| Naam van de zegelaar |
Otto, graaf van Gelre en Zutphen (1182-1207).
|
| Randschrift |
+ OTTO DEI GRACIA GELRENSIS ET SVTFANIAE/
COMES. |
| Voorstelling op het zegel |
Ruiterzegel, de Graaf naar rechts rijdende,
met pothelm, zwaard en wapenschild. Wapen: drie bloemen. |
| Vorm, grootte en waskleur |
Rond, 76 mm., ongekleurde was. |
| Wijze van bevestiging |
Aan een wit-linnen streng (1196), aan
een rood-zijden streng (1190), aan een groen-zijden streng (1207). |
| Tegenzegel al of niet aanwezig |
Tegenzegel. |
| Datum van het stuk waaraan
het afgebeelde zegel is bevestigd |
1196. |
| Vindplaats daarvan |
Alg. Rijksarchief, Vilvoordse charters
(Sloet, nr. 387). |
| Eerste voorkomen van het
zegel |
1190 Staatsarchief Düsseldorf, Archief
abdij Altenberg, inv. 13. |
| Laatste voorkomen a.v. |
1207 (Archief abdij Postel, België, inv.
6) |
| Afgebeeld |
Corp. Sig., n- 479; Bondam, Taf. i, nr.
1 (1203); Gelre, B. en M. xix (1926), tegenover blz. 5. |
| Literatuur |
Van Spaen, Hist., blz. 103 noot; Idem,
Inl. II, blz. 71; Bondam, blz. 288 noot. |
| Eventuele verdere bijzonderheden |
|