| |
Kasteel Silvolde
Anno 1188
De naam verklaard
De
naam Silvolde komt in vele soorten en maten voor: Selvelden, Selvolde,
Siluualde, Selfwalden, Seelfwalde, Sylvolden, Silfwolde en Silfwolden.
De naam Silvolde kan afkomstig zijn van de voornaam Sele,
Sille, Selle of Sale,
een naam die in Friesland nog voorkomt. Deze naam vinden we in de Achterhoek
ook terug in Zelhem (Selehem; huis van Sele) en Zeddam (Sedehem of Sydehem
in oude oorkonden). Misschien is de eerste eigenaar van kasteel Silvolde
Sele genaamd en is zijn wolde (bos) naar hem vernoemd.
Een andere mogelijkheid is "modderig bos". Sil staat dan voor selle of
sille (slijk, modder).
Van eigenaar veranderd
Kasteel Silvolde is gesticht in de twaalfde eeuw. Uit een
oude oorkonde blijkt dat in 1188 aartsbisschop
Philips van Heinsberg van het bisdom Keulen de 'curtis ende castrum
Selvelden' (hof en kasteel Selvelden) voor 50 mark zilver koopt. Hij geeft
het in leen terug aan de voormalige eigenaar, hetgeen toentertijd de Keulse
politiek was om het bisdom groter te maken. De oude, en meteen, nieuwe
eigenaar blijft helaas in de nevelen der historie verborgen.
De vertaling van "castrum" met kasteel prikkelt misschien te veel de fantasie.
Silvolde zal zeker niet meer dan een woontoren zijn geweest, maar wel
van (oer)steen gebouwd.

Een mysterieuze verdwijning
In 1229 is pas opnieuw sprake van een hof Silvolde, het handelt echter
alleen om een "have". Het "castrum" (kasteel) is blijkbaar verdwenen.
De hof is dan bezit van het apostelenstift te Keulen die het aan het klooster
Betlehem in Gaanderen verkoopt. Tussen 1188 en 1229 is het hof van eigenaar
veranderd. Gegevens over de overdracht van het bisdom Keulen aan het apostelenstift
ontbreken echter. De vraag is natuurlijk: waar is tussen 1188 en 1229
het kasteel gebleven? De oplossing van dit mysterie moet gezocht worden
bij de toenmalige eigenaar.
Wennemar van Silvolde
In
1193 treedt er een Winemarus voor het eerst op
als kanunnik van het Munsterse kapittel. Kanunnik worden kan alleen iemand
die van edelvrije afkomst is. Winemarus is geen priester, maar subdiaken,
de laagste wijding die nodig is om tot het kapittel
toe te treden.Winemarus is een drukbezet man, want hij komt vele malen
als getuige voor. Zijn familienaam wordt helaas niet vermeld.
In 1197 blijkt Winemarus 'Winemarus de Siluualde' te heten. In 1199 staat
hij onder de domkanunniken vermeld als 'Wennemaro de Selfwalden' in een
getuigenis voor Godfried van Lohn. In 1211
staat Wennemar meteen na de domscholaster en maakt hij dus carrière in
het kapittel. In de jaren daarna heet hij Winemarus de Silfwalde, de Silfwolde,
de Silvolden en de Selfwalde. In 1222 staat hij in de getuigenlijst op
de tweede plek, meteen na de domdeken. Wennemars carrière verloopt voorspoedig;
vermoedelijk is hij opgeklommen tot scholaster.
In de jaren daarna wordt hij inderdaad als scholaster in oorkonden opgevoerd;
'Wenemarus scholasticus'. Zo wordt hij tot 1233 genoemd, want op 20 maart
van dat jaar overlijdt hij.
Verwant aan Lohn
Wennemar van Silvolde duikt, zoals vermeld, in 1197 op als eigenaar van
Silvolde. Daar hij al in 1193 in de registers van het kapittel
wordt vermeld is aan te nemen dat hij dan al in bezit van Silvolde is.
Wennemar is van edelvrije geboorte,
bovendien is hij verwant aan het geslacht van de graven van Lohn.
Mogelijk is hij een zoon van Winemar
van Lohn. In dit geslacht is het de gewoonte om zich te noemen naar
het goed dat men bezit, maar dit hoeft niet per se de plek te zijn waar
men woont.
Om tot subdiaken te kunnen worden gewijd moet een jongeman volgens het
kerkelijk recht ten minste twintig jaar oud zijn, maar vanaf de tiende
eeuw wordt die regel minder strikt gevolgd. Het is mogelijk dat Wennemar
iets jonger is. Wennemar zal dan rond 1170/5 zijn geboren.
Het is dus heel goed mogelijk dat Wennemar in 1188 reeds bezitter van
het kasteel Silvolde is. Daar hij in 1233 overlijdt en in 1229 het kasteel
blijkt te zijn verdwenen moet er welhaast tijdens Wennemar's leven iets
met het kasteel zijn gebeurd.
De mysterieuze verdwijning verklaard
Een
mogelijke oplossing voor de mysterieuze verdwijning van kasteel Silvolde
ligt hoogstwaarschijnlijk bij het ontstaan van de parochie Silvolde. Oorspronkelijk
behoort Silvolde bij Varsseveld. Als in 1245 de graven van Lohn Varsseveld
aan het klooster
Betlehem opdragen, hoort Silvolde niet meer bij Varsseveld. Uit de
registers blijkt dat Silvolde onder het bisdom Munster valt. Dat is logisch,
want de graven van Lohn hebben niets weg te geven in Silvolde. Immers,
ene Wennemar van Silvolde heeft daar zijn bezit in leen van Keulen.
Het is heel goed mogelijk dat Wennemar zijn bezit in Silvolde heeft ingebracht
om de stichting van de parochie Silvolde te financieren. Zijn bezit dient
als 'dos' (kerkgift). Het benoemingsrecht van een pastoor in Silvolde
valt dan aan de bisschop van Munster toe.
Silvoldse bezittingen
De goederen die de kerk in Silvolde bezit, liggen in onmiddellijke omgeving
van de kerk op de Silvoldse Berg. Het hof van Silvolde heeft blijkens
een oorkonde uit 1190 zijn gronden bij het "castrum Selvelden" liggen,
dus bij het kasteel ligt het hof. Volgens een inventarisatie van pastoraal
bezit uit 1605 liggen de Silvoldse weilanden en moestuin(en) rondom de
pastorie en het bouwland op de hogere gronden tegen en op de berg. In
totaal bestaat het hof Silvolde uit tientallen hectares. Daarnaast bezit
Silvolde enkele goederen in de richting van Ulft.
De Wiel (doodlopende tak van de Oude IJssel) is de grens tussen Ulft en
Silvolde en tussen Schuilenburg en Silvolde.
De inventarisatie uit 1605 vermeldt ook een 'cavenstede' Langenbrink.
Een cavenstede is een kleine boerderij met een
vaste schoorsteen. Langenbrink is geen keuterboer, want het grondbezit
is 9,5 schepel bouwland en 1,5 morgen weiland. Tegenwoordig heet de hoeve
Harbers en ligt tussen Hommelink
en Have achter het huidige voetbalterrein. De gronden
op de berg worden door de kerk van Silvolde als een hofmark beheerd. De
bewoners van het dorp mogen er hun vee laten grazen.
Het raadsel opgelost
Daarmee
is de mysterieuze verdwijning van kasteel Silvolde opgelost. Het versterkte
stenen huis van Wennemar is omgebouwd tot kerk! Het hoofdgebouw van het
kasteel is tegenwoordig terug te vinden in het kerkgebouw. Het oerstenen
gedeelte in het middengedeelte van de kerk is rond 1100 opgetrokken en
op de bijgaande foto's te herkennen aan de grote roodbruine stenen. Dit
is het muurwerk van het oorspronkelijke huis van Wennemar.
Omstreeks 1240 wordt het een kerspelkerk, gewijd aan de heilige Mauritius.
In 1425 worden het koor en de toren gebouwd. Bij restauratie van de kerk
in 1975 zijn de fundamenten in kaart gebracht. Hierbij is duidelijk geworden
hoe dik de muren van de toren zijn.
Waarschijnlijk
vindt de verbouwing van kasteel tot kerk al plaats tijdens Wennemars leven,
omdat Wennemar als kanunnik aanwezig dient te zijn in Munster bij zijn
kapittel. Zeker wanneer hij scholaster
wordt. De inkomsten van zijn goed in Silvolde behoudt Wennemar voor zijn
eigen dagelijks onderhoud en dat van een geestelijke in de omgebouwde
kerk te Silvolde. Bij zijn dood kan Wennemar zijn kerk vermaakt hebben
aan de lokale kerk, zodat een echte kerspelkerk kan worden opgericht.
De "curtis" in het dorp is de huidige boerderij Harbers.
|
|