Slag bij Woeringen (1288)Aanloop naar de slag
Een mislukte bemiddelingspogingNa vijf jaren van schermutselingen en rooftochten over en weer komt het tot een bemiddelingspoging. De schoonvader van Reinald I, graaf Guy van Vlaanderen, treedt als bemiddelaar op. Op Pinksteren 1288 zullen beide partijen samenkomen om vrede te sluiten. Reinald I verwacht in het geschil niet erg sterk te staan en verkoopt zijn rechten op Limburg aan graaf Hendrik van Luxemburg voor 1000 marken in Brabantse penningen. Hertog Jan I van Brabant hoort onderweg naar de onderhandelingstafel van deze rechtsafstand. De hertog ontsteekt in woede als hij over deze zoveelste streek van Reinald I hoort. Het verhaal gaat dat hij een stok doormidden bijt. Graaf Reinald I bevindt zich op dat moment in de vesting van de heer Walram 'de Rosse' van Valkenburg voor overleg met zijn bondgenoten. Als de hertog van Brabant hier lucht van krijgt, aarzelt hij geen moment. Hij rukt met zijn troepen op. Helaas voor hem worden Reinald I en zijn makkers tijdig gewaarschuwd en zij vluchten. De heren ontsnappen, maar met 1500 man dringt de Brabantse hertog door tot Bonn. Het gebied waar hij doortrekt, gaat in vlammen op. De burcht van WoeringenDe burcht van Woeringen is inmiddels ingenomen door de aartsbisschop
van Keulen. Deze bezetting is een grote last voor het handelsverkeer.
De Keulenaars doen hierover hun beklag bij de hertog van Brabant. De Keulse
burgers willen zich aan het gezag van hun aartsbisschop onttrekken en
een vrije rijksstad worden. De graven van Berg en Mark adviseren de hertog
vervolgens deze burcht in te nemen om te laten zien wie de ware hertog
van Limburg is. Een van de taken van de hertog van Limburg is immers om
de roofburchten die in zijn gebied liggen te verwoesten om de landvrede
te bewaren. Hertog Jan I besluit hierop naar Woeringen te trekken en de
aartsbisschop uit te dagen. Daar komt het in 1288 eindelijk tot een treffen
tussen de verschillende legers. Veldslagen
zijn immers schaars in de Middeleeuwen. VoorbereidingenEen van de colonnes wordt geleid door de aartsbisschop van Keulen in
eigen persoon. Een tweede colonne bestaat uit de Limburgse adel onder
aanvoering van de graaf van Luxemburg, zijn broers en de heer van Valkenburg.
De derde colonne wordt aangevoerd door de graaf van Gelre. Voordat het
tot een treffen komt leest de aartsbisschop in de abdijkerk van Brauweiler
de mis en spreekt hij de kerkelijke ban over de hertog van Brabant en
zijn aanhangers uit. De hertog van Brabant ontmoet de graaf van LuxemburgDe bondgenoten vallen zonder enige orde hun vijanden aan. Een aanval op de troepen van Berg en de stad Keulen wordt abrupt afgebroken als de Brabanders naderen. De Luxemburgers, Geldersen en Limburgers treffen nu de Brabantse troepen. Graaf Hendrik IV van Luxemburg botst het eerst met het Brabantse leger. Zijn tegenstander is meteen een voorname, de broer van de hertog van Brabant. Het paard van graaf Hendrik IV van Luxemburg wordt getroffen en wil er in galop vandoor gaan. De graaf van Luxemburg weet echter zijn paard onder controle te houden en stevent vervolgens op hertog Jan I van Brabant af. Beiden kennen elkaar uit toernooien en verlangen er allebei naar om hun krachten in het echt te meten. Woedend slaan ze met zwaarden op elkaar in. De schildknapen van graaf Hendrik IV van Luxemburg weten het paard van de hertog van Brabant te doden, maar de hertog heeft enkele paarden achter de hand. Met een geweldige klap slaat hij de banierdrager van Luxemburg neer. Daarbij raakt hij gewond aan de arm en graaf Hendrik IV van Luxemburg ruikt zijn kans eeuwige roem te verwerven. Hij stormt op hertog Jan I toe, maar overziet daarbij een Brabantse schildknaap die graaf Hendrik IV's paard met een zwaard steekt, "dat hem die derme vielen op deerde". Als graaf Hendrik IV van zijn gewonde paard wil stijgen wordt hij van achteren door een Brabantse ridder dodelijk getroffen. De aartsbisschop van Keulen wordt gevangen
Reinald I probeert te vluchtenAls graaf Reinald I van Gelre bemerkt dat de aartsbisschop in moeilijkheden verkeert probeert hij nog bij hem te komen om te helpen. Menig Brabantse ridder bezwijkt onder zijn dadendrang. Iedereen is inmiddels moe, want de slag duurt al uren. De banierdrager en andere leden van het gevolg van Reinald I gaan ten onder, waaronder Hendrik III van Borculo. Reinald I 'de Strijdbare' blijft alleen over, maar raakt gewond aan zijn hoofd. Het toeval wil dat graaf Arnold van Looz (Belgisch Limburg), die aan Brabantse zijde strijdt, in de buurt is. Graaf Arnold is een persoonlijke vriend van graaf Reinald I. Hij neemt Reinald I gevangen en laat hem zijn verraderlijke wapenkleed uitdoen. Hij dwingt hem het kleed van een schildknaap aan te trekken en geeft hem vervolgens over aan de kastelein van Montenacken om hem uit het strijdgewoel te krijgen. Reinald I heeft de pech dat vier Brabantse knapen hem ontdekken als de kastelein even niet oplet. Zij binden hem vast en voeren hem naar het Brabantse kamp. Een groot gejuich weerklinkt als men de hoge rang van de gevangene bemerkt. Graaf Reinald I is een hoog losgeld waard. Einde van de slag
NasleepHet aantal slachtoffers wordt aan de Gelderse kant geschat op 1100 ridders. De telling van het aantal gesneuvelde Brabanders stokt bij 40 ridders. Een aantekening in het missaal van de kerk van Woeringen houdt het op 2400 doden. Hoe dan ook, het is een grote veldslag geweest. Graaf Reinald I wordt naar Leuven gevoerd, waar hij goed wordt behandeld; tenslotte is hij veel geld waard. De bondgenoten van Reinald I worden verschillend behandeld. Als graaf Adolf van Nassau voor hem wordt gebracht besluit hertog Jan I hem zonder losgeld vrij te laten voor zijn tijdens de strijd betoonde moed. Deze geste zal de hertog geen windeieren leggen als deze Duitse edelman in 1292 tot Rooms-koning wordt gekozen. Heer Walram van Valkenburg weigert hertog Jan I te erkennen als de hertog van Limburg. Dit heeft tot gevolg dat in augustus 1288 zijn kasteel te Valkenburg wordt belegerd. Heer Walram 'de Rosse' ontsnapt via geheime gangen, die tegenwoordig nog steeds zijn te vinden in de Fluwelengrot te Valkenburg. Later komt het tussen beide heren tot een verzoening. De burcht van Woeringen wordt nog een week belegerd, waarna deze ook valt en uitgemoord wordt. Wraak is zoetDe aartsbisschop van Keulen krijgt het zwaarder te verduren. Als gevangene van graaf Adolf van Berg moet de aartsbisschop zijn zware wapenuitrusting, inclusief helm, waarin hij bij Woeringen heeft gestreden voortdurend dragen. Een vol jaar is hij de gevangene van de graaf van Berg. Nadat de aartsbisschop voor een grote som is vrijgekocht licht hij graaf Adolf op en laat hij hem gevangen nemen. Vervolgens hangt hij hem naakt met honing besmeerd op in een ijzeren kooi, als attractie voor bijen en vliegen. De rijke graaf biedt tevergeefs een driedubbel losgeld aan, maar de aartsbisschop is zijn vernedering niet licht vergeten. De wraak van de aartsbisschop is letterlijk zoet. Eind aan de erfopvolgingPas in 1289 komt er een einde aan de opvolgingsperikelen rond Limburg. Dan komt Jan I van Brabant met hulp van de Franse koning in het bezit van Limburg. De oorlog wordt dus uiteindelijk gewonnen aan de diplomatentafel en niet te vuur en te zwaard.
|
||||||