| |
Opkomst en ondergang van
hertogdom Neder-Lotharingen
Deel 3 - Opkomst van het huis Verdun
Hendrik II, 1006-1012
Vikingen laten zich weer zien
Na de dood van de laatste hertog van karolingische afkomst besluit koning
Hendrik II zelf het hertogdom
Neder-Lotharingen te gaan besturen. De Vikingen laten zich weer op de
Rijn zien en plunderen in 1006 en 1007 onder andere Tiel. Godfried
'de Prefect' heeft inmiddels de hedendaagse pensioengerechtigde leeftijd
bereikt en is fysiek niet meer de krijgsman van weleer. Zijn neef Balderik
treedt, met instemming van Hendrik II, in zijn plaats als militair bevelhebber
op.
Bisschop Ansfried
(III) van Utrecht, ook een beduchte maar bejaarde oud-strijder en
ooit zwaarddrager van keizer Otto I,
weet zijn burgers niet te beletten om de koopmanswijk van Utrecht plat
te branden, in de hoop dat de Vikingen Utrecht links zullen laten liggen
bij gebrek aan buit.
Hendrik II ziet geen kans met de Vikingen af te rekenen en ook gaat de Scheldemark Valenciennes verloren.
Andere problemen
Ook krijgt Hendrik II rond 1008 problemen met zijn zwagers, wanneer
hij de bruidsgift van zijn vrouw Kunigunde
wil gebruiken voor het stichten van een nieuw bisdom. Vanwege de kinderloosheid
van Hendrik II en Kunigunde denken haar broers dat de goederen van de
bruidsgift op termijn in hun familie zullen terugkeren. Als de goederen
aan het nieuwe bisdom Bamberg worden gegeven zijn ze voor altijd voor
de familie verloren.
De broers, waaronder Hendrik I van Luxemburg
en bisschop Diederik II van Metz en hun aangetrouwde
verwant Gerhard
(III) 'Mosellanus' komen in opstand. De strijd die ontbrandt
staat bekend als de Moezelvete. Pas in 1012 weet
Hendrik II zijn wil aan zijn zwagers op te leggen.
In 1012 raakt Lambert
I van Leuven in oorlog met de bisschop Balderik
II van Luik, omdat Balderik II te dicht bij Leuven een burcht heeft
gebouwd. Het wordt Hendrik II allemaal te veel. Erg succesvol is hij tot
nu toe niet in Lotharingen geweest. Hij besluit alsnog een hertog voor
Neder-Lotharingen te benoemen, hetgeen zijn beste beslissing met betrekking
tot Neder-Lotharingen is. Lambert
I vindt zichzelf nog
steeds uitermate geschikt voor die baan.
De prefectuur van Utrecht weer afgesplitst
Rond de dood van Godfried
'de Prefect' in 1010 wordt het markgraafschap Ename
mogelijk opgesplitst in een enkele delen. Het zuidwestelijke Antwerpse
deel leeft voort als markgraafschap Antwerpen, waarvan de gouw Rien als
basis dient, en dient als grensbewaker tegen Vlaanderen. Het zuidoostelijk
gelegen deel blijft Ename heten en zal aan Henegouwen vererven. Het noordelijk
gelegen deel leeft mogelijk voort als de prefectuur van Utrecht en is
primair gericht tegen de Vikingen. De recente inval zal ongetwijfeld aan
de opleving hebben bijgedragen.
Het is mogelijk dat Ename
al eerder opgesplitst wordt, want in 1006 wordt Godfried prefect van
Utrecht genoemd en in 1008 is Gozelo
(I) al markgraaf van Antwerpen. Mogelijk speelt Godfrieds leeftijd
bij deze voortijdige verdeling een rol.
Na de dood van Godfried 'de Prefect' wordt de zeggenschap over
de prefectuur onderwerp van twist tussen Balderik
en Wichman III van
Vreden. Of Gozelo I dan zijn zeggenschap over Antwerpen verliest is
onbekend.
Godfried II de Vredestichter, 1012-1023
De opstand van Lambert I
Tot verdriet van Lambert
I grijpt Hendrik II terug
op de Matfriedinger traditie en stelt zijn vertrouwen in de zoon van de
keizergetrouwe Godfried
'de Gevangene', eveneens Godfried geheten. Zoon Godfried wordt de
tweede hertog van Neder-Lotharingen van die naam. Godfried II is zowel
een achterneef van Godfried
I als van Karel
van Neder-Lotharingen, zodat enige continuïteit gewaarborgd is.
Lambert I verklaart Godfried II meteen de oorlog. Godfried II wordt in
de strijd gesteund door zijn broers Gozelo (I) en Herman
I van Ename. In 1015 verslaat Godfried II zijn concurrent voor de
hertogstitel bij Florennes. Lambert
I sneuvelt in de slag, zodat de grondlegger van het latere Brabant
nooit een hertogshoed zal dragen.
Vervolgens trekt Godfried II naar Hamaland om deel te nemen aan het beleg
van Opladen.
Problemen met de Luxemburgers
Gerhard
(III) 'Mosellanus' is als aangetrouwde verwant van de Luxemburgers
een fervente tegenstander van Hendrik
II. Gerhard (III) "Mosellanus" is ook de zoon van hertog Richard
van Metz en daardoor ook een concurrent voor de hertogstitel van Godfried
II.
In 1017 neemt Godfried II tijdens een slag Gerhard (III)'s zoon Siegfried
zwaar gewond gevangen. Wanneer Siegfried aan zijn verwondingen in gevangenschap
overlijdt sluit Gerhard
(III) 'Mosellanus' vrede met Hendrik
II.
Overigens vecht Koenraad (II) , de
aanstaande keizer, mee aan de kant van zijn neef Gerhard (III). Uit deze
machtige tegenstanders blijkt dat Godfried II een goed figuur slaat als
hertog van Neder-Lotharingen. Hendrik II beschikt nu over een machtige en
trouwe veldheer in Lotharingen, maar niet iedere veldtocht van Godfried
II eindigt in een succes.
Problemen in Friesland
Graaf Dirk III van Friesland heft illegaal
tol op zijn versterking in Vlaardingen en hij bezet goederen die van het bisdom zijn. De kooplieden van Tiel klagen
bij bisschop Adelbold II van Utrecht,
die op zijn beurt keizer Hendrik
II op zijn verantwoordelijkheden aanspreekt.
Er wordt besloten actie
te ondernemen tegen Dirk III. Hendrik II stuurt Godfried II naar Friesland
om Dirk III terecht te zetten.
Godfried II wordt bij zijn missie bijgestaan door troepen uit Keulen en
Luik. Op 11 juli vallen de troepen de moerasgronden van Dirk III binnen. De veldtocht loopt uit op een debacle, want de Lotharingers zijn
niet gewend om in boten en op zompige bodem te strijden. Het leger trekt onverrichter zake terug. Op 28 juli volgt een revanche. Opnieuw is er geen resultaat. Tot overmaat
van ramp wordt Godfried II gevangen genomen. Pas wanneer Godfried II belooft
een goed woordje bij de keizer voor Dirk III te doen komt hij vrij. Vanwege
de invallen van de Vikingen enkele jaren eerder wordt de zaak gesust.
Op dit moment kan niemand een oorlog aan de kuststreek gebruiken.
Erfgenaam van de Hamalandse boedel
Op de Rijksdag van 1018 weet Godfried II samen met hertog Bernhard II van Saksen te verhinderen dat Balderik zich
verdedigt in de zaak van de moord op Wichman III van
Vreden. Tenslotte wordt op deze rijksdag Otto
van Hammersteins huwelijk met Irmingard
van Verdun besproken. Dat is deels eigenbelang van Godfried II, want hij is gelieerd aan het Hamalandse huis en heeft zo zijn belangen bij de te verdelen goederen.
In 1018, na de ondergang van Hamaland, verwerft Godfried II op basis van zijn huwelijk met Gerberia(?), een dochter van Diederik (I) van Veluwe de graafschappen Betuwe, Duffelgouw, Hamaland, Hettergouw, Teisterbant en Veluwe uit de geconfisqueerde
boedel van het huis Meginhardingen.
Zijn concurrent voor deze positie, Gerard 'Flamens', die met de andere erfdochter Bava is getrouwd, is op dat moment al overleden, onder achterlating van minderjarige zoontjes. Grootmoedig neemt Godfried II de opvoeding op zich, maar de Bava-tak betaald er wel een hoge prijs voor.
Drenthe en Salland heeft Godfried II reeds uit de boedel van zijn vader Godfried 'de Gevange' meegekregen, zodat Hamaland onder zijn gezag weer één geheel is. Overigens erft zijn broer Herman
I het markgraafschap Ename, of wat daar dan nog van over is.
Na 1018 blijft het voor enkele jaren rustig in Lotharingen. In 1023 overlijdt Godfried II, zonder kinderen uit zijn huwelijk na te laten. Na zijn dood krijgt
het bisdom Utrecht de graafschappen Teisterbant,
Drenthe en Salland, maar Gozelo
I vecht
deze schenking aan. Na het overlijden van Herman I van Ename rond 1029
vererft het Vlaamse deel van markgraafschap Ename aan de graven van Henegouwen
en in de volgende generatie aan Vlaanderen. Gozelo
I volgt Godfried II op als hertog van Neder-Lotharingen.
|
|