De middeleeuwse stadHet aanzien van de jonge stadVanwege hun identieke ontstaanswijze hebben de jonge steden vaak hetzelfde uiterlijk. Een kerk met een markt en enkele uitvalswegen. Boerderijen die met het gezicht naar de hoofdweg staan. Met achter langs het erf een "achterstraat", vaak onbebouwde zandpaden.Meestal is in de nieuwe stad een belangrijke hof van de landsheer of kerk gevestigd, waar de belasting moet worden voldaan. In ieder geval moet er voor de stedelingen een stimulerende economische reden zijn om zich blijvend in de stad te vestigen. Pas in de veertiende eeuw gaan steden ook aantrekkingskracht uitoefenen op kinderen van horigen die niets erven. En wie het goed wel erft, gaat juist in de stad wonen om horigheid te ontlopen. De vorm van de stedenDe middeleeuwse steden kennen drie vormen. Deze worden door de ommuring
bepaald. Zo bestaat ten eerste de (half)cirkelvormige of ovale vorm, ten
tweede de rechthoekige vorm en ten derde de onregelmatige veelhoek. Aanzien van de stadHet aanzien van de middeleeuwse stad wordt gekenmerkt door abrupt uit het omringende platteland of water oprijzende stadsmuren met hun vele muurtorens en stadspoorten. De massale muur met zijn gekanteelde borstwering is iets lager dan de op het tweede plan verschijnende burgerbebouwing met steile daken en vele schoorstenen. De muurtorens, maar vooral de imposante stadspoorten met hun spitse levendige daken steken boven de huisdaken uit. Tenslotte verschijnen op het derde plan de boven alles uitstekende torens van de kerk of kathedraal, het stadhuis, het waaggebouw en/of andere openbare gebouwen. Deze gebouwen beheersen het silhouet van de stad. Gegroepeerd rond de markt staan zij in het maatschappelijk en economisch centrum van de stad. In de middeleeuwse stad valt duidelijk een fraaie climax waar te nemen, zowel in visuele als in ideële zin. Van de ommuring, via de burgerbebouwing naar kerk of kathedraal. Van strategie via maatschappelijk economisch leven naar de religie.
De huizenbouwTot de dertiende eeuw zijn twee typen huizen bekend. Eenvoudige huizen met planken of vlechtwerkwanden en grote kasteelachtige natuurstenen huizen. Monumentale architectuur wordt dan in De Graafschap alleen door de hoge adel toegepast, zoals bijvoorbeeld het grafelijke hof in Zutphen. In vroege steden zoals Deventer en Nijmegen bouwt het stadspatriciaat ook dergelijke huizen die hoog boven de omringende huizen uitsteken. Deze gebouwen hebben een groot oppervlak met zijden van 10 tot 25 meter en één of meer verdiepingen. Op de begane grond bevinden zich een poort en getraliede vensters. Langs de dakgoot een borstwering met kantelen. Kortom verdedigingswerken die ook de voornaamheid van de bewoner moeten uitdrukken. De stad versteentAls Franse bouwmeesters in 1160-1170 in Friesland en Groningen bij de
bouw van kloosters de baksteen introduceren, begint in de Lage Landen
een bouwtechnische revolutie. Voortaan beschikt men overal over goedkoop
bouwmateriaal. Klei wordt overal langs de rivieren gevonden en is veel
goedkoper dan de van elders aangevoerde natuursteen. Voor grote projecten
worden de stenen ter plaatse gebakken en veel steden richten hun eigen
bakovens in ten behoeve van de verdedigingswerken. Woon- en werkfunctie worden gescheiden
Wat wordt er gegeten?Van het leven in een middeleeuwse stad valt veel af te leiden uit afvalkuilen
en beerputten. In beerputten belanden naast uitwerpselen ook wel voorwerpen
die al dan niet per ongeluk worden weggegooid. In tegenstelling tot het
afval dat achter in de tuin terechtkomt en na enige tijd wordt ondergespit,
bevatten de beerputten niet gebroken of verteerde voorwerpen. Zelfs voorwerpen
van hout, leer en textiel die door de drek zijn geconserveerd. Ook voedselresten
zijn er terug te vinden, zodat er een beeld bestaat van wat de burgers
van de stad eten. Bovendien zijn de laagjes in de beerput niet "verstoord"
en is precies te bepalen uit welke periode het afval afkomstig is. HuisraadDe maatschappelijke verschillen komen goed tot uiting bij de resten van het huisraad. Is het bestek bijvoorbeeld van hout en het servies van eenvoudig aardewerk dan heeft men met een arm gezin van doen. Zijn er echter glaswerk, luxe aardewerk en (zeldzame) metalen voorwerpen in de beerput te vinden dan woonde er een rijker gezin.
|
||||||