| |
 |
Kasteel Bredevoort
Anno 1188
|
 |
De naam en het ontstaan
In de loop van de Middeleeuwen ontstaan er (handels-)wegen
uit het westen naar het bisdom Munster. Zo loopt er een weg via
Zutphen, Wichmond, Hengelo, Zelhem, Halle, Aalten naar Bocholt. Deze
weg splitst zich vlak voor Bredevoort af in een weg via Miste, Winterswijk,
Vreden naar Munster en in een weg van Bocholt naar Twente.
Het verkeer op deze weg ontmoet elkaar op de plek waar Bredevoort ontstaat.
Op die plek wordt een burcht gebouwd
en daar omheen ontstaat na verloop van tijd een handelsnederzetting.
Wanneer deze burcht gesticht wordt, is onbekend. In het begin zal het
niet meer zijn geweest dan houten palissadewanden, aarden wallen en natte
grachten.
De
verklaring van de naam Bredevoort als 'brede doorgang door een rivier'
ligt voor de hand, maar is feitelijk onjuist. Bredevoort ligt midden
in een moerasgebied, waar van een een rivier of beek geen sprake is.
De zandrug die vanaf het oosten in het moerasgebied steekt - zie de gele
zandpunt op de kaart van Jacob van Deventer - komt eerder in aanmerking
als de 'brede voorde' waaraan Bredevoort zijn naam dankt.
Graaf Herman I van Lohn heeft
vanuit het lager liggende moerasgebied de Slinge vanuit Miste
naar Bredevoort laten verleggen. Er is binnen de verhoogde
zandrug gegraven, daar waar de beek van nature nooit zou komen.
Zo kan de Slinge de grachten om het kasteel van water voorzien, hetgeen
defensief voordeel biedt. Op de kaart
van Van Deventer heeft de Slinge na Bredevoort een onduidelijk vervolg.
Het overtollige grachtwater wordt op het moeras geloosd, dat immers
lager ligt.
Een "castrum Breidervort" in 1188
 Bredevoort
behoort in de Middeleeuwen oorspronkelijk tot het Munsterse bisdom. De
graven van Lohn zijn de voornaamste leenheren
van de bisschop in dit gebied.
In 1188 komt de "castrum Breidervort" uit
de mist van de geschiedenis tevoorschijn. Het komt voor op een lijst
van goederen van het bisdom Keulen. Aartsbisschop
Philips van Heinsberg heeft
deze bezitting voor de Keulse kerk van de Munsterse kerk overgenomen.
In Munster is een herziene lijst van goederen uit 1190 overgebleven,
waarin melding wordt gemaakt van "Castrum
Breidervord ... 60 marc. solutum". In de Keulse lijst van
goederen staat dat er drie (aan)delen van kasteel Bredevoort zijn gekocht.
Hieruit blijkt dat het kasteel al in 1188 bestaat
en dat er in dat jaar drie of meer eigenaren zijn. Een aandeel
van 60 mark zou tegenwoordig €200.000
tot €300.000
waard zijn.
Uit wraak verwoest
 In
1238 blijkt Bredevoort nog steeds meerdere eigenaren te hebben, want Ludolf
van Steinfurt en Herman I van
Lohn
verdelen hun gezamenlijke
bezitting onder elkaar, waarvan het kasteel wordt uitgezonderd.
Het kasteel blijft gezamenlijk bezit en dat zal problemen gaan geven.
Kasteel Bredevoort dient geregeld als verblijfplaats voor de graven van
Lohn. Hierdoor wordt het kasteel veel belegerd, want de graven van Lohn
zijn niet bang uitgevallen en het kasteel is een prima uitvalsbasis
voor lucratieve plundertochten in het Munsterland, maar het is ook een
schuilplaats voor het geval er ongenode bezoekers komen. In 1246 draagt
Herman II het
kasteel op aan de graaf van Gelre om zich zo van een machtig bondgenoot
te verzekeren.
Graaf Herman II van Lohn heeft
in 1277 graaf Engelbert
van der Mark ontvoerd, ten gevolge waarvan Engelbert overlijdt. In
1278 wordt Bredevoort aangevallen door Engelberts zoon en opvolger graaf Everhard
van der Mark. De kersverse graaf
Everhard slaat het beleg op en het ziet er slecht uit voor Bredevoort,
want Everhard is vastbesloten zijn vaders dood te wreken. Het garnizoen
wordt zo moedeloos dat het in het geniep 's nachts het kasteel verlaat.
De belegeraars nemen het kasteel in en graaf Everhard besluit het kasteel
totaal te verwoesten om zo de graaf van Lohn te breken. Het kasteel
mag niet worden herbouwd, totdat Herman II een pelgrinstocht naar Palestina
of Lijfland (Letland) heeft ondernomen. Jarenlang blijft het kasteel
als ruïne bestaan.
Munster tijdelijk bezitter van de burcht
In 1284 besluit de Boudewijn
van Steinfurt zijn helft van het verwoeste Bredevoort te verkopen.
Misschien mede ingegeven door alle toestanden rondom de ontvoering
en het geld dat met de herbouw is gemoeid. De koper is bisschop Everhard
van Munster. De positie van Munster in het grensgebied wordt
hierdoor versterkt ten opzichte van de graaf van Gelre.
Munster en Gelre hebben als twee rivalen gelijke rechten op de helft
van de burcht. De situatie wordt nog ingewikkelder wanneer Munster af
en toe ook in oorlog raakt met de graven Van Der Mark. Met steun van
bisschop Wichbold
van Holte van Keulen (1297-1304) komt graaf Herman
II van Lohn weer in bezit van zijn kasteel. Opmerkelijk is dat
de bisschoppen van Munster en Keulen zich in 1301 verplichten om de
wederopbouw van kasteel Bredevoort financieel te steunen. Mogelijk
is de bisschop van Munster hiertoe gedwongen, want Herman II van Lohn
is niet bepaald een vriend.
Graaf van der Mark in bezit van Bredevoort
 In 1303 sluit de bisschop van Munster een verbond met de graaf Van
Der Mark en moet Bredevoort het opnieuw ontgelden. De burcht wordt snel
veroverd. Er komt een permanente bezetting van het kasteel. Graaf Reinald
I van Gelre stelt in 1305 Everhard
van der Mark
aan als bewaarder en stadhouder tegen de zin van de bisschop van Munster,
die zijn sterke positie ziet afbrokkelen. Troepen van de bisschop
verjagen graaf Everhard uit Bredevoort. Everhard neemt daarop
uit wraak de stad Dülmen in. Voordat de strijd escaleert, wordt de vrede
getekend en komt Bredevoort weer in handen van graaf Everhard van der
Mark.
Opnieuw een Munsterse bezetting
In 1306 koopt Herman II van Lohn
Bredevoort terug van de bisschop van Munster en wanneer
graaf Everhard van der Mark in 1308 sterft, is Herman II weer heer
en meester in de burcht.
In 1316 overlijdt graaf Herman II kinderloos en zijn graafschap
verdwijnt met hem. Munsterse troepen bezetten meteen de burcht, waarbij
ze de rechten van de graaf van Gelre met voeten treden. Reinald
I van Gelre heeft echter andere zaken aan zijn hoofd. Hij sluit in 1316 een
verdrag om de zaak drie jaar te laten liggen.
Graaf Reinald II bezet Bredevoort
 Het
blijft inderdaad een paar jaar rustig in Bredevoort. In juni 1322 schrijft
graaf Willem III van Holland aan bisschop
Lodewijk van Munster dat hij de opvolger
van Reinald I, graaf Reinald II van
Gelre steunt in zijn aanspraken op Bredevoort. Het wordt oorlog. Reinald
II verovert inderdaad in de zomer van 1322 Bredevoort en onderneemt als
represaille enkele rooftochten
in het Munsterse land. Met 700 ridders en voetvolk plundert hij het land
en in de herfst weet hij achttien vaten wijn, bestemd voor de bisschop,
op de kop te tikken.
Door onenigheid met zijn bondgenoot graaf Van Der Mark moet de bisschop
van Munster dit alles met lede ogen aanzien. De bisschop zoekt steun
bij de stad Borken die hem vierhonderd man belooft. In maart 1323 tijdens
een nieuwe strooptocht der Geldersen valt Borken aan. De Geldersen liggen
te slapen bij de stad Dülmen en hebben te weinig wachtposten uitgezet.
Het Borkense leger maakt de paarden af waarna de Geldersmannen weerloos
zijn in hun zware harnassen. De slag eindigt lucratief voor de Borkense
troepen. Zij maken 86 slachtoffers en honderd gevangenen. Vooral de
laatsten leveren veel losgeld
op.
De strijd ontvlamt
Kort na de overval bij Dülmen wordt de bisschop van Munster in mei 1323
zelf gevangen genomen door graaf Van Der Mark. Pas in november van dat
jaar komt hij vrij wanneer de graven van Bergh en Gulik vrede weten
te bewerkstelligen. Een zeer kortstondige vrede, want zodra de bisschop
vrij is verovert hij Bredevoort weer en plundert hij het Gelderse land.
De strijd wordt door Reinald II van Gelre serieus genomen. Hij verzamelt
7000 man en trekt naar Coesfeld op. Daar komt op 1
september 1324
op het laatste nippertje een verdrag tot stand op initiatief van graven
Willem III van Holland en Jan van Bohemen.
Beide partijen zullen zes scheidsrechters leveren om in Deventer de ontstane
geschillen op te lossen. Als deze wijze heren er niet uitkomen, zal de
bisschop van Utrecht een bindende uitspraak doen. De meningen blijven
ver uiteen liggen. De bisschop van Utrecht wijst vervolgens huis Bredevoort
met grachten, dijken en wegen met de hofstede aan Reinald II toe. Deze
moet daarvoor vijfhonderd mark aan de bisschop van Munster betalen.
Over het andere gebied van Bredevoort doet de Utrechtse bisschop geen
uitspraak. Graaf Reinald II is daar niet tevreden mee en de Munsterse
bisschop geeft Bredevoort op zijn beurt niet zomaar uit handen.
Bredevoort definitief naar Gelre
 Eind 1324 of begin 1325 neemt Reinald
II bij verrassing Bredevoort in en onderneemt weer strooptochten in
de omgeving. De bisschop van Munster, moe geworden door alle strijd, dringt
opnieuw aan op overleg. Er volgen nieuwe onderhandelingen en pas op 28
juni 1326 wordt de vrede getekend. Dit belangrijke vredesverdrag wordt
mede ondertekend door de steden Zutphen, Groenlo, Emmerik en Arnhem. Met
dit verdrag komt Reinald II in pandbezit van de gerichten in Winterswijk,
Aalten en Dinxperlo en het graafschap Bredevoort.
Dit pandschap wordt niet door de bisschop van Munster
ingelost, zodat Gelre het er voortaan voor het zeggen heeft. Ook de burcht
van Bredevoort komt in handen van de graaf van Gelre met de bepaling
dat er geen andere burcht in het gebied mag worden gebouwd. De oorlog
komt hiermee voorlopig ten einde. Pas in 1382 ziet Bredevoort weer oorlogshandelingen
voor de poort als de burchtheer Symon van
Bermentfelde(?)
de nieuwe hertog van Gelre en graaf van Zutphen, Willem
van Gulik, niet erkent.
Pas wanneer Hendrik
III van Gemen Bredevoort verpand wordt het rustig
rond kasteel Bredevoort.
Het kasteel in 1562
Hoe het kasteel er in het begin heeft uitgezien is onbekend. De eerste
burcht van Bredevoort zal van hout zijn, want dit is
tot het midden van de dertiende eeuw het belangrijkste bouwmateriaal
in De Graafschap. Uit latere tijden is wel een beschrijving overgebleven.
Wanneer in 1562 Dietrich
van Bronckhorst-Batenburg, heer van Anholt, de nieuwe pandheer van
Bredevoort wordt, laat hij een plattegrond van het kasteel maken.
Iemand in Bredevoort meet het kasteel op en stuurt zijn bevindingen
naar Arnhem. Aan de hand van deze maatvoering maakt iemand in Arnhem
een plattegrond. Dit hoeven niet dezelfde personen te zijn geweest.
De maten worden voorzien van opmerkingen over de toestand van het gebouw
en die blijkt niet erg best te zijn.
Uit de maten valt op te maken dat
het een groot pand is. De gebouwen beslaan een rechthoek van 42 bij
36 meter, waarbij aangenomen wordt dat de muren zestig centimeter dik
zijn. Rondom de gebouwen is een aarden wal opgeworpen met rondelen
op de hoeken. Deze wal is twee tot drie meter breed. Daar omheen loopt
een natte gracht.
Van linksonder naar rechtsonder is achtereenvolgens te vinden: de slaapkamer
van de drost met daaronder de vleeskelder, de kleedkamer, de staatkamer,
daaronder de harnaskamer en de twee kamers daarnaast bak- en brouwhuis
met daarboven de korenzolder. Van linksboven naar linksonder: een kleine
kapel, met daarnaast een stoof, de poort met de maarschalkskamer erboven,
en het washuis. Van linksboven naar rechtsboven: grote zaal, keuken,
een afdak en de gevangentoren. De 'Gefangentorn' zal eerder de donjon
zijn geweest. Deze heeft muren van circa 265 cm dikte. En tenslotte van
rechtsboven naar rechtsonder: wenteltrap, poedermolen en bakovens.
Dietrich van Bronckhorst-Batenburg laat de boel opknappen, want er zijn
diverse rekeningen over herstelwerkzaamheden bewaard gebleven. Hierbij
zal het kasteel niet opvallend zijn veranderd. Dit valt op te
maken uit de tekening die Jacob van Deventer van
Bredevoort maakt. De tekeningen uit 1600 laten wel enkele wijzigingen
zien
Op 12 juli 1646 wordt tijdens een hevig onweer
de hoektoren van de burcht, of die gelijk te stellen is aan de 'Gefangentorn'
is de vraag, door de bliksem getroffen. Deze toren doet dienst
als kruittoren met alle fatale gevolgen vandien. De zware muren bieden
even enige weerstand, waarna een zware explosie volgt als de 320 kruittonnen
ontploffen. Meer dan veertig mensne laten het leven en het kasteel is
van de aardbodem weggevaagd, net als het nabij staande ambtshuis. Het
kasteel wordt daarna niet meer opgebouwd. Het tijdperk van kastelen is
voorbij. Natuurgeweld is uiteindelijk gelukt wat vele bisschoppen, graven
en hertogen niet is gelukt: de definitieve capitulatie van het stoere
kasteel Bredevoort.
Bredevoort of Brederode?
 In 1882 vervaardigt J. Craandijk tijdens zijn
rondwandeling door de Achterhoek twee tekeningen van kasteel Bredevoort.
Dit heeft hij waarschijnlijk gedaan aan de hand van oudere voorbeelden
die dan verloren zijn gegaan, want het kasteel is immers al lang geleden
verdwenen. Het is echter maar zeer de vraag of zijn voorbeeld kasteel
Bredevoort voorstelt. De tekeningen zijn in het archief opgeslagen met
de aantekening Bredevoort, maar dit zegt natuurlijk niets over de authenticiteit
van de afbeelding. Hermans heeft
Craandijks tekening geïdentificeerd als kasteel
Brederode.
Het
meest in het oog springende verschil tussen het plattegrond uit 1562 en
Craandijks tekening is dat Bredevoort rondom woonvleugels heeft. Kasteel
Bredevoort heeft in 1562 twee ronde torens, Brederode slechts één.
Op nevenstaande 3D-reconstructie van de hand van Hermans is te zien
hoe kasteel Bredevoort er in 1562 mogelijk heeft uitgezien. Deze reconstructie
is gebaseerd op het plattegrond uit 1562, zodat enige aannames rondom de
hoogte van de verschillende gebouwen zijn gemaakt. Uiteraard zijn andere reconstructies ook mogelijk.
|
|