Zoeken

Het eigenkerkstelsel

Inleiding

Het eigenkerkstelsel vormt een kernonderdeel van de vroege middeleeuwse kerkorganisatie in Oost-Nederland. In de periode waarin bisschoppelijke structuren nog beperkt zijn uitgekristalliseerd, spelen wereldlijke elites een bepalende rol bij de stichting, het beheer en de exploitatie van kerken.

De eigenkerk

Kerk van Zelhem naar een foto van Michiel Verbeek. (AI-gegenereerd)
Kerk van Zelhem naar een foto van Michiel Verbeek. (AI-gegenereerd) 

Het christendom bereikt het gebied tot aan de IJssel voordat er sprake is van een stedelijke nederzetting bij Zutphen. Plaatsen als Wilp, Deventer, Wichmond en Zelhem beschikken reeds vroeg over kerkelijke centra [1]. Deze vroege kerken ontstaan vrijwel steeds op adellijk of grafelijk domein en sluiten aan bij een breder patroon waarin wereldlijke elites een actieve rol spelen bij de organisatie van zielzorg en cultus [7][9]. Wanneer Zutphen als versterking wordt ingericht, staat binnen de omwalling vermoedelijk eveneens een kerk. Onzeker blijft of dit een bisschoppelijke stichting is, dan wel een zogenoemde eigenkerk van de heren van Zutphen. De beschikbare aanwijzingen wijzen eerder in de richting van het laatste [2].

De oorkonden waarin Liudger goederen ontvangt in de IJsselgouw wijzen op een vroege missionaire infrastructuur, gefaciliteerd door lokale elites. Zij vormen geen bewijs voor parochiestichting, maar verklaren wel hoe latere eigenkerken konden voortbouwen op een reeds gekerstend landschap.

Een eigenkerk is een kerk die door een wereldlijke heer op eigen grond wordt gesticht, door hem wordt bezeten en waarvan hij het recht behoudt de priester te benoemen en te ontslaan. Deze drie elementen – stichting, eigendom en benoemingsrecht – vormen samen de kern van het eigenkerkstelsel. Modern onderzoek benadrukt dat dit stelsel geen afwijking vormt, maar een structureel onderdeel is van de vroege middeleeuwse kerkorganisatie in het Oost-Frankische en Saksische gebied [8].

Het eigenkerkstelsel als machtsinstrument

Het eigenkerkstelsel is niet louter een religieuze regeling, maar een concreet middel waarmee wereldlijke heren hun positie in het landschap van macht, bezit en geloof vormgeven. Het recht om een kerk te stichten op eigen grond, haar als bezit te exploiteren en de priester te benoemen, verschaft directe invloed op zielzorg en gemeenschap. Daarmee functioneert de eigenkerk als scharnierpunt tussen religieuze zorg, grondbezit en seigneuriale macht [7][8].

In Oost-Nederland zijn meerdere concrete voorbeelden aan te wijzen.

Eigenkerken in het Oost-Nederlandse landschap

Binnen het Oost-Nederlandse gebied laat het eigenkerkstelsel zich vooral herkennen in een reeks vroege kerkstichtingen op adellijk domein, waarvan Wilp, Wichmond en Zelhem sprekende voorbeelden vormen.

De kerk van Wilp ligt op oud domein aan de westzijde van de IJssel en behoort tot de vroegste kerkstichtingen in het gebied [3]. Het ontbreken van een expliciete bisschoppelijke stichtingsakte en de latere overdracht van rechten aan kerkelijke instellingen passen bij het profiel van een oorspronkelijke eigenkerk.

Vergelijkbare kenmerken vertoont Wichmond, waar hof, kapel en latere parochiekerk een samenhangend complex vormen. De stichting lijkt hier primair bedoeld voor de horigen en huisgenoten van de lokale heer. Pas in een latere fase wordt de kerk ingebed in een bredere parochiale en bisschoppelijke structuur.

Ook Zelhem sluit aan bij dit patroon. De vroege kerk ontstaat op adellijk grondbezit en ontwikkelt zich geleidelijk tot parochiaal centrum. De regulering van het patronaatsrecht in latere bronnen wijst erop dat de stichting aanvankelijk buiten directe bisschoppelijke controle valt.

Impressie van de kerk in Zutphen naar foto auteur, vermoedelijk ontstaan als grafelijke eigenkerk binnen een versterkte nederzetting. (AI-gegenereerd)
Impressie van de kerk in Zutphen naar foto auteur, vermoedelijk ontstaan als grafelijke eigenkerk binnen een versterkte nederzetting. (AI-gegenereerd)

Zutphen neemt binnen dit geheel een bijzondere positie in. Waar Wilp, Wichmond en Zelhem landelijke of hofgebonden kerken blijven, ontwikkelt Zutphen zich tot een versterkte nederzetting en later tot stad. De vermoedelijke eigenkerk komt hier niet te liggen binnen een agrarisch domein, maar binnen een militaire en bestuurlijke kern. Daarmee raakt het eigenkerkstelsel in Zutphen vroeg verweven met grafelijke machtsuitoefening, stedelijke ontwikkeling en territoriale organisatie. Deze context maakt Zutphen uitzonderlijk binnen het Oost-Nederlandse patroon van eigenkerken [2][7][8].

Slotbeschouwing

Het eigenkerkstelsel vormt in Oost-Nederland een structureel onderdeel van de vroege kerkelijke organisatie. Kerken ontstaan op domeinen van wereldlijke heren, die via eigendom en benoemingsrecht directe invloed uitoefenen op zielzorg en cultus. Voorbeelden als Wilp, Wichmond en Zelhem tonen hoe dit systeem vooral functioneert binnen een agrarisch en hofgebonden context. Zutphen wijkt daarvan af doordat de eigenkerk hier vroeg wordt opgenomen in een versterkte en bestuurlijke kern.

Vanaf de elfde eeuw leiden kerkelijke hervormingen tot een herordening van deze verhoudingen. Particuliere rechten worden geleidelijk ingeperkt, patronaatsrechten gereguleerd en kerken ingebed in een hiërarchisch bisschoppelijk systeem. Daarmee verdwijnt het eigenkerkstelsel niet abrupt, maar wordt het stap voor stap omgevormd binnen een veranderend kerkelijk en politiek landschap.

Literatuur

  1. Kloos, W.B., De stedebouwkundige ontwikkeling in Nederland, Amsterdam, 1947, p. 23–31.
  2. De Vries, W., De opkomst van Zutphen, Assen, 1960, p. 45–52.
  3. Sloet, J. van, Oorkondenboek van Gelre en Zutphen tot 1326, deel I, Arnhem, 1872, nr. 8, 14–15.
  4. Reuter, T., Germany in the Early Middle Ages 800–1056, London, 1991, p. 102–118.
  5. Wood, S., The Proprietary Church in the Medieval West, Oxford, 2006, p. 1–34.
  6. Brown, P., The Rise of Western Christendom, 2e ed., Oxford, 2003, p. 373–402.
  7. Nicholas, D., Stad en platteland in de Middeleeuwen, Bussum, 1971, p. 133–147.
  8. Rexroth, F., Frömmigkeit und soziale Wirklichkeit im Mittelalter, München, 2005, p. 41–67.
  9. Jappe Alberts, W., De Middeleeuwse Stad, Bussum, 1968, p. 101–109.


Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MCM ende XCVIII des Sonnedages op Allerheiligen dach.