| |
 |
Kasteel Schuilenburg
Anno 1326
|
 |
Vele spellingen
Het
kasteel Schuilenburg kent in de loop van zijn geschiedenis vele spellingen
van zijn naam. Het begint met Sculenborg en eindigt met Schuylenburch.
Ertussen ligt nog Schuylenborg, Schulenborg, Schulenburg en varianten
hierop. Hetzelfde geldt voor de heren
van Schuilenburg.
Er bestaan drie Schuilenburgs, bij Almelo, Hellendoorn en Silvolde. Dit
hoofdstuk gaat over het kasteel bij Silvolde.
Een grensvesting
Kasteel Schuilenburg, gelegen tussen Terborg en Silvolde, is zo vaak
verwoest en herbouwd dat er sprake is van vier kastelen op deze plaats
met de naam Schuilenburg. Begrijpelijkerwijs is er van het eerste kasteel
uit het midden van de veertiende eeuw niets meer over gebleven. Waarschijnlijk
wordt het in 1394 voor de eerste keer verwoest door Dirk
III van Wisch.
Kasteel Schuilenburg ligt tussen Silvolde en Terborg aan de Oude IJssel.
Het kasteel is bedoeld als een grensvesting, want het gebied wordt betwist
door de graven van Gelre en de bisschoppen van Munster. De oorspronkelijke
zeggenschap over dit gebied berust bij de graven van Lohn.
De vele verwoestingen van het kasteel zijn dus te wijten aan de strategische
ligging.
Leenroerig aan Wisch
De
geschiedenis van Schuilenburg vangt aan in 1326, niet toevallig het jaar
waarin de laatste graaf van Lohn
overlijdt en de opvolgingsperikelen in volle hevigheid losbarsten. In
dat jaar beleent graaf Otto II van Gelre
Evert I van der
Sculenborg met het kasteel.
Hoe het er in die tijd uitziet, is niet bekend. Maar als grensvesting
zal het vooral een militair karakter hebben gehad. Blijkbaar bestaat het
kasteel in 1326 al, want er is immers een belening.
In 1424 blijkt kasteel Schuilenburg leenroerig te zijn aan het huis
Wisch. Deze overgang zal mogelijk in 1329 al tot stand zijn gekomen
wanneer Hendrik I van Wisch
de gebieden Terborg en Varsseveld/Silvolde samenvoegt onder zijn regering.
Er is in dat jaar duidelijkheid gekomen over de erfenis van Lohn.
Vele goederen
Bij verkoop van rechten van Schuilenburg aan hertog Arnold
van Gelre in 1464 blijkt het goed behoorlijk groot en wijd verspreid
te zijn.
Ertoe behoren: vis-, dijk- en houtrechten, Nijenhoefsmaat
in Silvolderveld, Rebeldinck, de steeg in de
Nottel, Segemanninck in
Varsseveld, de Baakse tiend in Gendringen, de grote tiend en de wilde
tiend in Wieken, het goed Ten Kamp, de Flossent,
de tienden in veld en broek van Etten, de tiende te Ziek, het tigelslag
van Bernt Rolofssen, een slag aan het Ziekermeer, nogmaals een tigelslag,
ditmaal van Henrick ten Gruijs en Lutgen Post, de Dashorst,
de Wadencamp, het slag "dair
die tigelaven te stean plach", de grote en kleine tiende in Didam,
het goed Kamphuisen, tienden in Essent (Doetinchem),
diverse slagen in het Westerbroek, de Wals (niet de
visserij), de Colvert die "starcke
Bernt en Heijn van Halle" hebben, het gezamenlijke goed van Gerrit
voir den Diick, Heijn voir den Diick en Heijn
van Halle, het goed Lettinck en Walschate
in Zelhem, het goed Ebbinck in Wichmond, de waard
van Herman op ter Straten in Doesburg en een
goed te Genthorst.
Deze uitgebreide lijst van goederen wordt verkocht voor 1500 Frankische
schilden. In 1467 wordt het kasteel doorverkocht aan de hertog van Kleef.

De Kleefse periode
Door de overgang naar Kleef blijft het allesbehalve rustig rond het
kasteel. In de Bourgondische periode kiest Kleef de kant van Maximilian
I. Schuilenburg is nu een "vijandig" kasteel geworden, omgeven door
Gelders en (neutraal) Berghs gebied. Het kasteel is regelmatig middelpunt
van krijgshaftige acties. Vele Gelderse heren zien in de Schuilenburg
een ideaal middel om Gelre (en zichzelf) te verrijken.
In november 1480 beklaagt Johan
van Wisch Wisch zich over een aanval vanuit Schuilenburg op dienaren
op zijn Silvoldse grondgebied.
In 1485 stelt Berend van Wisch een rechtsvordering
in op de Schuilenburgse goederen. Berend is een bastaard uit het huis
Wisch en heer van de Ligtenberg. De Ligtenberg
wordt in 1503 overigens door Kleef bezet.
In 1499 houdt Johan van Ulft kasteel Schuilenburg
bezet en plundert hij goederen van Johan van der Hoey
junior, richter in Doetinchem,
in Oer, ondanks een afgesproken vrede.
Ook in 1499 jaar beklaagt de hertog van Kleef er zich over bij de graaf
van Bergh dat hij de Schuilenburg niet wil bevoorraden uit angst voor
de wraak van Gelre.
Zo keren de kansen in deze oorlogstijd en heeft het kasteel veel te lijden.

Terug naar Gelre
In 1527 koopt hertog Karel van Gelre de Schuilenburg.
Het kasteel is daarna slachtoffer van diverse Kleefse aanvallen waarbij
het grotendeels wordt verwoest. Op 24 oktober 1534 wordt een lijst(je)
gemaakt van de inventaris: "vier haecken, een iseren
slang, een serpentyne, een cleyne pompe, twee iseren slangskens die van
ter Borch gecommen zijn, een iseren steenbusch," (vier haakbussen
en diverse soorten geschut), een slechte kast, een slecht bed, een misgewaad,
een altaarsteen, vazen, een misboek en andere zaken. Dat is alles wat
er na alle aanvallen over is.
In 1534 verpandt hertog Karel het kasteel aan zijn veldheer Berend
van Hackfort. Berend laat het kasteel in 1535 herbouwen. Hiervan is
een tekening overgeleverd, een van de weinige uit die tijd. Deze unieke
tekening laat goed de functionaliteit van Schuilenburg zien. Een grote
verdedigingstoren met hieraan een woonhuis, andere woonkwartieren, bolwerken
op de hoeken, een achteruitgang, een hooiberg, een put, een schuur en
een molen. Kortom, een klein, zelfvoorzienend dorp. Mogelijk zien meer
kastelen in die tijd er zo uit.
Dit kasteel wordt pal naast het bestaande gebouwd. Voor de nieuwbouw worden
karrenvrachten zand uit Silvolde aangevoerd om een stevig fundament te
kunnen leggen. Het Schuilenburg uit 1535 zal de tand des tijds niet doorstaan.
Na de Middeleeuwen heeft het kasteel
veel te verduren en wordt het regelmatig herbouwd.
|
|