Opkomst en ondergang van
hertogdom Neder-Lotharingen

Deel 5 - Wederopstanding van het huis Verdun

Frederik (II) van Luxemburg, 1046-1065

Godfried III wordt gevangen gezet

Als achterkleinzoon van hertog Giselbert van Lotharingen heeft Frederik (II) van Luxemburg bloedbanden met het Lotharingse hertogshuis, zodat zijn benoeming tot hertog van Neder-Lotharingen na Gozelo II niet helemaal uit de lucht komt vallen.
Gozelo II is kort na zijn afzetting overleden. De broer van Gozelo II en dus de verwachte hertog, Godfried III van Verdun, komt in opstand en wordt in 1046 gevangen gezet. Godfried III's achterneef Adalbert (III) van Elzas wordt vervolgens tot hertog in Opper-Lotharingen benoemt. Keizer Hendrik III is vastbesloten de macht van het huis Verdun te breken.
Godfried III wordt vrijgelaten en verwerft de hertogshoed van Opper-Lotharingen, maar moet daarvoor wel zijn zoon als gijzelaar afstaan en erkennen dat Hendrik III zijn souverein is.
Hendrik III's politiek van versterking van de rijkskerk is in Lotharingen volledig mislukt. De versterking van de bisdommen gaat te veel ten koste van de hertogelijke macht, waardoor lokale potentaten zich vrij voelen om te doen wat in hun opkomt en dat is in het algemeen niet in het voordeel van de troon.

Stroman van Hendrik III

Keizer Hendrik III heeft dan wel Frederik (II) als hertog van Neder-Lotharingen aangesteld, maar in de praktijk heeft deze niets te vertellen. Hendrik III houdt de teugels vast en van Frederik (II) wordt weinig tot niets vernomen. Zo trekt in 1046 de keizer persoonlijk met een leger naar Friesland om Dirk IV, die zijn expansiepolitiek weer heeft opgepakt, mores te leren.
De veldtocht heeft geen resultaat. Dirk IV zit goed verscholen in zijn waterrijke gebied. In 1047 onderneemt Hendrik III een tweede poging. Na successen in Rijnsburg en Vlaardingen moet Hendrik III uiteindelijk toch het hazenpad kiezen. Deze smadelijke aftocht schaadt het prestige van de keizer en is het sein tot een grote opstand.

Opstand in 1047

De edelen in Lotharingen zijn inmiddels de politiek van de keizer meer dan zat en zien in zijn lafhartige vlucht een kans om hun belangen veilig te stellen. Tot de opstandelingen behoren Godfried III van Verdun, Dirk IV van Friesland, Boudewijn V van Vlaanderen en Herman van Henegouwen. In 1047 raakt Godfried III opnieuw Opper-Lotharingen kwijt. Hendrik III installeert graaf Adalbert (III) van Metz als de nieuwe hertog.
Adalbert (III) is een achter-kleinzoon van hertog Richard, zodat er enige rechtvaardiging voor deze benoeming is. Ondertussen steekt Godfried III de palts in Nijmegen in brand en trekt hij vervolgens op naar Verdun. Na de brandschatting van Verdun is Luik aan de beurt, maar bisschop Wazo van Luik biedt hevige tegenstand. Het komt tot een veldslag tussen de oude en de nieuwe hertog, waarbij de nieuwe sneuvelt. Adalbert (III) wordt opgevolgd door zijn broer Gerhard (V).

De opstand wordt neergeslagen

In 1048 stuurt Hendrik III gezanten naar Hendrik I van Frankrijk, omdat hij bang is dat de koning van Frankrijk de rebellen te hulp zal komen. De nood is hoog gestegen. Dit leidt tot een bondgenootschap waarvan koning Eduard van Engeland en Sven van Denemarken ook deel uitmaken.
Hendrik III heeft nu de handen vrij om definitief met Dirk IV van Friesland af te rekenen. Dit keer maakt hij zijn handen niet vuil, maar mogen de bisschoppen van Luik, Utrecht en Metz Dirk IV in Dordrecht in de val laten lopen. Hendrik III trekt zelf in 1049 ten strijde tegen Boudewijn V van Vlaanderen.
Pas in 1050 staakt Godfried III op aandringen van de paus zijn verzet en doet boetedoening door het door hem verwoeste Verdun te herstellen. Tevens schenkt hij enkele goederen aan de kerk. Niettemin wordt Godfried III gevangen gezet door de bisschop van Trier, maar de paus weet de keizer te bewegen Godfried III's leven te sparen.

Vlaanderen groeit

Door het wegvallen van Godfried III is Boudewijn V niet tegen de keizer opgewassen. Ook Boudewijn V onderwerpt zich aan de keizer, maar niet voor lang. In 1053 trekt hij op tegen Luik. Als Boudewijn V dan ook nog een verbond sluit met de bisschop van Cambrai is voor Hendrik III de maat vol, maar het leger dat hij naar Vlaanderen stuurt heeft geen succes.
In 1056 is Hendrik III genoodzaakt het verlies van Aalst te erkennen evenals de rechten van Boudewijn V's zoon, eveneens Boudewijn (VI) geheten, op Henegouwen.

De wederopstanding van Verdun

Godfried III is na zijn in vrijheid stelling in 1051 naar Italië getrokken en is daar in 1054 voor de tweede keer in het huwelijk getreden. Zijn bruid is Beatrix, erfgename van Frederik II, hertog van Opper-Lotharingen. Zo versterkt Godfried III zijn claim op Opper-Lotharingen. Het huwelijk ontstemt Hendrik III zodanig dat hij Beatrix en haar uit een eerder huwelijk geboren dochter Mathilde gevangen neemt. Godfried III vlucht, maar zijn broer Frederik heeft niet zo veel geluk. Hij wordt in een streng klooster geplaatst en ontdaan van al zijn (kerkelijke) ambten.
Godfried III zoekt weer contact met Boudewijn V en wanneer de koning van Frankrijk opnieuw met een inval dreigt kiest Hendrik III eieren voor zijn geld. Beatrix en Mathilde worden vrijgelaten, Godfried III's huwelijk wordt erkend evenals zijn bezittingen in Italië.
Godfried III krijgt het door hem zo vurig gewenste eerherstel. In enkele oorkonden wordt Godfried III zelfs nog voor de hertogen van Lotharingen genoemd, maar hertogdom Opper-Lotharingen krijgt hij niet terug. Gerhard (V) zit daarvoor te stevig in het zadel. Godfried III's broer Frederik mag weer een kerkelijke carrière nastreven. In 1057 zal Frederik het tot paus (Stefan IX) schoppen. In ieder geval komt het huis Verdun terug in het centrum van de macht.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende III des Saterdages nae sunte Joachims dach, dat was op ten twintigsten ende zesden dach der maent van Julii.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 2003-2004

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 26 juli 2003. Laatste wijziging: 13 juli 2004.