Zoeken

Reinald IV van Gelre en Gulik (1402-1423)

Laatste van de Wassenberg-bloedlijn

Wapen van Gelre en Gulik.Reinald IV Ψ (of Reinoud IV) is hertog van Gelre en Gulik en graaf van Zutphen van 1402 tot 1423. Hij is de laatste erkende mannelijke telg van het Gelderse huis Wassenberg. Zijn regering vormt het slotstuk van een dynastie die sinds de elfde eeuw het politieke en territoriale kader van Gelre bepaalt.¹

Afkomst en aantreden

Reinald IV van Gelre en Gulik wordt rond 1365 geboren als jongste zoon van hertog Willem VI van Gelre en Gulik Ψ en Maria van Brabant Ψ.¹ Via zijn moeder is hij bovendien een kleinzoon van hertog Reinald II van Gelre Ψ, wat zijn plaats binnen het Gelderse dynastieke netwerk versterkt. Na het overlijden van zijn oudere broer Willem VII Ψ in 1402 volgt Reinald hem zonder noemenswaardige tegenstand op.¹

Zijn jeugd voltrekt zich binnen het hofmilieu van een personele unie, waarin Gelre en Gulik door één vorst worden bestuurd. Deze constructie vergroot het internationale prestige van het huis, maar stelt hoge eisen aan bestuur, financiën en opvolging. Over Reinald IV zijn opvoeding zijn voor zover bekend geen directe bronnen overgeleverd, maar zijn latere optreden wijst erop dat hij van jongs af aan vertrouwd raakt met het spanningsveld tussen regionale belangen en rijks‑politieke ambities.²

Reeds vóór zijn aantreden kampt Reinald met aanzienlijke financiële lasten, onder meer als gevolg van militaire conflicten en perioden van gevangenschap. Deze houden verband met militaire conflicten en perioden van gevangenschap, waarvoor losgeld moet worden opgebracht. Deze schuldenlast drukt zwaar op zijn bewegingsvrijheid en vormt een belangrijke achtergrond van het financiële en bestuurlijke beleid dat hij voert.³

Bestuur en machtsverhoudingen

Onder Reinald IV voltrekt zich een duidelijke herschikking van de politieke verhoudingen binnen het hertogdom. In tegenstelling tot zijn voorgangers beperkt hij het vorstelijke netwerk bewust tot een kleine kring van vertrouwelingen, grotendeels afkomstig uit zijn directe hofomgeving. Daarmee verliezen veel Gelderse ridders hun traditionele toegang tot het centrale bestuur en tot de besluitvorming rond lenen, ambten en rechtspraak.
Deze inkrimping werkt averechts: uitgesloten edelen zoeken aansluiting bij stedelijke machtsblokken, terwijl de hoofdsteden hun onderlinge overleg intensiveren. Zo vormt zich tegenover de hertog en zijn raad een territoriaal netwerk van steden en ridderschap, dat zich steeds nadrukkelijker als vertegenwoordiger van het land presenteert.⁴

Reinald IV tracht zijn gezag te versterken door zelfstandig op te treden in bestuurlijke en financiële aangelegenheden. Al vroeg in zijn regering laat hij een muntordonnantie vaststellen zonder voorafgaand overleg met de steden, een ingreep die direct raakt aan stedelijke handelsbelangen. Ook stelt hij nieuwe tollen in en verpandt inkomstenbronnen om bestaande schulden te financieren, wederom zonder instemming van de landschappen. Deze maatregelen vergroten de weerstand tegen zijn bestuur en versterken het wantrouwen jegens de hertogelijke raad.⁵

In zijn buitenlands beleid probeert Reinald IV gelijktijdig zijn positie veilig te stellen tegenover de toenemende Bourgondische invloed in de Nederlanden. Hij zoekt aansluiting bij Duitse vorsten en steunt het koningschap van Ruprecht van de Palts Ψ (vgl. noot 6), in de hoop via het Rijk een politiek tegenwicht te creëren. Deze oriëntatie op het Duitse machtsveld levert echter geen duurzaam voordeel op. Integendeel, zij vergroot de financiële druk op het hertogdom en draagt weinig bij aan het herstel van zijn gezag binnen Gelre zelf.⁶

Dynastiek probleem en tegenstanders

Een steeds zwaarder wegend probleem vormt de kinderloosheid van de hertog. Hoewel Reinald IV gehuwd is met Maria d’Harcourt Ψ, blijft een wettige opvolger uit. Het huwelijk is mede bedoeld om zijn positie in het internationale machtsspel te versterken, maar brengt geen blijvende dynastieke zekerheid. Wel heeft hij verschillende buitenechtelijke kinderen — einard van Weisweiler Ψ, Willem van Wachtendonk Ψ, en Eduard van Gulik Ψ — die een rol spelen binnen regionale adellijke netwerken, maar die op grond van het geldende erfrecht geen aanspraak kunnen maken op de opvolging van Gelre en Zutphen.⁶

De afwezigheid van een erkende erfgenaam vergroot de onzekerheid binnen het hertogdom. De herinnering aan eerdere successieconflicten, met name de strijd die volgt op het overlijden van Reinald III Ψ in 1371, blijft onder steden en ridderschap levendig. Deze historische ervaring werkt als referentiekader: zij voedt de vrees dat het overlijden van Reinald IV zonder opvolger opnieuw zal leiden tot verdeeldheid, buitenlandse inmenging en langdurige instabiliteit.⁷

In dit klimaat treden de tegenstanders van de hertog steeds duidelijker naar voren. In 1418 sluiten vertegenwoordigers van de Gelderse steden en de ridderschap een formeel verbond, waarin zij gezamenlijk hun zorgen uitspreken over de toekomst van het landsheerlijk gezag. Het verbond richt zich niet openlijk tegen Reinald IV persoonlijk, maar beoogt grip te krijgen op de opvolging en het bestuur, mocht de hertog kinderloos overlijden. Daarmee positioneren de verbondenen zich als hoeders van het landsbelang, naast — en deels tegenover — de vorst.⁸

Reinald IV reageert afwijzend op deze ontwikkeling. Hij weigert persoonlijk met de vertegenwoordigers van het verbond in overleg te treden en laat de onderhandelingen over aan zijn echtgenote Maria d’Harcourt en zijn raadslieden. De concessies die in 1419 worden gedaan blijven beperkt en zijn vooral procedureel van aard. Zij nemen het onderliggende wantrouwen niet weg. Integendeel, de afstand tussen de hertog en zijn tegenstanders wordt groter, terwijl steden en ridderschap hun onderlinge samenwerking verder consolideren.⁸

Overlijden en betekenis

Reinald IV overlijdt op 25 juni 1423 bij Terlet op de Veluwe, onderweg van Hattem naar zijn kasteel Rozendaal. De omstandigheden van zijn overlijden wijzen op een plotselinge dood tijdens een bestuurlijke verplaatsing binnen het hertogdom, niet op een geplande residentiële verblijfsplaats. Zijn overlijden vindt daarmee plaats buiten een ceremonieel kader, wat de onzekerheid over de opvolging verder vergroot.
Hij wordt begraven in het kartuizerklooster Monnikhuizen bij Arnhem, een traditionele begraafplaats voor leden van het Gelderse vorstenhuis, waar ook zijn broer Willem VI zijn laatste rustplaats vindt. Met zijn dood komt een abrupt einde aan de mannelijke lijn van het huis Wassenberg en aan de personele unie tussen Gelre en Gulik.⁹


De politieke gevolgen laten niet op zich wachten. In Gelre erkennen steden en ridderschap Arnold van Egmond Ψ als nieuwe hertog, waarbij zij zich beroepen op verwantschap via de vrouwelijke lijn en op hun recht om in een opvolgingscrisis richting te geven aan het landsheerlijk gezag. In Gulik daarentegen wordt Adolf X van Berg Ψ als landsheer aanvaard. Deze uiteenlopende keuzes maken duidelijk dat de personele unie in de praktijk al was uitgehold en nu definitief uiteenvalt.⁹

De dood van Reinald IV markeert daarmee een breukmoment in de Gelderse geschiedenis. Zijn regering vormt niet alleen het einde van een dynastie, maar ook de overgang naar een politieke constellatie waarin steden en ridderschap zich blijvend als machtsfactor organiseren. In de decennia na 1423 ontwikkelen zij zich tot een structureel overlegorgaan (vgl. noot 10), dat het vorstelijk gezag begrenst en mede vormgeeft. In die zin ligt onder Reinald IV de kiem van een landschappelijke bestuurscultuur die het hertogdom Gelre tot ver in de zestiende eeuw zal kenmerken.¹⁰

Literatuur

  1. Noordzij, A., Gelre. Dynastie, land en identiteit in de late middeleeuwen (dissertatie Universiteit Leiden), Hilversum 2008.

  2. Rainald (Jülich-Geldern), in: Wikipedia (de).

    Wenzelburger, O., ‘Reinald’, in: Allgemeine Deutsche Biographie.

  3. Nijhoff, J. (ed.), Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland en Zutphen, deel III, Arnhem 1854.

    Jentjes, H., Reinald IV, hertog van Gelre en Gulik (1402–1423), Zutphen 1967.

  4. Noordzij, 2008, p. 149–166.
    Hertog Reinald IV van Gelre en Gulik (1365–1423), MijnGelderland.

  5. Noordzij, 2008, p. 162–165.

    Samenwerking tussen steden en ridders in het hertogdom Gelre, MijnGelderland.

  6. Noordzij, 2008, p. 156–158.

    Jentjes, 1967, p. 72–75.

  7. Noordzij, 2008, p. 164–166.
    Hertog Reinald IV van Gelre en Gulik (1365–1423), MijnGelderland.

  8. Noordzij, 2008, p. 165–166.

    Alberts, W.J., 1954, p. 21–27.

  9. Jentjes, 1967, p. 101–105.

  10. Alberts, W.J., De Staten van Gelre en Zutphen tot 1581, Nijmegen 1954, p. 29–36.
    Noordzij, 2008, p. 168–172.

Gegeven in den jair ons Heren, doen men screeff MM ende XXV des Wonnesdages op Heilige Victoria van Rome dach, dat was op ten vierden ende twintigsten dach der maent van Decembri.