Slag aan de Wezer (1234)

De vrijheidsstrijd van de Stedingers

Wie zijn de Stedingers?

In 1106 maken vijf Hollanders een lange reis van de monding van de Rijn naar Bremen. Zij willen de aartsbisschop van Bremen spreken om land aan beide zijden van de rivier Wezer ten zuiden van Hunte van hem te krijgen. Dit land is nog niet gecultiveerd en de Hollanders komen met de aartsbisschop overeen dat zij moerasland krijgen. De overeenkomst houdt in dat het land in vrij bezit van vader op zoon over zal gaan en dat het bisdom daarvoor een jaarlijkse belasting krijgt van één pfennig, een elfde deel van alle grondopbrengsten en een tiende deel van de levende have. Beide partijen zijn blij met de overeenkomst. De Hollanders worden vrij man en de aartsbisschop heeft er inkomsten en parochianen bij. Als de Hollanders thuiskomen met de overeenkomst verhuizen velen naar het beloofde land.

 

Een streek met een eigen karakter

Het begin is moeilijk. Het water van de Wezer vloeit kriskras door het veen en de moerassen. Maar de Hollanders geven niet snel op. Ze graven afvoerkanalen en werpen dijken op om het water te overwinnen. In het begin is er niet veel te oogsten, maar ze zijn vrij! Deze vrijheid is ze alles waard. Anderen moeten hard werken voor een graaf of hertog, maar zij werken voor zichzelf. Na tien jaar hebben de pioniers van de woestenij vruchtbaar land gemaakt. Stedingen, zoals ze het gebied nu noemen, trekt vele pioniers. Na enkele generaties ontstaat er een grote gemeenschap van vrijdenkende Stedingers. Zij vormen zich naar de Rustringische Friezen die aan de monding van de Wezer wonen en worden een Friese volksstam.

Aanleiding tot de slag

In het begin van de dertiende eeuw begint de aartsbisschop van Bremen zich aan de vrijdenkende Stedingers te storen. Hij ziet ze liever toch als normale onderdanen. De belasting van één pfennig wordt door inflatie steeds minder waard en bovendien kan de belasting in natura moeilijk worden verhoogd. Om de Stedingers in hun nieuwe rol te dwingen laat hij de graaf van Oldenburg twee kastelen bouwen; Lechtenburg en Lineburg. Met de kastelen daalt ook de terreur op de Stedingers neer. Vrouwen en jonge meisjes worden plotseling aangevallen en naar de kastelen gebracht. Daar kunnen ze voor veel losgeld worden vrijgekocht.
De Stedingers zint dit niet. Zij bespreken de situatie op hun dingdag (zittingsdag van hun gerecht) waar zij besluiten de kastelen te verwijderen en de kwaadwilligen te straffen. In 1204 belegeren zij de kastelen en weten deze te veroveren. Ze straffen de kasteelbewoners volgens hun eigen recht. Na honderd jaar is dit de eerste keer dat in Stedingen de oude klassieke leefwijze der Germanen botst met de opkomende Karolingische feodaliteit.

Opstand der Stedingers

Om een nieuwe bezetting onmogelijk te maken bouwen de Stedingers landweren en vormen ze een leger. De wegen worden beschermd door poorten en greppels. Uitdagend roepen ze zichzelf tot een vrij volk uit. Zij weigeren voortaan belasting te betalen. Aartsbisschop Gerhard I van Bremen Ψ geeft in stilte toe aan deze opstand. De oude Germaanse orde overwint in Stedingen.

Soldaten in 11de eeuwse kledij.

Oorlog in Stedingen

De nieuwe aartsbisschop, Gebhard II van Bremen Ψ, oordeelt anders over de Stedingers. Hij eist de belasting op die zijn voorganger maar op zijn beloop had gelaten. Uiteraard weigeren de Stedingers te betalen.
Toevallig predikt een rondreizende bedelmonnik in Stedingen dat 'ongehoorzaamheid afgoderij is'. De trots van de Stedingers is gekrenkt en zij veroordelen de monnik. De oorlogszuchtige aartsbisschop ziet hierin aanleiding om met geweld tegen de Stedingers op te treden en zijn belastinggeld te innen. Aan de grens met Stedingen bouwt hij kasteel Schlutterburg, waar zijn broer graaf Herman II tot Lippe Ψ intrekt. Met Kerstmis 1229 komt het tot de eerste slag tussen de vrije Stedingers en de ridders van de aartsbisschop. De Stedingers winnen tot ieders verrassing en graaf Herman van der Lippe wordt gedood. De Stedingers blijven vrij.

Kruistochten tegen de Stedingers

Aartsbisschop Gerhard II van Bremen zint op wraak. Hij moet en zal de Stedingers onderwerpen aan zijn gezag. Op 17 maart 1230 worden de Stedingers tijdens een kerkelijk gerecht schuldig geacht aan raadpleging van waarzeggers, aanbidden van afgodsbeeldjes van was en geloven in kwade geesten. Maar al te graag geloven de rechters deze enge verhalen. De rechtbank doet de Stedingers in de ban. Kerkdeuren worden gesloten en priesters verlaten vervolgens het heidense Stedingen.
De volgende stap van de aartsbisschop is een slimme. Hij gaat naar Rome om paus Gregorius IX over te halen een kruistocht tegen deze heidense Stedingers uit te roepen. De aartsbisschop slaagt in zijn missie en dominicaner monniken gaan vervolgens op stap door het Duitse land om de kruistocht aan te kondigen. De kruistocht zal roem en eer brengen aan alle deelnemers. Een volle aflaat kan worden verdiend door hen die deelnemen. Daarmee brengt deze kruistocht evenveel op als de tocht naar het Heilige Land. Steeds meer mensen verzamelen zich in de lente van 1233 in Bremen. Grote bondgenoten voelen de christenplicht op zich rusten om een eenvoudig groepje boeren te verslaan. Gemakkelijk verdienen wil iedereen wel tenslotte.

Een halve overwinning

De Stedingers aan de oostzijde van de Wezer hebben geen aanval verwacht en hebben daarom hun defensie niet op orde. Het kruisleger valt hen eerst aan. Niet alleen mannen, maar ook vrouwen, kinderen en ouden-van-dagen worden aangevallen. De overlevenden worden op de brandstapel gezet. Zo gaat men met heidenen om. De vele vuren worden aan de andere kant van de rivier opgemerkt. Deze Stedingers weten nu wat hun te wachten staat. Het kruisleger keert glorieus naar Bremen terug.
Een tweede slag aan de westzijde van de rivier wordt nu voorbereid. Op 6 juli 1233 komt het tot een treffen. Maar deze Stedingers vechten voor wat ze waard zijn en het kruisleger komt niet onverwacht. Verslagen moet het kruisleger zich terug trekken. De Stedingers zijn nog altijd vrij. In de winter proberen handlangers van de aartsbisschop de dijken van Stedingen door te steken, maar de dijkwachten zijn alert en de poging loopt op niets uit.

Slag aan de Wezer

In de lente van 1234 gaan de dominicaner monniken opnieuw rond door het Heilige Roomse Rijk om tot een nieuwe kruistocht op te roepen. Zij vertellen de verschrikkelijkste verhalen over de Stedingers om het heilige vuurtje op te stoken. Op 27 augustus 1234 vertrekt de nieuwe kruistocht uit Bremen naar Stedingen. De hertog van Brabant leidt de tocht. Graaf Otto II van Gelre Ψ is samen met graaf Floris IV van Holland Ψ, de graaf van Kleef en de graaf van Vlaanderen opgeroepen om met hun ridders naar Bremen te komen. De Nederrijnse heren hebben echter nog de slag aan de Ane vers in gedachten en gaan dit keer beter voorbereid op pad.
De leiders van de Stedingers, Bolko von Bardenfleth, Tammo von Huntrop en Detmar tom Diek, weten dat het erop of eronder is voor hun vrijheid. Ze zullen ervoor vechten en gaan voor in de vrijheidsstrijd. De eerste botsing vindt plaats voor de poort. Bolko von Bardenfleth rijdt de poort uit om de kruisvaarders te verrassen. Niemand geeft een meter prijs, totdat een volledig met harnas bewapende ridder zich een pad baant door de eenvoudige soldaten. Het pad biedt ruimte voor de kruisvaarders die er meteen gebruik van maken.
De Stedingers hebben geen enkele kans meer. Na een heftige strijd tegen een overmacht van beter bewapende ridders worden 5.000 Stedingers vertrapt, doorstoken of verdronken in hun vlucht over de Wezer. De overlevenden, mannen, vrouwen en kinderen, worden het land uitgejaagd en moeten als ballingen in den vreemde verblijven. Het einde van de Stedingers is een feit. Zij moeten hun vrijheidsdrang uiteindelijk bekopen. De overwinnaars komen beladen met buit van hun christelijke daad terug. Men kijkt nu vreemd op van dergelijke middeleeuwse moraal, maar de deelnemers zullen thuis in aanzien staan.

Literatuur

  1. Alle de XIV boeken van de Geldersse geschiedenissen, Arend van Slichtenhorst,
    Jacob van Biesen, Arnhem, 1659.
  2. De historie van het oude Gelre onder eigen vorsten, G. Prop,
    W.J. Thieme & Cie., Zutphen, 1963.
  3. The Stedinger's fight for freedom, Hans Dirks (in Engels).
  4. Stedingers, J.P. Kirsch (in Engels).

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MCM ende XCIX des Saterdages nae sunte Albertus de Grote dach, dat was op ten twintisten dach der maent van Novembri.