Slag op de Vrijenberg (1356)

De vrijheidsstrijd van de Veluwse boeren

De 'vrije oorlog'

In het midden van de veertiende eeuw is hertog Reinald III van Gelre Ψ in een felle strijd gewikkeld met zijn broer Eduard Ψ om de macht in Gelre. Reinald III belooft horigen en onvrijen op de Veluwe de vrijheid als zij zich inzetten voor zijn zaak. Dit is niet aan dovenmansoren gericht. Van alle kanten stroomt het landvolk toe. Boeren verlaten huis en akker, ook al zijn ze daar als hofhorigen niet toe gerechtigd. Allemaal gelokt door de belofte van vrijheid. Ze nemen de wapenen op om hun uitzichtloze bestaan te verbeteren. Als wapen dient alles wat ze maar bij de hand hebben; bijlen, knotsen, pijl en boog, speren en allerlei ander wapentuig, dat ze van akkergereedschap maken.


In grote benden trekken de opstandige boeren de Veluwe over. Eindelijk kunnen en mogen ze wraak nemen op hun heren om daarmee hun vrijheid te veroveren. De boeren noemen hun strijd de 'vrije oorlog'. De ongeregelde verbitterde bendes storten zich op de zuidrand van de Veluwe, waar ze de woningen van de vrije boeren en de bijgebouwen van de kastelen buiten de grachten verwoesten en verbranden. Ze komen tot voor Arnhem in december 1354, dat de poorten voor hen sluit en zich op de verdediging voorbereidt. Het stedelijk bestuur wil zelfs gebruik maken van de nieuwe vuurwapens, maar omdat de stad niet over voldoende bussen en buskruit beschikt, koopt men in Utrecht en Rhenen bij. Holle stenen, met lood gevuld, worden als projectielen gereed gemaakt.

De coalitie van Eduard

Eduard en zijn aanhangers treden met kracht tegen de opstandelingen op. Zijn leger bestaat uit de bannerheren Frederic V van Baer Ψ en Gijsbert V van Bronckhorst Ψ, de graaf van Meurs en de heren van Homoet, van de Kemnade en van Blaarsvelt. Zij brengen in korte tijd veel krijgsvolk op de been. Een algemene opstand onder de boeren wordt gevreesd als de Veluwse boeren hun vrijheid verkrijgen. De feodale orde moet en zal hersteld worden. Hun voortbestaan als edelman staat op het spel. Zonder horigen is er niemand om het land te bewerken en waar moeten zij dan van eten?

Slag op de Vrijenberg

Op de Vrijenberg, vlakbij Loenen, raakt Eduards coalitie op 19 juni 1356 slaags met de de boeren. De boeren zijn strijdlustig, maar slecht georganiseerd en bewapend. Zonder leiding staan zij tegenover behoorlijk uitgeruste en door ervaren ridders aangevoerd krijgsvolk. Ze weren zich dapper, maar kunnen onmogelijk stand houden. Zij vluchten uiteindelijk de woestenijen van de Veluwe op om zich in veiligheid te brengen.
De slag is een bittere met aan weerszijden grote verliezen. Frederic V van Baer sneuvelt in deze meedogeloze slag, evenals de banierhouder van Bronckhorst.
Zo komt er een einde aan de vroege vrijheidsstrijd van de Veluwse boeren. Zij keren uiteindelijk terug naar hun grond die al 2 jaar braak ligt. Armoede zal voorlopig hun lot zijn.

Literatuur

  1. Alle de XIV boeken van de Geldersse geschiedenissen, Arend van Slichtenhorst,
    Jacob van Biesen, Arnhem, 1659.
  2. De historie van het oude Gelre onder eigen vorsten, G. Prop,
    W.J. Thieme & Cie., Zutphen, 1963.
  3. Tweeduizend jaar geschiedenis van Gelderland, Klaas Jansma en Meindet Schoor,
    Uitgeverij Inter-Combi van Seijen, Leeuwarden, 1986.
  4. Vijftig eeuwen volk langs de IJssel, Willy H. Heitling en Leo Lensen,
    Terra, Zutphen, 1990.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MCM ende XCIX een dach nae Heilige Martinus dat was op ten viertienden dach der maent van Aprili.