt Ψ.Over deze Henric is niet veel meer bekend. De Keppel-Verwoldse tak der Westerholts is met deze Henric vermoedelijk uitgestorven.
De Van Keppels komen we meer tegen in de Achterhoek; het zal dan ook geen verwondering wekken dat deze familie ook Dedingsweerde bestuurt. De machtige familie zal Dedingsweerde tot 1690 in bezit houden.

In 1380 wordt Derk I van Keppel van de Woolbeek Ψ met het goed Westerholt beleend. In 1402 ontvangt zijn broer Reynalt van Keppel Ψ 'het goet Westerholt' vermoedelijk namens Derk I's nog minderjarige zoon Derk (II) Ψ. Derk II van Keppel van de Woolbeek verschijnt in 1422, die met Aleyt van Ulft Ψ trouwt. Zij is de dochter van Evert V van Ulft Ψ. In 1465 wordt ene Reiner met het goed beleend. Misschien is dit Reynolt van Aeswijn Ψ, die met Aleids zuster Agnes van Ulft Ψ is getrouwd. Mogelijk is er weer een minderjarige opvolging aan de hand. In 1484 volgt mogelijk Johan van Aeswijn Ψ hem op. Johans vermoedelijke zoon Rense van Aeswijn is wellicht de erfgenaam in 1501. Deze heeft alleen maar een bastaardzoon, zodat zijn moeder Fense Kreijnnck in 1524 middels een hulder, Jacob Worms, met het goed wordt beleend. Zij laat het in 1536 na aan haar zoon Dirck van Keppel, die het in 1542 op zijn broer laat vererven. Hoe deze laatste generaties op elkaar aansluiten is vooralsnog onbekend.

De resten

In 1802 is het kasteel afgebroken en in 1963 wordt een deel van de grachten gedempt. Op de plaats waar het kasteel stond, is nu de boerderij 'Hooge Weide' gevestigd. Tegenwoordig zijn alle grachten gedempt en bijna verdwenen.
In 1975 is er een privé opgraving uitgevoerd door Ben de Graaf, die in de moestuin enkele muurresten heeft opgegraven. De muur die hij aantreft, is een 0,5-0,7 m dik en bestaat uit roodgebakken stenen van 27x13x6 cm. Aan de noordkant treft hij een afvoer aan van een steen dik, formaat 25x12x5 cm. De noord- en westkant van de grachten zijn in oude staat, maar dichtgeslibd en begroeid. De grachten worden gevoed door de Berkel waar het kasteel dichtbij ligt. De aanvoersloot ligt er dan nog. Het oudste wat De Graaf aantreft is een Jacoba-kan uit de veertiende eeuw.
Het huis Westerholt is mogelijk ook een landhuis of kasteel(tje) geweest. Hier staat sinds 1926 een boerderij 'Westerholt'. Van het huis Westerholt bestaat een tekening van Frans Berkhuys uit 1720, maar veel van diens tekeningen berusten op fantasie.

Literatuur

  1. De kroniek van Lochem, A. Staring,
    N.V. Uitgeversmaatschappij "De Tijdstroom", Lochem, 1932.
  2. Grepen uit de geschiedenis van Lochem, diverse auteurs,
    Delta Drukkerij en Diensten, Zutphen, 1982.
  3. Over stad en scholtambt Lochem, een beschrijving van 750 jaar, diverse auteurs,
    De Tijdstroom, Lochem, 1983.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende XCIX des Manendages op Carnaval.