 |
Kasteel Wisch
Anno 2000
|
 |
Algemene informatie
Huis
Wisch ligt aan de zuidelijke rand buiten Terborg circa zeven kilometer
en zuiden van Doetinchem. Het
huis is gedeeltelijk eigendom van de Stichting Vrienden der Geldersche
Kastelen en wordt particulier bewoond. Het huis of park is niet te bezichtigen,
maar soms is op Monumentendag het park voor bezoek geopend. Het huis kent
een roerige geschiedenis en vele heren
hebben er hun sporen nagelaten.
Diverse eigenaren
Het kasteel Wisch komt in 1583 na de dood van Ermgard
in handen van de graven
Van Limburg Stirum, die tevens Bronckhorst
bezitten. In 1662 komt het kasteel door een huwelijk aan de familie Nassau-Siegen.
In de achttiende eeuw vererft het aan de hertogen van Koerland
en vervolgens aan de markgraven van Brandenburg.
In 1756 koopt de familie Steengracht het huis,
die het in 1772 weer verkopen aan de familie Van Nagell.
In 1849 komt het huis in handen van de familie Van
Schuylenburch die ook in het bezit is van huis Schuylenburg
bij Silvolde en huis Ulenpas bij Hoog-Keppel. De
nazaten van dit geslacht bewonen het huis tot op de dag van vandaag.
Unieke L-vorm
In 1528 verwoest Joachim van
Wisch het Berghse huis
Wisch, waarna in 1533 de laatste restanten van dit kasteel worden
afgebroken.
Het huidige kasteel is een complex van delen uit verschillende bouwperioden.
In 1644 wordt de verwoeste toren van het Berghse huis Wisch met het "Stirumse"
huis verenigd. De gronden volgen pas in de negentiende eeuw.
De huidige unieke L-vorm krijgt het in de achttiende eeuw. Op de buitenhoek,
gevormd door de negentig meter lange dienstvleugel (zeventiende eeuw)
en het korte hoofdgebouw (zestiende/zeventiende eeuw), staat een forse
ronde toren uit de vijftiende eeuw, die verhoogd is in de zeventiende
eeuw.
Tegen deze toren is een zeskantige traptoren (zestiende eeuw) gebouwd.
Deze toren is in de laat achttiende/begin negentiende eeuw afgebroken.
In de zestiende eeuw zijn toren en traptoren al bepleisterd met daarop
voegen geverfd, die natuursteen moeten imiteren. Op bijgaande foto zijn
van rechts naar links de opeenvolgende eeuwen goed te onderscheiden, de
donjon met herbouwde traptoren uit de vijftiende eeuw, een bouwhuis uit
de zestiende eeuw en het hoofdgebouw uit 1648.
Aan het einde van de lange vleugel staat een lage vierkante toren die
mogelijk uit het eind van de zeventiende eeuw stamt. In deze toren zijn
gevangeniskelders te zien. In de negentiende eeuw is het muurwerk geheel
wit gepleisterd en is een uitbouw toegevoegd. Het muurwerk bestaat voornamelijk
uit afbraaksteen en de pleisterlaag wordt dan fraaier gevonden.
In handen van Stichting Vrienden der Gelderse Kastelen
In
het najaar van 1944 wordt het kasteel door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd,
waarbij het kasteel zwaar beschadigd raakt. In 1951 wordt het kasteel
gedeeltelijk gerestaureerd, waarna het hoofdgebouw jaren leeg staat. Om
de restauratie te kunnen bekostigen wordt het huis met de gebouwen in
1957 door mevrouw Vegelin van Claerbergen - van Schuylenbuch
in eeuwigdurende erfpacht aan de Stichting Vrienden der Geldersche Kastelen
gegeven. Met steun van het Rijk en mevrouw Vegelin heeft architect E.A.
Canneman het huis gerestaureerd. Bij de daaropvolgende restauratie
wordt getracht het kasteel zo veel mogelijk te ontdoen van zijn negentiende-eeuwse
voorkomen. Dit heeft onder andere tot gevolg dat de ramen een betere roedeverdeling
krijgen. De traptoren wordt herbouwd en de storende aanbouw wordt verwijderd.
Interieur en exterieur
Het interieur is bij de restauratie gewijzigd. In de eetkamer zijn achttiende-eeuwse
geschilderde behangsels uit Amsterdam aangebracht. De statige trap bevat
Lodewijk XIV-balusters uit Den Haag.
Van het oude grachtenstelsel resteert slechts een waterpartij langs de
dienstvleugel. Dit is een restant van de binnengracht. De buitengracht
is voor zover aanwezig opgenomen in het schitterende park dat uit de vroege
negentiende eeuw stamt.
|