Kasteel Welmaring

Welmaring, anno 2001.

Anno 1410

Wapen van de familie Beloe.

In handen van het geslacht Beloe

Huis Welmaring ligt tussen Borculo en Neede. Om preciezer te zijn: daar waar de Bolksbeek van de Berkel aftakt, tussen Berkel en Bolksbeek. In de veertiende eeuw wordt 'dat guet toe Wenemaryng' voor 't eerst genoemd. Daardoor heet het Eschinc-Oenemaryng. Na de veertiende eeuw wordt gesproken van Wilmaringh. Het is dan een leen van graaf Hendrik III van Dalen Ψ, heer van Diepenheim.

Uit leenaktenboeken blijkt dat op 4 juni 1410 ene Gheryt van den Zande afstand doet van zijn bezitting ten behoeve van Dirc I van Beloe. Deze naam kent vele spellingen: in latere tijden Bloo, Blois, Builo, Blou en zelfs Bulo. Allemaal fonetische weergaves voor de naam Beloe, een schrijfwijze die het meest gebruikelijk is en ook het meest in de leenregisters wordt aangetroffen.
Wapen van de familie Beloe.Het wapen van het geslacht Beloe bestaat uit twee groene kepers op zilver. De helm is gedekt door een wrong van groen en zilver. Als helmteken dient een uitkomende wolvenkop. Als Dirc I van Beloe in 1443 overlijdt, wordt op 15 april zijn gelijknamige zoon met het goed beleend. Dirc II is dan nog minderjarig. Dirc II trouwt met Stijne Vierdach. Via haar erft hij op 6 oktober 1478 het goed Aernynck van haar vader Engelbert Andrieszoon Vierdach. Het eind van de eeuw maakt Dirc II niet meer mee. Op 2 oktober 1499 krijgt zijn zoon Engelbert van Beloe het goed als leenvolger. Het wapen van de familie Vierdach bestaat uit drie gouden zonnen, twee boven en één onder, op een rood veld.

Welmaring, anno 2001.

Het verdwijnen van Welmaring

Welmaring op een kaart van Isaak Tirion (1750).Engelbert is vernoemd naar zijn grootvader van moeders kant. Hij trouwt met een dochter van Johan Pelden, bijgenaamd Cloet, en Margriet van Zuylen. Sommige bronnen schrijven Klut in plaats van Cloet. De vader wordt 'tot Huning' genoemd, hetgeen erop duidt dat er een adellijk huis van die naam bestaat. Na het huwelijk vervalt de naam Welmaring bij Engelbert, hetgeen twee dingen kan betekenen. Welmaring kan een vergelijking met Huning niet doorstaan, of Welmaring is in die tijd een onbeduidend goed geworden. Het goed Huning ligt waarschijnlijk één kilometer ten zuiden van Rhede in de Westfaalse Kreis Borken. Of Engelbert van Beloe het goed Huning koopt of middels zijn vrouw 'aantrouwt' blijft helaas onvermeld. Engelbert en zijn vrouw krijgen zes kinderen, van wie de oudste Johan heet.

Na de Middeleeuwen

Wapen van de familie Vierdach. Johan van Beloe erft het belangrijkere goed Huning. Hij trouwt met een vrouw uit Emmerik en gaat daar wonen. Het paar verhuist na een aantal jaren naar Anholt. Johan krijgt daar ruzie met de heer van Anholt en het paar wordt gedwongen deze plaats te verlaten. Johan treedt in dienst bij de graaf van Bergh, die hem tot drost van Schuilenburg, Ulft en Wisch benoemt. Hij blijft echter ruzie zoeken, want in 1572 moet hij naar zijn zuster vluchten. Johan heeft één zoon die Huning van hem erft. Waarmee we het goed Huning verlaten, want dit ligt niet in De Graafschap.
Het tweede van Engelberts zes kinderen is naar goede familietraditie wederom Dirc (III) genaamd. Dirc III erft het goed Welmaring. In 1588 komt hij voor als geërfde van Borculo als hij zich als zodanig tot de bisschop van Munster richt. Na de dood van zijn vader wordt Dirc III van Beloe op 23 oktober 1563 als vazal erkent vanwege het bezit van Welmaring. In 1609 komt Dirc III te overlijden.

Een burgermanswoning

Welmaring blijft tot 7 oktober 1663 in handen van het geslacht Beloe. Op die datum moet de dan levende Frans Caspar van Beloe het met schulden belaste goed verkopen. Na ruim 250 jaar adellijk familiebezit te zijn geweest komt het goed in 'burgerlijke' handen. Hierdoor verliest het langzamerhand zijn adellijke status.
Welmaring in Historische Atlas Gelderland.Al is Welmaring sinds 1663 geen edelmanshuis meer, toch blijft de verbasterde naam voortbestaan. Een kaart van Jansonius uit 1640 rept van Bloys. Een eeuw later tekent Isaak Tirion een huis in onder de naam Bloishuis. Hij schaart het dan nog in onder de 'edele huyzen'. Tot rond 1800 moet er nog een ruïne van het kasteel hebben gestaan. In het in 1903 uitgegeven 'Geschiedenis van het land van Berkel en Schipbeek' schrijft meester Heuvel nog over het 'Jonkeren', al kan daar ook Bevervoorde mee bedoelt worden. Het achtervoegsel Blois is dan blijkbaar al verdwenen. Men weet alleen nog dat er jonkers hebben gewoond. In 1880 blijkt het kasteel volgens de Historische Atlas nog omringd te zijn geweest door een gracht.

Terug te vinden?

Topografische kaart van gebied waar Welmaring moet liggen.Anno 2000 wordt Jonkeren, Bloishuis of Bloys niet meer op een kaart vermeld. Na bijna 350 jaar is de naam in de Achterhoek verdwenen. In tegenstelling tot de naamsvermelding op de topografische kaart is het huis zelf niet verdwenen.
Het (moderne) huis is op bijgaand kaartje als zwart gebouwencomplex te vinden iets ten zuiden van boerderij Altena aan de weg van Borculo naar Neede, bij de afslag naar Haarlo. Een oudbewoner vermeldt dat in het voorjaar bij laagstaande zon de grachten nog te zien zijn als flauwe verdiepingen in het weiland.
De oude fundamenten blijken te zijn verdwenen onder een aangebouwde schuur en er rest behalve de naam op het huis niets meer. De oudbewoner weet zich te herinneren dat bij de bouw van de schuur er menige kloostermop naar boven kwam.

Literatuur

  1. Wapenboek der Ridders van de Duitse Orde, mr. W.J. baron D'Ablaing van Giessenburg,
    C. van Doorn en zoon, 's-Gravenhage, 1871.
  2. Wapenboek van den Nederlandschen Adel, J.B. Rietstap,
    J.B. Wolters, Groningen, 1887.
  3. De wapens van den tegenwoordigen en den vroegeren Nederlandschen Adel, J.B. Rietstap,
    J.B. Wolters, Groningen, 1890.
  4. Het huis Sinderen in de gemeente Wisch en het adellijke huis Welmaring, Mr. J. Belonje,
    Overdruk uit Archief, Kerstmis, 1953.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM des Saterdages op Heilige Bernardinus van Siena dach.