In Sloet oork. nr. 282, anno 1145, wordt genoemd onder de getuigen: comes Hermannus de Hardenberg.
Kan iemand over hem iets vertellen?
mvg
Ronald Blancke
Deze misschien:
http://de.wikipedia.org/wiki/N%C3%B6rten-Hardenberg
groet!
Dag Hein,
Dat is nog eens een aardige suggestie. Ik zal daarover eens wat meer nazoek proberen te doen.
mvg
Ronald Blancke
Hoi Rob,
Mij staat bij dat ik die Herman graaf van Hardenberg een poosje geleden inderdaad in het Duitse ergens ben tegengekomen, maar ik kan me niet meer te binnen brengen in welk boek of stuk dat geweest is. Het lijkt me in elk geval hoogst onwaarschijnlijk dat het iemand kan zijn die zich naar het NL Hardenberg noemt.
Groet!
H
Dag Hein,
Mijn echte voornaam is Ronald (robla is mijn inlognaam hier),
maar is niet echt van belang, hoor.
Ik heb enige interesse in die Hardenberg's, omdat Heer Roemeling eens in een artikel de suggestie deed, dat de fam. van den Rutenberg wellicht afstamt uit 'die van Hardenberg', met name dat Hako filius Stefani de Hardenberg, genoemd in oorkonde uit 1259 misschien identiek is aan Hako van den Rutenberg, die bekend staat als de eerste van den Rutenberg.
mvg
Ronald Blancke
Hoi Ronald,
Ja dat van je naamgeving had ik al begrepen, een blik in Alfreds ledenregister was genoeg. Tja, en of de Rutenbergjes gemigreerde Hardenbergjes uit het Wesergebied zijn, dat zal wel ff zoeken worden. Ben je speciaal gefokust op oostNLse/Overijselse thema's eigenlijk?
vrgr H
Hein,
Door een of ander noodlottig (haha) toeval, komt in mijn kwartierstaat Anna Helena Ripperda voor, dochter van Baltasar Ripperda en Sophia Valcke. Daarom heb ik daar flink wat in zitten wroeten, en dat leverde aardige dingen op. Heel veel in het oostelijk grensgebied. Dus ja, mijn aandacht is daarop gericht, maar het waaiert uit, want omdat die aansluiting met Ripperda rond 1600 plaats vond, zit ik vrij snel ook in de Twickels, Buchorst, Keppel, Mulert, Schele, Bevervoorde etc. Ach je weet hoe het gaat denk ik.
Zo schijn je via Steven van de Rutenberg's vrouw, Jutte van Isendoorn, terecht te komen bij Arnoldje van Keppel, dochter van Wolter van Keppel en Jutte vd Sluse, en via haar weer bij Arnold vd Sluse X Agnes vd Lecke.
Arnold vd Sluse is een van Heusden, en zal wellicht als grootouders hebben Arnold van Heusden X Mechteld. Deze Mechteld zou wel eens een von Heinsberg kunnen zijn....
Nou ja, zo waaiert het dus, zoals ik al zei...
Lacomblet is echt vet gaaf om dat zo te pakken te krijgen. Daar zul je veel plezier aan krijgen.
Groet
Ronald
Hoi Ronald,
Ja, met Ripperda's in je 'noodlottige voorgeslacht ' zit je wel vast aan Noord- en Oost-Nederlandse dreven. En natuurlijk waaiert het uit, via de 'bloemetjes en de bijtjes' nietwaar. Wat mij steeds intrigeert is het 'élite-netwerk' achter die ogenschijnlijk 'toevallige' verbintenissen, eerst in de 'oude middeleeuwen' op het plan van de edelvrije adel, maar later in de ME en onder het Ancien Régime net zo hard onder de ministeriale adel, al snel versneden door de 'geldadel' van de stedelijke burgerij. Wij doen tegenwoordig wel eens of wij het 'netwerken' hebben uitgevonden, maar dat vroeger net zo.
Lacomblet ga ik zeker downloaden, da's echt een reuze tip.
Groet!
H
Ah Hein,
Het verschijnsel van netwerken is ouder dan de weg naar Cleopatra. Niet zo verwonderlijk als je kijkt naar Bonobo-aap, hoewel ik hun manier van netwerken hier niet direct wil propageren, alhoewel?
Maar inderdaad, ik zie bij mijn moederlijke voorouders, boeren in zeeuws vlaanderen, precies dezelfde vorm van netwerken, als ik in 1300 zie rond 'noem-maar-een-naam'.
Ik denk echt, dat het genetisch is. Maar toch steeds boeiend om te zien, dat ben ik met je eens.
groet
Ronald
In Sloet oork. nr. 282, anno 1145, wordt genoemd onder de getuigen: comes Hermannus de Hardenberg.
Kan iemand over hem iets vertellen?
mvg
Ronald Blancke
een verre nakomeling wellicht:
1337, 31 juli : Schulte[heiss] Johan de Crawinkele im Einverständnis seiner Frau Fredrun [Vrederune] und seinen Erben verkauft an den Ritter Heinrich [Henrike] v. Hardenbergh das Hof Dahlhausen mit seinen Unterhofen (Quelle: Kötzschke, o.c., Anhang A S. 394, nr. 25). In der Urkunde bezeugt Johann dass er den Hof als Dienstmannslehen vom Abt [Werden] erhalten habe. (Quelle: Dr. Höfken, Vom Werdener Oberhof Krawinkel, S. 27 ), aber er macht ein Vorbehalt von einem Leibzins [liftught] "mit dat gut [Unterhof] in de Lindenbecke" für Hadewich van Dungelen 'min suster' und ein auch für Gherdrudi van Dalhusen [Gertrude von Dahlhausen] eyner beghynen [Begine] tho Essende [ Eine Begyne zu Essen). Zeugen: Rutgher Aschebroych, Rutgher van Dungelen, Henrich de Schele van den Vytinchove, Henrich van Dungelen, Arnold van Holre[Holte?], Arnold van de Schepen. Ein Rutger de Aschenbroke halt das Werdener Lehngut in Goltham (Goldhamma sw. v. Hundhamme, jetzt zu Hamme) in der Zeit v. Abt Adalf von Spielenber etwa 1412 , wenn dann auch einn Neveling de Hardenberge als Lehnhalter des Gutes Dahlhausen vewaehnt wird, und auch ein Rutgher v Dungelen, mit Gut gen. Mokerhoff 'Möcklers Gut' in Kitrchspiel Steele-Essen belehnt war..
bron: http://pagesperso-orange.fr/pieter.cramwinckel/oldestna.html
groet
Pieter