Eigenkerk en tiendenDe eigenkerkHet christendom was tot de IJssel doorgedrongen voordat er sprake was
van een Zutphense nederzetting. Wilp, Deventer, Wichmond en Zelhem hadden
al eerder kerkjes. Sinds Zutphen als sterkte werd ingericht zal er wel
een kerkje binnen de vesting hebben gestaan. Het is niet duidelijk of
dit een bisschoppelijke kerk was of een 'eigenkerk' van de heren van Zutphen.
Het lijkt erop dat het een eigenkerk was. Met een eigenkerk betaalde de
graaf een subsidie aan de zielzorger en had hij een eigen altaar in de
kerk. TiendenDe kosten van het onderhoud van de geestelijken werden betaald uit tienden
die over heel Gelre waren verspreid. De kerken en kloosters hadden horigen
die op hoeves het land bebouwden. Daarnaast werden landerijen aan derden
verpacht en waren er allerlei vormen van renten die werden getrokken. Aflaten Het aflatenstelsel stamt uit de elfde eeuw. Een aflaat is min of meer
het afkopen van zonden. Dit brengt een vermindering mee van de straf die
God de zondaar laat uitboeten in het vagevuur of op de louteringsberg.
Door goede werken te doen zouden de boetetijd en de straftijd bekort worden.
De middeleeuwse theologen meenden precies te weten hoeveel straf er op
een bepaalde zonde stond. Wie een "gewone" zonde beging, kon daarvan vergiffenis
krijgen in de biecht en kreeg dan een straf opgelegd. Was de straf uitgevoerd
dan was de zonde vergeven, maar nog niet uitgeboet. De zondaar kwam door
een doodzonde nog zeven jaar in het vagevuur. Om die straf kwijt te raken
moest hij of zij voorbeeldig gaan leven, op bepaalde dagen vasten, zich
op een bepaalde manier kleden, waardoor de boetedoening uiterlijk kenbaar
werd. Op deze wijze kon de zondaar de straf in het vagevuur uitwissen.
|
||||||