Opkomst en ondergang van
hertogdom Neder-Lotharingen

Deel 4 - Ondergang van het huis Verdun

Gozelo I de Grote, 1023- 1044

Een illegaal huwelijk

Afstammingsreeks van Gozelo I en Ita.In 1023 volgt Gozelo I zijn broer Godfried II op als hertog van Neder-Lotharingen wanneer deze kinderloos overlijdt. Gozelo I heeft al twee andere functies, sinds 1005 is hij benoemd als markgraaf van Antwerpen en in 1010 is hij zijn vader opgevolgd als graaf van Verdun.
Gozelo I is getrouwd met Ita, een dochter van Koenraad (III) van Ortenau en Beatrix, dochter van hertog Frederik I van Opper-Lotharingen en Beatrix van Francië. Zij krijgen samen zes kinderen: Godfried (III), Gozelo (II), Oda, Regelinde, Frederik. en Mathilde.
Het paar heeft echter problemen met de keizer Hendrik II over hun huwelijk, want dit is volgens kanoniek recht verboden. Zij zijn namelijk in een 3:3-relatie aan elkaar verwant.
Gozelo I maakt de politiek van Hendrik II's huwelijksvervolgingen van dichtbij mee. Mogelijk wordt zijn huwelijk illegaal verklaard en zijn kinderen onwettig. De kansen keren na de dood van Hendrik II in 1024, ware het niet dat de troonpretendent Koenraad II in 1017 nog oorlog tegen het huis Verdun heeft gevoerd.

Opstand in Lotharingen

Alle belangrijke edelen en bisschoppen in Lotharingen en hertog Frederik II van Opper-Lotharingen leggen tegenover Gozelo I een eed af dat zij niet zonder zijn toestemming Koenraad II als koning zullen erkennen. Zonder voor een troonpretendent te kiezen vertrekt Gozelo I met in zijn kielzog de andere Lotharingers van de koningsverkiezing.
Gozelo I sluit zich aan bij een rebellerende groep adelen in Lotharingen, waarvan de bisschoppen van Verdun, Keulen, Luik en Utrecht wel de voornaamste zijn. Overigens steunt Dirk III van Friesland wel de nieuwe koning, waarschijnlijk ingegeven om zijn gebiedsuitbreidingen te behouden.
De coalitie valt enkele maanden later uiteen, omdat de bisschoppen langer verzet niet succesvol achten. Met kerst 1025 erkent ook Gozelo I de rechten van Koenraad II om vervolgens een van diens belangrijkste steunpilaren in Lotharingen te worden.
Gozelo I laat zijn zoon Godfried III hem al in 1026 opvolgen als graaf van Verdun, zodat zijn handen wat meer vrij heeft voor rijksaangelegenheden. Godfried III is rond 1020 getrouwd met Uda, dochter van Manasses, graaf van Rethel en Dada, op haar beurt een dochter van Herman I, paltsgraaf aan de Rijn. Godfried III en Uda krijgen vier kinderen: Godfried (IV), Ida, Wiltrud en nog een onbekende jong gestorven zoon.

Hertog van Opper-Lotharingen

De nieuwe koning is niet zo stichtelijk dat hij huwelijken binnen de familie fanatiek vervolgd. Intussen is Ita echter al hertrouwd met Radbod van Habsburg, zodat zij na de erkenning van het eerste huwelijk in feite tegelijkertijd met twee verschillende mannen is getrouwd. Een vreemde situatie.
Op basis van zijn relatie met de erfgenamen van Frederik II, hertog van Opper-Lotharingen, Beatrix en Sophia, probeert Godfried III, de voogdij over beide meisjes te verkrijgen. Koenraad II is bang voor accumulatie van macht binnen het huis Verdun en besluit zelf de voogdij ter hand te nemen, tenslotte is zijn vrouw Gisela een tante van beide zussen.
Ter compensatie wordt Gozelo I in 1033 tot hertog in Opper-Lotharingen benoemd, zodat Lotharingen weer in een hand is verenigd. Op termijn zal Godfried III zijn vader opvolgen, zodat hij dan hertog wordt.

Politieke huwelijken

Gozelo I weet het van oudsher rivaliserende huis Leuven aan zich te binden door zijn dochter Oda uit te huwelijken aan Lambert II van Leuven, zoon van Lambert I. De andere dochter, Regelinde, wordt aan Albert II, zoon van Albert I, graaf van Namen en Lommegouw, uitgehuwelijkt en tenslotte trouwt Mathilde eerst met Sigibodo van Are en vervolgens met paltsgraaf aan de Rijn (voorheen paltsgraafschap Lotharingen) Hendrik I 'de Razende'.
Ook de Reginaren worden middels huwelijken aan de Matfriedingers gebonden, want Mathilde, dochter van Herman I van Ename, trouwt met Reginar V van Henegouwen. Het huis Verdun is verreweg het belangrijkste adellijke geslacht in Lotharingen geworden.
Voor zijn dood in 1044 benoemt Gozelo I zijn zoon Godfried III, bijgenaamd 'met de baard', tot mede-hertog in de hoop zo het hertogdom in de familie te houden. Maar wie machtig is heeft ook vijanden. Er is in 1039 een minder welwillende koning aan de macht gekomen. Hendrik III is van plan de rijkskerken meer macht te geven ten koste van de hertogen.

Gozelo II, 1044-1046

Macht van het huis Verdun wordt gebroken

Vijf jaar na zijn aantreden besluit Hendrik III zijn nieuwe politiek op Lotharingen toe te passen. Gozelo I wordt in Neder-Lotharingen opgevolgd door zijn oudste zoon en naamgenoot Gozelo II en niet door zijn broer Godfried III. Hierbij gaat Hendrik III bewust voorbij aan het feit dat Gozelo I Godfried III tot mede-hertog heeft benoemd. Zo laat Hendrik III meteen zien wie de baas is. Dat Gozelo II zwak begaafd is en met een slechte gezondheid kampt ziet Hendrik III niet als beletsel. De afbraak van de macht van het huis Verdun staat bij Hendrik III voorop. Is immers de zwak begaafde zoon niet de straf van God voor het illegale huwelijk en de zo gearrangeerde opvolging God's wil?
Voor Godfried III is alleen Opper-Lotharingen weggelegd, ook al heeft deze hier geen economische machtsbasis. Godfried III protesteert, maar vindt geen medestanders voor zijn zaak. Hendrik III wordt gesteund door de bisschoppen (God's wil) en heeft door schenkingen ook de meer wereldlijk ingestelde machtige families der Luxemburgers, Ezzonen en Vlaanderen achter zich staan.

Godfried III komt in opstand

Godfried III begint aan een diplomatiek verzet. Dat moet uitmonden in eerherstel op de rijksdag in Aken in 1044. Hier haalt Godfried III echter bakzeil. Hij wordt wegens weerspannigheid zelfs van al zijn lenen, inclusief Verdun, ontheven.
Op 18 mei 1046 komt Hendrik III op zijn ongelukkige besluit om Gozelo II te benoemen terug. Dirk IV van Friesland, inmiddels opvolger van Dirk III, eigent zich in Friesland meer gebieden toe, zodat een sterkere persoonlijkheid dan Gozelo II moet optreden. Hendrik III benoemt Frederik (II) van Luxemburg als hertog in Neder-Lotharingen en draagt de bij de prefectuur behorende graafschappen Drenthe en Salland samen met de prefectuur nogmaals aan het bisdom Utrecht over. Blijkbaar is de eerdere schenking niet helemaal zuiver op de graat. Zo wordt het bisdom versterkt, maar het huis Verdun is nog niet verslagen.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende III des Sonnedages nae sunte Johans dach, dat was op ten derden ende tienden dach der maent van Julii.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 2003-2004

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 13 juli 2003. Laatste wijziging: 13 juli 2004.