Opkomst en ondergang van
hertogdom Neder-Lotharingen

Deel 6 - Definitieve ondergang van het huis Verdun

Godfried III 'met de baard', 1065-1069

Rijkspolitieke beslommeringen

Ironisch genoeg bemoeit Godfried III zich na zijn terugkeer in het centrum van de macht in Neder-Lotharingen nauwelijks nog met Lotharingen zelf. Na de opvolging van Hendrik III door Hendrik IV in 1056 slokt de rijkspolitiek al zijn aandacht op, want Hendrik IV is nog minderjarig. De Lotharingse beslommeringen laat Godfried III over aan zijn gelijknamige zoon Godfried IV, bijgenaamd 'de Gebochelde'.
In 1064 weet Godfried IV samen met de bisschop Willem van Utrecht gebieden in Friesland te veroveren. Graaf Dirk V van Friesland, de opvolger van Floris I, en zijn stiefvader Robert I van Vlaanderen 'de Fries' moeten vluchten. In 1064 geeft Hendrik IV de grafelijke rechten in Westflinge en de oevers van de Rijn aan de bisschop van Utrecht.

Wederom hertog van Neder-Lotharingen

Door Godfried III's slimme huwelijk met Beatrix van Opper-Lotharingen kan koning Hendrik IV na hertog Frederik (II) van Neder-Lotharingen's kinderloze dood in 1065 niet meer voorbij aan Godfried III's rechten op het hertogdom. Bovendien wordt Godfried III door zijn machtige zwagers, Lambert II van Leuven en Albert II van Namen, gesteund.
Twintig jaar na zijn afzetting staat niets een glorieuze terugkeer in Lotharingen meer in de weg. Voor de zekerheid laat Godfried III zijn zoon Godfried (IV) trouwen met stiefdochter Mathilde van Toscane om diens rechten op Lotharingen ook veilig te stellen. In 1069 overlijdt Godfried III, waarna Godfried IV 'de Gebochelde' hem opvolgt.

Godfried IV 'de Gebochelde', 1069-1076

Een ongelukkig huwelijk

Godfried IV's huwelijk met Mathilde wordt niet gelukkig. Een jaar na de voltrekking leven beiden al apart; hij in Neder-Lotharingen en zij op hun goed in Italië. Ook politiek leven zij gescheiden; hij steunt koning Hendrik IV en zij paus Gregorius VII. Het ongelukkige paar krijgt een dochter, Beatrix, die vlak na haar geboorte overlijdt.

Militaire successen en nederlagen

Godfried IV is erg actief. In 1070 weet hij als eerste hertog van Neder-Lotharingen een Friese graaf, Robert I van Vlaanderen 'de Fries' definitief van diens Friese grondgebied, Holdland, te verjagen. Godfried IV voelt zich in het waterrijke gebied zelfs zo zeker dat hij in 1071 of 1072 op campagne gaat tegen de noordelijke Friezen.
Via via krijgt Godfried IV Henegouwen in leen, maar Robert I 'de Fries', die ook rechten op Henegouwen heeft, weet hij daar niet te verslaan. In 1075 helpt Godfried IV mee een Saksische opstand neer te slaan.

Een moordaanslag

In 1076 zijn er weer moeilijkheden in het bisdom Utrecht. Godfried IV trekt ten strijde om de Friezen te verslaan. In Vlaardingen wordt een brutale moordaanslag op hem gepleegd, waarschijnlijk in opdracht van zijn vijanden Dirk V van Friesland, Boudewijn II van Henegouwen (zoon van Boudewijn VI) en/of Robert I van Vlaanderen "de Fries", .
De gewonde Godfried IV laat zich nog naar Utrecht brengen, maar het mag niet baten. Hij overlijdt op 22 februari 1076. Tegen de wil van zijn vrouw heeft Godfried IV voor zijn dood zijn neef Godfried van Bouillon tot erfgenaam benoemd. Deze regeling wordt onder andere betwist door Albert III, graaf van Namen en Hendrik II, graaf van Leuven. Albert III en Hendrik II zijn allebei kleinzonen van Gozelo I en achterkleinzonen van Karel.
Hiermee komt een einde aan de afstamming in mannelijke lijn van het huis Verdun. Opnieuw maken verschillende erfgenamen zich op om de buit te verdelen, maar dat verhaal zou een andere site kunnen vullen.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende III des Vrydages nae sunte Johans dach, dat was op ten achtsten dach der maent van Augustii.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 2003

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 8 augustus 2003. Laatste wijziging: 28 augustus 2003.