| |
 |
Lochem
Anno 2000
|
 |
Weinig overgebleven
Oude afbeeldingen van na de Middeleeuwen laten een stad zien met muren
zonder bebouwing tegen de binnenkant. Bij de overgang naar gevechtstechnieken
met geschut zien we dat de hoge torens worden vervangen door rondelen.
Middeleeuws Lochem heeft drie poorten, de Molenpoort
aan de Berkel, de Walderpoort in de richting van Deventer en de Smeepoort
aan het pad naar Zutphen. Dat blijft eeuwenlang zo tot rond 1750-1800,
wanneer muren en poorten afgebroken worden. Tussen de laatste twee poorten
bevindt zich de Blauwe Toren en de vesting wordt omsingeld door een dubbele
gracht.
Helaas is er in Lochem behalve de grachten, de kerk en het stratenplan
niets uit de Middeleeuwen overgebleven. Niettemin is een kleine stadswandeling
de moeite waard en zeker bij avond is hier en daar in het centrum een
klein beetje van de middeleeuwse sfeer te proeven.
De grachten die nog zichtbaar zijn, maken deel uit van de binnenste grachtengordel.
In 1932 worden enkele binnengrachten gedempt om plaats te maken voor wegen.
De buitenste grachtengordel wordt in de negentiende eeuw gedempt en de
grond verkaveld en verkocht.
Een stadswandeling
Maak het oude middeleeuwse grachtenstelsel om Lochem zichtbaar door
met de muis over de plattegrond te bewegen. De grachten verdwijnen weer
als u de plattegrond met de muis verlaat.
Het 'pesthuisje'
 De
stadswandeling begint bij de VVV, waar overigens andere stadswandelingen
zijn te verkrijgen die ook buiten het centrum komen. Van de VVV loopt
u via de Tramstraat Lochem in. Voor de gracht gaat u rechtsaf, houd de
gracht aan de linkerhand. Hier kunt u goed zien dat de overkant van de
gracht hoger is gelegen; dit is een overblijfsel van de oude verdedigingswal.
U gaat over het kleine sluisje zodat u bij een oud vakwerkhuisje uit de
zeventiende eeuw komt. Lochemers noemen dit het 'pesthuisje', maar hoogstwaarschijnlijk
is dit eerder een blekershuisje of looiershuisje. Het oorspronkelijke
pesthuis is na de Tweede Wereldoorlog afgebroken. In 1992 is het geheel
gerestaureerd en tegenwoordig houdt de Historische Vereniging Lochem-Laren
er kleine exposities. De aangrenzende kruidentuin is het hele jaar te
bewonderen. Een blik naar de overzijde van de gracht geeft een mooi uitzicht
over enkele grachtenpanden.
De 'Blauwe Toren'
 Houd
links aan en houd de gracht aan de linkerkant. U wandelt onder de walbomen
door en gaat vervolgens linksaf de brug over, de Blauwe Torenstraat in.
Hier staat in de Middeleeuwen de Blauwe Toren, in 1330 gebouwd in opdracht
van Reinald II en in 1881 afgebroken.
In 1491 worden hier drie heksen opgesloten en gemarteld. Op de brug heeft
u een goed uitzicht naar beide kanten over de oude gracht. Vandaar natuurlijk
dat de verdedigingstoren hier stond. Na de brug slaat u meteen linksaf
om via de Westerwal terug te lopen. Aan de rechterhand staat de voormalige
synagoge, die in 1865 wordt ingewijd. De ingang, het vrouwenbalkon en
het plaatijzeren plafond zijn bezienswaardig, maar alleen te zien als
er exposities zijn. Er zijn slechts drie van dergelijke plafonds in Nederland
bekend; Haarlem, Franeker en Lochem. In de zomermaanden organiseert de
Stichting Streekmuseum Lochem er tentoonstellingen over Lochems verleden.
Het laatste stuk van de wal voert langs historische huisjes. Het is opvallend
hoe scheef gebouwd een enkel huis is. De nummers 13, 17 en 18 hebben nog
een ouderwets Gelders gevelteken op het huis.
De Walderstraat
U bent weer terug bij de plek waar in de Middeleeuwen de Walderpoort
met ophaalbrug staat aan de weg naar Deventer. U gaat rechtsaf de Walderstraat
in. Op de nummers 17 en 25 vinden we gemeentelijke monumenten. Op nummer
25 staat een pand met een afgeknotte topgevel, een geveltype dat vroeger
in Lochem veel voorkomt. Nummer 17 is een Jugendstilgevel, waarvan u er
in Lochem veel vindt, met in het glas-in-lood een koeiekop. Hier was vroeger
een slagerij. In een brandgang bij nummer 1 is nog vakwerkbouw te zien.
Als u de Walderstraat uitloopt, komt u op de Grote Markt.
Poorters Jan
Meteen aan de linkerhand staat een beeld van Poorters Jan, de hooiplukker,
Lochems meest prominente inwoner. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog proberen
Spaansgezinden in 1590 Lochem te veroveren. Daartoe verstoppen zij zich
in drie wagens met hooi. De eerste wagen komt ongemoeid door de Smeepoort,
toen nog Bergpoort geheten. Jan, de zoon van
de poorter, wil voor eigen gebruik wat hooi van de wagen plukken. Dit
is een oud Lochems recht, dat de burgers van Lochem toestaat hooi te plukken
zolang de wagen onder de poort rijdt. In plaats van hooi voelt Jan echter
een laars en roept kordaat: "Verraad, verraad." De wacht van de poort,
achttien man in totaal, wordt door de Spaansgezinden gedood. Er hebben
gedurende de nacht meerdere soldaten zich in de omgeving verborgen. De
Lochemse troepen onder leiding van François
Ballochi weten echter na hevige straatgevechten het Spaanse leger,
aangegroeid tot 150 ruiters en 300 man voetvolk, uit de stad te verdrijven.
Het gemeentehuis en Gudulakerk
 U
loopt rechtdoor richting gemeentehuis en passeert het voormalige postkantoor
met de fraai geglazuurde brievenbussen. Middeleeuwse monumenten zijn in
Lochem helaas niet veel te vinden. Nadat Lochem in 1525 geheel in de as
is gelegd heeft de grote stadsbrand van 6 april 1615 de rest vernield.
Alle gebouwen uit de binnenstad zijn derhalve van na die datum. Het oude
gemeentehuis stamt uit die tijd. In 1643 wordt met de bouw hiervan begonnen.
De oude ingangsdeur aan de kant van de Grote Markt is een schijndeur geworden.
De oostgevel wordt in 1741 verbouwd; de wapens aan weerszijden van de
toen aangebrachte ingang zijn van de op dat moment aan het bewind zijnde
burgemeesters en raden.
Naast het gemeentehuis staat de kerk. Hier zijn enkele middeleeuwse muurschilderingen
te zien.
Aan de overkant van het gemeentehuis vindt u het Klepperhuuske. Hier worden
in voorgaande eeuwen landlopers en dronkaards opgesloten. Beste cellen
zijn het niet, want de volgende dag zijn de meeste arrestanten al verdwenen.
Als ze tenminste hun roes hebben uitgeslapen.
Aan de linkerkant van de Kawop gaat u de Bagijnestraat in. De naam Kawop
herinnert nog aan de tijd van de Begijntjes met hun "kap op". In de Bagijnestraat
ziet u hoe sfeervolle nieuwbouw is gepleegd. Na de Bagijnestraat gaat
u linksaf de Molenstraat in.
De Molenstraat
 Deze
straat voert in de Middeleeuwen naar de watermolens aan de Berkel. In
de loop van de achttiende en negentiende eeuw wordt dit een winkelstraat
en dat is het nog steeds. In deze straat bevinden zich diverse winkelpuien
uit 1900-1915 in Jugendstil en Art Deco, bijvoorbeeld de nummers 3, 14
en 24. Het pand op nummer 16 maakt deel uit van een stadsboerderij. Het
linkerdeel bezit een laat negentiende-eeuwse winkelpui. Onder de houten
panelen bevindt zich een antieke automatiek.
Aan het eind van de Molenstraat houdt u rechts aan en kijkt u de gracht
af bij het beeldje 'Berendine'. U loopt verder over de Oosterbleek, waar
vroeger het wasgoed gedroogd en gebleekt werd. U gaat rechtsaf over de
houten brug en rechtdoor het Hoogestraatje in. Von Meyenfeldt vermoedt
dat hier ergens aan uw rechterhand het hof van
Lochem moet hebben gelegen, maar geschreven bewijzen zijn er niet
voor. U slaat linksaf de Gudulastraat in. Ook hier overal nieuwbouw met
één fraai oud pand. Op het kruispunt gaat u wederom linksaf, de Tuinstraat
in.
De Tuinstraat
 Deze
straat is betrekkelijk jong (1891), desalniettemin is dit stadsgedeelte
het oudste van Lochem, want er zijn hier potscherven uit de late IJzertijd
(700 voor - 500 na Christus) gevonden. In de omgeving Tuinstraat/Gudulastraat
is een La Tène potscherf gevonden, afkomstig uit Zwitserland, die wijst
op een vorm van handel aan het einde van de IJzertijd. De naam Tuinstraat
duidt op de aanwezigheid van tuinen. Vroeger stond hier een gebouw met
een stuk tuin van circa 29 are. Aan het einde van de Tuinstraat gaat u
rechtsaf de Oosterwal op.
Onder de walbomen door ziet u links beneden u de Graaf Ottoweg. Voor 1932
was dit een gracht. Ter hoogte van de Dr. Rivestraat, waar eerder de looiers
wonen, kunt u goed de hoogteverschillen zien tussen de stad en het platteland.
Stedelingen zijn letterlijk verheven boven de plattelanders.
Kanon en Wachthuis
Waar nu de Schouwburg staat, staan vroeger dennebomen. Aan de linkerhand,
verscholen in een bosje staat een kanon. Aan het eind van de negentiende
eeuw kwam dit kanon bij het uitbaggeren van de gracht naar boven. Schuin
tegenover het kanon vindt u de Herensociëteit 'De Eendracht' met zijn
neo-classicistische gevel met pilasters.
Aan het einde van de Oosterwal heeft u bij de bankjes een fraai uitzicht
over de zuidelijke gracht. In de Middeleeuwen staat aan het begin van
de Smeestraat de derde poort van Lochem; de Smeepoort, inmiddels bekend
van de hooiplukker. Aan de Smeestraat waar u nu in loopt, wonen vroeger
de smeden. Zij wonen hier, gescheiden van de andere inwoners, bij elkaar
vanwege het potentiële brandgevaar. Op de hoek met de Zuiderwal staat
in de Middeleeuwen het Wachthuis, waar het garnizoen is ondergebracht.
Het is sindsdien drastisch verbouwd, maar na enige studie haalt u de eeuwenoude
vorm er wel uit. U loopt de Smeestraat in, die overgaat in de Bierstraat.
De Bierstraat
U blijft in de Bierstraat, die in de Middeleeuwen Vriesentstrate heet,
en gaat de bocht om. In deze buurt woonden voorheen de notabelen. De puien
zien er nieuw uit, maar de panden zijn zeer oud. Na de bank staat op 't
Ei nummer 1 een negentiende-eeuws herenhuis, dat in zijn kern oudere onderdelen
bevat. Sommige binnenmuren, delen van de kap en de kelder dateren waarschijnlijk
nog uit de zeventiende eeuw. Reincke
vermoedt op zijn beurt dat de Hof van Lochem hier ergens heeft gestaan.
Waar de naam 't Ei vandaan komt, is onbekend, maar Reincke stelt dat het
mogelijk is afgeleid van een eiland, dat is ontstaan door de omgrachting
van de Hof.
Vroeger is op 't Ei het gildehuis van de kleermakers gevestigd. U steekt
over naar het beeld van Liudger, die de Lochemers bekeerd heeft.
U
bevindt zich nu op de Kleine Markt. In de Middeleeuwen is het kerkhof
hier gelegen. Tot in deze eeuw worden hier veemarkten gehouden.
Op de hoek Bierstraat/Kleine Markt staat in 1518 een grote hofstede of
stadsboerderij, die reikt van de Kerksteeg tot aan de Bierstraat. Hier
woont een heer Geryt mr. Dirixss, priester en
vicaris van Sint-Anthonys te Lochem. Deze Dirixss zal een notabele zijn
geweest, want artsen en schrijvers krijgen in de Middeleeuwen vaak de
titel meester of magister. In 1562 wordt nogmaals een Gerryt
mr. Dirxs genoemd, die waarschijnlijk familie is en nog steeds de
hofstede bezit. Hij is stadssecretaris en derhalve ook een notabele; zo
blijven lucratieve ambten wel vaker in één familie hangen.
Aan de overkant vinden we op nummer 10 het oudste huis van Lochem. Deze
typische stadsboerderij stamt uit 1621. Om de hoek in de Kerksteeg is
het fraaie vakwerk te zien. Aan de andere kant is ook dergelijk metselwerk.
De voorgevel is ertegenaan geplakt en de raamindeling op de tweede verdieping
doet vermoeden dat dit in de achttiende eeuw is gebeurd. De winkelpui
is van nog latere datum en zal rond 1900 zijn vervaardigd.
Aan de Kleine Markt vindt u nog twee oude panden. Hotel Meenderink is
in de late negentiende eeuw in zijn huidige vorm ontstaan na het toevoegen
van een tweede verdieping met kap aan een laag achtytiende-eeuws gebouw.
Daarnaast vindt u het raadhuis met een trapgevel dat uit 1638 stamt. U
verlaat de Kleine Markt via de Kerksteeg. Aan het begin van de Kerksteeg
ligt in 1428 waarschijnlijk een rooster, want dit wordt in archieven genoemd
bij het schenken van achttien tijnsgrooten aan de pastoor en priesters
door Ghese, weduwe van Gerd
Maes, om jaarlijks twee herdenkingsdiensten te houden. Waarschijnlijk
ligt dat rooster hier om varkens en honden te beletten de lijken op het
kerkhof op te graven. Aan het eind gaat u rechtsaf de Achterstraat in.
Hier staat in middeleeuws Lochem het Sint-Agnesconvent.
De Achterstraat
Hier vindt u nog een oud gebouw uit 1878 op nummer 11 in eclectische
stijl. Verder is hier overal stemmige nieuwbouw gepleegd die authentiek
aandoet, maar Lochem is in geen enkele voorgaande eeuw zo dicht bebouwd
geweest. Aan deze straat liggen in de Middeleeuwen de tuinen van de panden
aan de markt. Aan het eind van de Achterstraat slaat u rechtsaf de Blauwe
Torenstraat en meteen weer linksaf de Walsteeg in. Aan het eind van de
Walsteeg zien we de VVV liggen en zijn we op het uitgangspunt terug.
|
|