| |
Opkomst en ondergang van het
koninkrijk Lotharingen
Ontstaan van het Middenrijk
Europa staat in brand wanneer keizer Lodewijk
I 'de Vrome' zijn enorme rijk tussen zijn zonen Lothar
(I), Lodewijk (II) 'de Duitser'en Karel (II) 'de Kale' wil verdelen. Iedere zoon meent dat hij recht op meer heeft,
zodat er een bloedige strijd tussen de broers ontstaat. Deze interne conflicten
kan het Frankische rijk niet gebruiken, want een gevaarlijke vijand klopt
aan de deur.
In de achtste eeuw ondernemen de Vikingen
nog vredelievende handelstochten. Vanaf ongeveer 800 ondernemen zij
gewelddadige plundertochten. In eerste instantie richten zij zich op
Engeland. Later volgt het vasteland van Europa. Door de desintegratie
van het keizerrijk wordt de Vikingen geen strobreed in de weg gelegd.
Pas op 14 februari 843 tekenen de broers in Verdun een verdrag. Het Verdrag
van Verdun is van groot belang, omdat het de basis vormt van het huidige
Europa. Afgesproken wordt dat de broers het hun toegewezen koninkrijk
autonoom mogen besturen. Er zal geen inmenging van een boven alle koningen
verheven keizer zijn. Het Frankische rijk wordt als volgt verdeeld: Karel
II 'de Kale' krijgt West-Franken,
dat later Frankrijk wordt, Lodewijk
II 'de Duitser' krijgt Oost-Franken,
dat later Duitsland wordt, en Lothar I, de oudste
zoon, wordt koning van het tussengelegen land, het Imperium
Romanum, of Middenrijk. Lothar I's land omvat
de karolingische bakermat, zodat Lothar I zich als enige "keizer"
mag noemen.

Lothar I, 840-855
Het Middenrijk van Lothar I strekt zich uit
van de Noordzee tot de Middellandse Zee en is dus een merkwaardig langgerekt
gebied, waarvan het noorden en zuiden weinig gemeen hebben.
Het eerste probleem waarmee Lothar I zich geconfronteerd ziet zijn de
invallen van de Vikingen
in Friesland. De voortdurende oorlogen
met zijn familieleden hebben zijn slagkracht verminderd, zodat hij
zich al in 841 genoodzaakt ziet enkele graafschappen
aan Vikinghoofdmannen af te staan. In de hoop dat zij op hun beurt
wel in staat zijn hun landgenoten tegen te houden. Een ijdele hoop.
Vlak voor zijn dood in 855 verdeelt keizer Lothar I zijn Imperium Romanum
in drie koninkrijken voor zijn drie zonen. De oudste, Lodewijk
(II) , krijgt het koninkrijk Italië en mag zich keizer gaan noemen.
Lothar (II) wordt koning van het noordelijke
deel van het Middenrijk. Karel, de jongste
zoon, krijgt het koninkrijk Bourgondië.en
Provence.
De lotgevallen van Karel van Bourgondië
en Lodewijk II van Italië vallen
buiten het bestek van deze site. Meldenswaardig is dat Karel van Bourgondië
zonder nakomelingen achter te laten al in 863 overlijdt en dat Lodewijk
II van Italië reeds in 875 overlijdt en twee dochters nalaat. Van
belang is hierbij dat de keizerskroon in 875 eerst in de "franse"
handen van Karel II 'de Kale'
valt en vervolgens in 881 in de "duitse" handen van Karel
III 'de Dikke'.
Lothar
II van Lotharingen, 855-869
Lothar II volgt zijn vader op in het noordelijke deel van het Middenrijk.
Een naam heeft dit gebied niet, derhalve wordt het naar Lothar II
Lotharingen genoemd. Na de dood van Lothar II's broer Karel
van Bourgondië wordt diens gebied verdeeld tussen Lothar II
en zijn broer Lodewijk II van Italië.
Lothar II's regering staat in het teken van zijn kinderloze huwelijk
met
Theutberga van Arles. Zij is de zus van
hertog Hucbert van Transjuranië.
In 857 probeert Lothar II van haar te scheiden, ten faveure van zijn
maîtresse
Waldrada, bij wie Lothar II in 855 een zoon, Hugo
(II) geheten, heeft verwekt. Bij Waldrada krijgt Lothar II nog
drie kinderen: Gisela (abdis van Nivelles), Bertha
en Ermengard.
Aartsbisschop Hinkmar van Reims is tegen de
ontbinding van het huwelijk tussen Lothar II en Theutberga en hij vindt
een sterke medestander in paus Nicolaus I. Op
verschillende synodes wordt de scheiding goedgekeurd en vervolgens
weer afgekeurd, waarna Lothar II gedwongen wordt Theutberga weer
als echtgenote aan te nemen. In 862 wordt Waldrada toch tot koningin
gekroond en in 866 wordt zij geëxcommuniceerd. De nieuwe paus Hadrian
II maakt op zijn beurt de excommunicatie ongedaan.
In 867 staat Lothar II de Elzas af aan Lodewijk
II 'de Duitser', om zijn gunst met betrekking tot de erfopvolging
van zijn zoon Hugo (II) te verwerven. Hugo (II) mag zich dan hertog
van Elzas noemen, maar hij is ondergeschikt aan Lodewijk II. Hugo (II)
van Elzas is zo de opvolger van overgrootvader hertog Hugo (I) van
Elzas
In een laatste poging paus Hadrian II gunstig te stemmen reist Lothar
II in 869 naar Rome. Het resultaat is dat Lothar II mag scheiden.
Tot een huwelijk met Waldrada komt het echter niet, want Lothar II
sterft op de terugreis in Piacenza. Uit deze huwelijksperikelen blijkt
dat de kerk steeds grotere invloed op het huwelijksrecht krijgt. Alleen
door de kerk goedgekeurde huwelijken zijn legaal.
Overigens is de afkomst van Lothar II's illegale vrouw Waldrada een
groot raadsel. Een Hollands getinte oplossing is dat zij de dochter
van
Radboud IV van Friesland zou zijn. Als
dat zo is dan zou zij van (koninklijke) Friese bloede zijn en tevens
oud-tante van Waldger
III van Teisterbant, de moordenaar
van hertog Eberhard (I).
Daarnaast bestaan er theorieën over een afkomst uit het Maas-Moezelland
of uit de Etichonen-familie.
Ondergang van de Lotharingse dynastie
Alle inspanningen ten spijt is het koninkrijk van Lothar (II) wegens gebrek
aan een wettige opvolger aan verwarring ten prooi. Lothar (II) mocht eindelijk
trouwen, waardoor Hugo (II) de wettige opvolger zou
zijn en dus koning van Lotharingen. Nu krijgt Hugo (II) niets en wordt
het koninkrijk verdeeld tussen Karel
II 'de Kale' en Lodewijk
II 'de Duitser'.
In
870 komt het in Meersen tot een akkoord,
waarbij Hugo (II)'s erfdeel ook op papier verdwijnt. Het noordelijke
deel van Lothar (II)'s rijk (op bijgaande kaartje geel) wordt tussen
Karel II 'de Kale' (groen) en Lodewijk II 'de Duitser' (oranje)
verdeeld. De Graafschap hoort nu bij het Duitse deel van de nalatenschap
van Karel I 'de Grote'.
In 876 probeert Karel II 'de Kale' Lotharingen bij zijn west-Frankische
rijk in te lijven. Het komt tot een beslissende slag
bij Andernach, waar Karel II 'de Kale' wordt verslagen door
Lodewijk III 'de Jongere',
een zoon van Lodewijk II 'de Duitser'. Lotharingen komt uiteindelijk
in 876 bij Lodewijk II 'de Duitser' zijn opvolger Karel
III 'de Dikke' terecht.
De opstand van Hugo (II)
Hugo (II) van Elzas, de niet erkende erfgenaam
van Lothar (II) gaat niet bij de pakken neerzitten. Hij probeert met
geweld in 877 de hem toebedeelde erfenis te verkrijgen, waarbij hij
gesteund wordt door de Lotharingse adel. Het lukt Hugo (II) niet zijn
erfdeel te bemachtigen. Waarop hij in 878 door paus Johannes
VII wordt verbannen. Diverse pogingen van de koningen van Oost-
en West-Franken om Hugo (II) gevangen te nemen lopen op niets uit.
In 880 wordt Lotharingen in het verdrag van
Ribemont verdeeld. Lodewijk III verkrijgt het westelijke deel van
Lotharingen. In 885 onderneemt Hugo (II) een riskant plan. Tijdens een
verblijf van Karel III 'de Dikke' in Italië probeert Hugo (II) om met behulp van Godfried 'de Deen' nogmaals de Lotharingse kroon te veroveren.
Ook deze poging loopt op niets uit. Hugo (II) wordt in Gondreville in
een hinderlaag gelokt en gevangen genomen. Als gruwelijke straf voor zijn
opstand worden zijn ogen uitgestoken. Hugo (II) slijt zijn laatste levensjaren
als monnik in het klooster Prüm. De aanzet tot een Lotharingse
dynastie is daarmee in de kiem gesmoord.
Ondergang van het koninkrijk Lotharingen
Het koninkrijk Lotharingen is na de gevangenname van Hugo (II) nog niet
ten dode opgeschreven. Door de dood van zijn vader vóór
het huwelijk wordt Hugo (II) nog steeds beschouwd als bastaardzoon.
Ironisch genoeg wordt de vererving van Lotharingen gekenschetst door
opeenvolgende bastaardzonen. Na Karel
III 'de Dikke' wordt Lotharingen opgeëist door diens bastaardneef Arnulf
van Karinthië.
Arnulf probeert op zijn beurt het koninkrijk nieuw leven in te blazen
voor zijn bastaardzoon Zwentibold
Zwentibold wordt in 895 gekroond als koning van Lotharingen. Vrijwel meteen
voert Zwentibold een van zijn vader onafhankelijke eigen politiek. Arnulfs
zwakke gezondheid zal hierbij een rol hebben gespeeld, want bij belangrijke
gebeurtenissen zoals de moord op Eberhard
(I) van Hamaland en de benoeming van Radbod
tot bisschop van Utrecht laat Arnulf zich wel gelden.
In 895 helpt Zwentibold hertog Odo van Parijs
het west-Frankische koninkrijk te veroveren op Karel
III 'de Eenvoudige'. Een strijd zonder onmiddellijk succes,
waarop Karel III op zijn beurt in 895 en 896 Lotharingen binnenvalt.
De inleiding tot Zwentibolds ondergang is de confiscatie
van de graafschappen van graaf Stephan van
Bidgouw
en van de broers Matfried
(IV) en Gerhard
van Gulikgouw. In 898 maakt Zwentibold een tweede fout door Reginar
(I) 'Langhals', zijn machtigste graaf plotseling als raad
af te zetten ten faveure van de in zijn eer herstelde Gerhard van Gulikgouw.
Reginar I komt meteen in opstand en verschanst zich in Durfos
(Doveren) aan de oevers van de Maas. Zwentibolds toorn tegen zijn graven
is zo groot dat hij Reginar I " Langhals", samen met diens handlangers,
waaronder Odacar van Ardennengouw uit
al hun lenen ontzet. Een strafexpeditie naar Reginar I 'Langhals'
en zijn Lotharingse trawanten loopt op een fiasco uit, wegens de ontoegankelijkheid
van het gebied.
De laatste stuiptrekkingen
Een grote klap krijgt Zwentibold te verduren wanneer Reginar I na de
belegering overloopt naar Karel III en hem trouw belooft. Reginar I trouwt
met Karel III's zuster Ermentrud en verleidt Karel
III om Lotharingen binnen te vallen. Ook deze expeditie is niet beslissend,
want Karel III laat het in oktober 898 niet tot een gewapend treffen komen
en verlaat Lotharingen.
Zwentibold heeft na het vertrek van Karel III zijn handen vrij om voor
de tweede keer te proberen Reginar
I en zijn handlangers uit Durfos te verjagen. Wederom tevergeefs.
Met dit vertoonde gebrek aan macht en daadkracht valt Lotharingen uiteen.
Zwentibold heeft geen grip op de gebeurtenissen in zijn koninkrijk.
Na de dood van zijn vader en keizer Arnulf
in 899 is Zwentibold zonder diens bescherming aangeschoten wild. Het
koninkrijk is met zijn laatste stuiptrekkingen bezig. Al Zwentibolds
graven laten hem in de steek, waarop de Lotharingse adel, met Reginar
I voorop, Lodewijk
IV 'het Kind', Arnulfs legitieme zevenjarige zoon, uitnodigt
om koning van Lotharingen te worden. Lodewijk IV wordt in maart 900 gekroond.
Zwentibold wordt uiteindelijk op 13 augustus
900 vermoord door Matfried
(IV) en Gerhard
(I) van Gulikgouw en verrassenderwijs niet door zijn in Durfos verschanste
vijanden. Dit tekent zijn gebrek aan adellijke steun in Lotharingen.
De Matfriedinger broers zijn hun val in 896 nog
niet vergeten. Zij worden bij de moord geholpen door de toentertijd
eveneens benadeelde graaf Stephan.
Na de dood van Lodewijk IV 'het Kind' in 911 houdt Lotharingen
op te bestaan als zelfstandig koninkrijk. Het gaat wisselend op in het
West-Frankische Rijk of Heilige Rooms Rijk.
Het koninkrijk Lotharingen wordt "gedegradeerd" tot hertogdom
Lotharingen.
|
|