Kasteel DedingsweerdeAnno 1059De naam verklaardDe naam kan afgeleid zijn van "deding" (elfde eeuw: diding) of "daden".
Hetgeen met recht te maken had. Denk aan tegenwoordig bijvoorbeeld kort
geding. Er zijn zogenaamde dedingsmannen of geschiedsluiden (bemiddelaars)
die recht spreken. Zo zal dedingsweerde "Hof waar recht gesproken wordt"
betekenen. Leenheren van DedingsweerdeDedingsweerde bij Lochem is een oud goed. Het wordt al in 1103 genoemd.
Er is dan geen sprake van een huis of goed, maar van ene Geraclus
die afkomstig is van Dedingswerthe. In 1105 ontvangt Geraclus echter het
bezit van een hof met bijbehorende hofhorigen in achterleen van bisschop
Burcard van Utrecht, die op dat moment het
buurschap Dochteren in bezit heeft. Deze heeft
het in leen van de graaf van Zutphen, want in 1059 geeft de graaf een
goed te Dochteren aan het bisdom Utrecht. Waarschijnlijk is dit Dedingsweerde.
Geraclus wordt in 1118 en 1127 nogmaals genoemd, maar dan heet hij opeens
Gerlacus de Ditingwerthe. De positie van deze Gerlacus is niet bekend,
maar wel dat hij voornaam genoeg is om een kasteel(tje) te bezitten. In
1134 komt nogmaals een Gerlacus ter sprake, maar dan afkomstig van Dedingwerthe. In 1248 doet Goswin in Zutphen ten overstaan van de rechter van Gelre een gezin, bestaande uit man, vrouw, drie zonen en een dochter met haar man en tien kinderen over aan het klooster Betlehem. Mensenhandel gebeurde meer in de dertiende eeuw. Dit gezin behoorde waarschijnlijk tot de onvrijen of horigen van het goed. Waarom dit gebeurde is niet achterhaald. Waarschijnlijk omdat ze de pacht niet op kunnen brengen.
In 1380 wordt Derich van Keppel met het goed Westerholt beleend. Dit is waarschijnlijk een zoon van Henric. In 1402 ontvangt zijn zoon Reynalt van Keppel "het goet Westerholt". In 1422 verschijnt weer een Derich van Keppel, die met Aleyt van Ulft trouwt. In 1465 wordt Reiner met het goed beleend. In 1484 is Johan de erfgenaam van zijn kinderloos gestorven broer Reiner. Johans zoon Rense van Keppel verwerft het goed in 1501. Deze heeft alleen maar een bastaardzoon, zodat zijn moeder Fense Kreijnnck in 1524 middels een hulder, Jacob Worms, met het goed wordt beleend. Zij laat het in 1536 na aan haar zoon Dirck van Keppel, die het in 1542 op zijn broer laat vererven. De restenIn 1802 is het kasteel afgebroken en in 1963 wordt een deel van de grachten
gedempt. Op de plaats waar het kasteel stond, is nu de boerderij "Hooge
Weide" gevestigd. Tegenwoordig zijn alle grachten gedempt en bijna verdwenen.
|
||||||