Opkomst van het huis Zutphen

Van keizerlijke oorsprong

Graafschap Zutphen met Hof te LochemHet graafschap Zutphen ontstaat uit de ondergang van Hamaland in 1018, waarna Otto van Hammerstein de eerste heer van Zutphen wordt.
In 1999 zijn op het oude 's-Gravenhof in Zutphen restanten gevonden van een grote palts uit de elfde eeuw, waar in 2011 nieuw onderzoek wordt verricht. Het formaat van de palts duidt er op dat de bouwheer een keizer uit het Salische huis is, of iemand met kerizerlijke pretenties. Waarschijnlijk houdt de oorsprong van de heren van Zutphen nauw verband met het beheer en bestuur van deze palts. Het is overigens een misverstand om Zutphen als een paltsgraafschap te beschouwen. Nergens blijkt uit de bronnen dat het graafschap Zutphen deze status heeft.

Geen allodium

In 1046 schenkt keizer Hendrik III Zutphen aan bisschop Bernold van Utrecht, zodat het graafschap Zutphen een bisschoppelijk leen wordt.
De heren van Zutphen, later graven van Zutphen, beweren hun land en bewoners in vrije eigendom te hebben. Volgens de Saksische en Frankische wetten is dit recht erfelijk, zowel in mannelijke als in vrouwelijke lijn. Het hof te Zutphen en daarmee verbonden het hof te Lochem en Lochem is volgens de graven dus een vrij goed en geen leengoed.
In latere jaren hebben de graven van Zutphen deze bisschoppelijke rechten nooit erkend, zodat er uiteindelijk verwarring is ontstaan over het bezit van Zutphen. Alle rompslomp die dit met zich meebrengt noopt de een latere bisschop ertoe maar af te zien van de aan hem verschuldigde leenhulde. Waarmee de graven van Zutphen hun graafschap toch min of meer in vrij bezit hebben.

De bezittingen rond Lochem

Lochem in 1560 door Jacob van Deventer.De heer van Zutphen heeft in 1059 de meeste bezittingen in Lochem. Er worden tien horige hoven genoemd met twintig horigen, waarvan er één in Zwiep (Swipe) ligt, maar de precieze plaats is onbekend gebleven. In de dertiende eeuw komen in de grafelijke bezittingen drie hoven en een erf voor. Een hof te Lochem, erf Brinkering te Barchem en twee hoven te Klein Dochteren, namelijk een hof te Velhorst en een hof te Deedingweerd.
In de dertiende eeuw worden de horige hoven met Lochem samengevoegd en worden ze niet meer apart vermeld. Dit hangt samen met de verschijning van geld.

Lenen en uitlenen

Andere adellijke heren rond Lochem bezitten dan wel geen hoven, maar wel horige goederen. Zo hebben de heren van Wisch in de vijftiende eeuw de Wildenborch in bezit, tezamen met de goederen Tubbink en Jolink te Barchem. Deze hebben ze in leen van de hertog van Gelre. In deze buurschap lagen verder Rossink, Lansink en Esselink en ze hadden ook nog goederen in Klein Dochteren, Zwiep en Minkveld.
De heren van Voorst en Keppel hebben rond Lochem ook diverse bezittingen, eveneens een her en der verspreide lappendeken. Huis Verwolde hebben zij in allodiaal bezit.
Niet alleen heren van elders hebben bezittingen in en rond Lochem. Enkele lokale heren hebben hier eveneens bezittingen. Op het goed Overlaar te Zwiep woont een horige van de heer van Nettelhorst. Die op zijn beurt zijn goed in leen had van de hertog van Gelre. Oorspronkelijk is het huis Nettelhorst mogelijk een allodiaal goed dat, nadat het aan de hertog is opgedragen, in leen terugontvangen is. Een broer van deze heer van Nettelhorst heeft goederen gekregen te Hayekinck (Haijtink te Ampsen) en Stroet (Stroetman).
Een andere lokale heer is de heer van Amsen (Ampsen). Deze familie bezit te Exel, Ampsen, Zwiep en Oolde een aantal allodiale goederen. De Van Amsens wonen op Ouden Ampsen, hetgeen een leen is van de hertog van Gelre, maar misschien is dit net als Nettelhorst oorspronkelijk ook allodiaal. In Lochem bezit de familie het erf Tankhorst, mogelijk ook allodiaal.
Uit deze lappendeken blijkt dat aan het eind van de veertiende eeuw de verdeling onder grootgrondbezitters een feit is. Aangezien de meeste goederen horig zijn aan de hertog van Gelre is het aannemelijk dat deze verdeling samenhangt met de verdeling van de macht onder voornoemde heren voor circa 1200. Hieruit blijkt ook dat de band tussen Lochem en Zutphen zeer nauw is. De heren uit Zutphen hebben het in Lochem voor het zeggen:

  • Barchem: leenplichtig aan een lokale heer of aan de hertog;
  • Dochteren en Langen: de hertog heeft een overwicht;
  • Exel en Ampsen: geven een gemengd beeld;
  • Zwiep en Minkveld: bestaan niet veel oude gegevens over;
  • Laren en Verwolde: het merendeel van de erven waren hier in bezit van de Van Keppels;
  • Het buurschap Oolde: verdeeld onder de families Van Voorst en Keppel en Van Ampsen.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MCM ende XCVIII des Vrydages op sunte Augustinus dach.

Creative Commons LicentieAlfred Stern, 1998-2005

Geraadpleegde bronnen. Deze tekst is geplaatst op 28 augustus 1998. Laatste wijziging: 28 september 2005.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Noot 1

 

 

 

 

 

 

 

Noot 2