Deel 6 – Definitieve ondergang van het huis Verdun
Godfried III ‘met de baard’ Ψ, 1065-1069
Rijkspolitieke beslommeringen
Met het herstel van Godfried III ‘met de baard’ in Neder-Lotharingen heeft het huis Verdun zijn gewicht in het noordwesten van het rijk hervonden.
Na zijn terugkeer in Neder-Lotharingen bemoeit Godfried III zich nauwelijks meer met het hertogdom zelf. Wanneer Hendrik III Ψ in oktober 1056 overlijdt en de pas zesjarige Hendrik IV Ψ aantreedt, slokt de rijkspolitiek zijn aandacht op. In 1062 neemt Godfried III deel aan de staatsgreep van Kaiserswerth, waarbij aartsbisschop Anno II van Keulen de jonge koning aan de regentes Agnes van Poitou ontfutselt. Tegelijk bedient Godfried III via zijn tweede echtgenote Beatrix van Opper-Lotharingen Ψ de Italiaanse rijksbelangen: hij steunt paus Nicolaas II tegen tegenpaus Benedictus X en treedt op als bemiddelaar tussen de adel van Sardinië en de stad Pisa. De dagelijkse bestuurszaken in Neder-Lotharingen laat hij over aan zijn gelijknamige zoon, bijgenaamd ‘de Gebochelde’.
Hertog van Neder-Lotharingen
Het tweede huwelijk van 1054 met Beatrix van Opper-Lotharingen, de weduwe van markgraaf Bonifatius van Toscane, geeft Godfried III een sterke positie. Wanneer hertog Frederik II van Neder-Lotharingen Ψ in 1065 kinderloos overlijdt, kan koning Hendrik IV niet langer voorbij aan Godfrieds aanspraken. Daarbij wordt Godfried III gesteund door zijn machtige zwagers Lambert II van Leuven Ψ en Albert II van Namen Ψ. Twintig jaar na de afzetting onder Hendrik III is de terugkeer in Lotharingen voltrokken. Voor de zekerheid arrangeert Godfried III een huwelijk tussen zijn zoon Godfried (IV) en zijn stiefdochter Mathilde van Toscane Ψ, dochter van Beatrix uit haar eerste huwelijk. Zo worden ook de Italiaanse en Lotharingse aanspraken in één hand gebundeld. In Verdun overlijdt Godfried III op 24 december 1069, kort na de huwelijksvoltrekking van zijn zoon. Hij wordt begraven in de Notre-Dame van Verdun. Godfried IV ‘de Gebochelde’ volgt hem op.
Godfried IV ‘de gebochelde’ Ψ, 1069-1076
Een ongelukkig huwelijk
Het huwelijk met Mathilde wordt geen succes. Een jaar na de voltrekking leven beiden gescheiden — hij in Neder-Lotharingen, zij op haar Italiaanse goederen. In de zomer van 1071 wordt nog een dochtertje Beatrix Ψ geboren, maar het kind overlijdt binnen enkele maanden. De politieke kloof verdiept zich daarna verder. Godfried IV behoort tot de meest trouwe aanhangers van Hendrik IV – Mathilde wordt de belangrijkste wereldlijke beschermvrouwe van paus Gregorius VII. Wanneer in januari 1076 op de hofdag te Worms de Duitse rijksbisschoppen, met bisschop Willem I van Utrecht Ψ, zoon van Gerard ‘Flamens” Ψ, en Godfried IV in de voorste gelederen, de gehoorzaamheid aan Gregorius opzeggen, en de paus enkele weken later Hendrik IV in de ban doet, staan de echtgenoten formeel in vijandige kampen. Lambert van Hersfeld kenschetst Godfried IV bij zijn aantreden als prestantis quidem animi adolescens, sed gibbosus, een jongeman met een voortreffelijke geest, maar met een bochel.

Friese campagnes en de bisschop van Utrecht
Op 30 april 1064 schonk koning Hendrik IV vanuit Kaiserswerth aan bisschop Willem I de graafschappen Westflinge en de Rijnoevers (circa horas Reni), inclusief de abdij Egmond — gebieden die graaf Dirk eerder onrechtmatig had bezet. Het was een nadrukkelijke bevestiging van de bisschoppelijke wereldlijke macht die zich, sinds Adelbold en Bernold, niet alleen over het Sticht maar ook over het Oversticht (Salland en Twente) en Drenthe uitstrekte.
Bisschop Willem I voerde een nadrukkelijk pro-Gelderse, anti-Hollandse politiek. Met de schenking van 1064 begon een conflict dat de bisschop tot zijn dood zou bezighouden. De graaf van Friesland — zoals het latere Holland in de elfde-eeuwse bronnen heet — Dirk V Ψ, opvolger van Floris I Ψ, en zijn stiefvader Robrecht I van Vlaanderen ‘de Fries’ Ψ verzetten zich tegen de Utrechtse aanspraken.
In 1070 verdrijft Godfried IV als militair beschermer van de bisschop Robrecht en Dirk V uit het Maasmondgebied. Hij is daarmee de eerste hertog van Neder-Lotharingen die een Hollandse graaf metterdaad uit het Maasmondgebied weet te zetten. In 1071 of 1072 voelt hij zich in het waterrijke gebied zeker genoeg om verder noordwaarts campagne te voeren tegen de Friezen. De militaire greep reikt zo, ten gunste van de bisschoppelijke positie, van de Maasmond tot in het noordelijke deel van het Utrechtse ressort.
In Henegouwen, dat hij via via in leen krijgt, lukt het Godfried IV niet om Robrecht ‘de Fries’, die er via zijn schoonzuster Richildis eigen aanspraken heeft, te verslaan. In juni 1075 helpt hij Hendrik IV bij Homburg aan de Unstrut een grote Saksische opstand neerslaan. Bij die slag levert hij volgens Lambert van Hersfeld een gewichtig aandeel.
De aanslag bij Vlaardingen

In het voorjaar van 1076 trekt Godfried IV opnieuw noordwaarts. De directe aanleiding is een nieuwe troebel rond het bisdom Utrecht: Dirk V beweegt zich, met steun van Robrecht, weer in de geschonken gebieden. In de nacht van 19 op 20 februari verblijft de hertog bij de burcht van Vlaardingen. Hij volgt de gewoonte ’s nachts even het bed te verlaten voor een gemak — een houten uitbouw, vermoedelijk aangebouwd aan een houten woontoren, hangend boven een sloot. Er volgt een scene die zo naar Game of Thrones kan: een sluipmoordenaar heeft zich onder het toilet opgesteld en stoot van onderen een speer of zwaard naar boven, waardoor de hertog zwaargewond raakt. Lambert van Hersfeld, die in zijn relaas Antwerpen als plaats opvoert en Godfried met de voornaam Gozelo aanduidt, schrijft dat de aanslag werd uitgevoerd door een spiculator, een wachtpost of spion, in opdracht van Robrecht ‘de Fries’. De Kroniek van Sint-Hubert situeert de aanslag apud castrum Flardengis — bij de Vlaardingse burcht — en spreekt van meerdere daders. De Annalen van Egmond, een halve eeuw later opgesteld in de abdij die over eigen getuigenissen beschikte, noemen de dader Gijsbert en houden hem voor een knecht van Dirk V.
Dat Antwerpen niet de plaats van de aanslag kan zijn geweest, wordt al sinds Dieckmann (1885) breed aangenomen: het zwaargewonde slachtoffer wordt per schip naar Utrecht vervoerd, een onlogische reisroute vanuit Antwerpen, terwijl Godfrieds eigen markgraafschap Antwerpen voldoende medische en geestelijke voorzieningen had. De Hessische Lambert woonde en werkte bovendien op grote afstand van het strijdtoneel, zoals zijn naamsverwarring met Gozelo verraadt; de Maaslandse en Zuid-Lotharingse kroniekschrijvers, dichter bij het Verdunse hof, zijn beter geïnformeerd. In totaal hebben kroniekschrijvers vanuit Italië tot Saksen de aanslag opgetekend; recent inventariseerde Nieuwenhuijsen vierentwintig onafhankelijke vermeldingen.
Erfopvolging
Godfried IV laat zich nog naar Utrecht brengen, maar overlijdt daar zeven dagen later, op 26 februari 1076. Hij wordt begraven in Verdun, naast zijn vader. Tegen de wil van Mathilde heeft hij vlak voor zijn dood zijn neef Godfried van Bouillon Ψ tot erfgenaam aangewezen — een zoon van zijn zuster Ida Ψ uit haar huwelijk met Eustaas II van Boulogne Ψ. Hendrik IV legt de regeling echter naast zich neer en verleent het hertogdom in september 1076 aan zijn pas tweejarige zoon Koenraad Ψ. Godfried van Bouillon krijgt enkel het allodiale Bouillon en het markgraafschap Antwerpen toegewezen.
De regeling stuit op tegenstand. Albert III van Namen Ψ en Hendrik II van Leuven Ψ, beiden kleinzoons van Gozelo I Ψ en achterkleinzoons van hertog Karel Ψ, betwisten de aanwijzing van Godfried van Bouillon. Zelf zal Godfried van Bouillon pas in 1087, na trouwe dienst tegen de Saksen en de gregoriaanse partij, alsnog door Hendrik IV met het hertogdom worden beleend. In 1096 vertrekt hij op de Eerste Kruistocht; hij zal niet terugkeren.
Met het overlijden van Godfried IV eindigt de mannelijke lijn van het huis Verdun in Neder-Lotharingen. De jaren erna laten zien hoe tijdelijk zijn militaire winsten zijn geweest. Bisschop Willem I van Utrecht overlijdt op 27 april 1076; bij blikseminslag brandt op 23 mei zijn domkerk volledig af, een samenloop die door tijdgenoten onmiddellijk wordt geduid als hemels oordeel over de Utrechtse en Lotharingse rol op de hofdag van Worms. Dirk V herwint binnen enkele jaren zijn graafschap, neemt zelfs de nieuwe bisschop Koenraad gevangen en dwingt erkenning af van zijn rechten op de in 1064 geschonken gebieden. De bisschoppelijke greep op het Oversticht en Drenthe blijft formeel bestaan maar verzwakt; pas onder Otto I van Bentheim en in de twaalfde eeuw worden die posities geconsolideerd, om bij de slag bij Ane in 1227 opnieuw onder druk te staan.
De Lotharingse aanspraken zelf verdwijnen evenmin. De naam Godfried is sinds Godfried I (959-964) de leidnaam van het Verdunse huis: vier hertogen uit het huis Verdun dragen hem, weliswaar met onderbrekingen waarin het ambt aan andere huizen werd toegewezen. Wie zich Godfried laat noemen, plaatst zich expliciet in die hertogelijke traditie. Vanuit Leuven zet het Reginarenhuis dat patroon voort. Wanneer Godfried I van Brabant ‘met de baard’ Ψ, achterkleinzoon van Lambert II van Leuven, in 1106 het hertogdom Neder-Lotharingen ontvangt, is zowel de voornaam als de bijnaam een welbewuste echo van Godfried III. Het hertogdom heeft daarmee zijn cultureel-symbolische zwaartepunt verlegd van Verdun naar Leuven, waarmee het Brabantse hertogshuis een nieuw begin maakt. De aspiratie om het oude Lotharingen onder één banier te herenigen blijft de Brabantse hertogen tot in de slag bij Woeringen (1288) bezighouden. Voor het IJsselgebied en het Oversticht behoren die conflicten dan al tot een ander hoofdstuk.
Bronnen
Primaire bronnen en edities
- Annales Egmundenses, ed. M. Gumbert-Hepp, J.P. Gumbert en J.W.J. Burgers, Annalen van Egmond. Hilversum: Verloren, 2007.
- Annales Lambert Hersfeldensis, in Monumenta Germaniae Historica, Scriptores V, ed. G.H. Pertz. Hannover, 1844. Online via dMGH.
- Chronicon S. Huberti Andaginensis, in Monumenta Germaniae Historica, Scriptores VIII. ed. G.H. Pertz. Hannover, 1848. Online via dMGH.
- Heinrici IV Diplomata, ed. D. von Gladiss en A. Gawlik (Monumenta Germaniae Historica, Diplomata regum et imperatorum Germaniae VI, nr. 128). Berlijn / Weimar, 1941-1978. Online via dMGH.
- Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301, dl. I, nr. 226, ed. S. Muller Fz. en A.C. Bouman. Utrecht, 1920.
Literatuur
- Boer, D.E.H. de, en E.H.P. Cordfunke. Graven van Holland — portretten in woord en beeld (880-1580). Zutphen: Walburg Pers, 1995.
- Boshof, Egon. Die Salier. Stuttgart: W. Kohlhammer, 2000.
- Graaf, Ronald de. Oorlog om Holland 1000-1375. Hilversum: Verloren, 2004.
- Halbertsma, Herrius. Frieslands oudheid. Het rijk van de Friese koningen, opkomst en ondergang. Utrecht: Matrijs, 2000.
- Henderikx, Peter A. ‘De bisschop van Utrecht en het Maas-Merwedegebied in de elfde en twaalfde eeuw’. In De kerk en de Nederlanden, geredigeerd door E.S.C. Erkelens-Buttinger e.a., 36-49. Hilversum: Verloren, 1997.
- Jongbloed, Hein H. ‘Tussen “paltsverhaal” en “IJssellinie”. Averarda “van Zutphen” († [961-980]) en de geboorte van de graafschappen Zutphen en Gelre (1026-1046)’. Bijdragen en Mededelingen Gelre 97 (2006): 57-130.
- Jongbloed, Hein H. ‘”Cold case Upladen”. De grote moordzaak van 1016’. Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis 12 (2009): 7-103.
- Linssen, C.A.A. Historische opstellen over Lotharingen en Maastricht in de Middeleeuwen. Maastricht: Van Gorcum, 1985.
- Nieuwenhuijsen, Kees. ‘De moord op Godfried met de Bult’. Terra Nigra 169 (2007): 48-59.
- Nieuwenhuijsen, Kees. Strijd om West-Frisia. De ontstaansgeschiedenis van het graafschap Holland (900-1100). Zutphen: Walburg Pers, 2014.
- Winter, Johanna Maria van. ‘Die Hamaländer Grafen als Angehörige der Reichsaristokratie im 10. Jahrhundert’. Rheinische Vierteljahrsblätter 44 (1980): 16-46.
- Winter, Johanna Maria van. ‘Adel en ridderschap in Gelre, tiende tot dertiende eeuw’. In Adel en ridderschap in Gelderland — tien eeuwen geschiedenis, geredigeerd door Ingrid D. Jacobs, 12-29. Zwolle: WBooks, 2013.
Online bronnen
- Cawley, Charles. Medieval Lands. A prosopography of medieval European noble and royal families. https://fmg.ac/Projects/MedLands/ (geraadpleegd 6 mei 2026).
- Regesta Imperii. Akademie der Wissenschaften und der Literatur Mainz. http://www.regesta-imperii.de/ (geraadpleegd 6 mei 2026).
Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende III des Vrydages nae sunte Johans dach, dat was op ten achtsten dach der maent van Augustii.